ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN
1e fase bachelor: Onderzoek ontwerp, vier stappen
In deze fase moet je het onderwerp verkennen, probleem afbakenen, onderzoeksvraag formuleren,
data verzamelingsmethode, goede planning maken,…
1) Onderwerp:
Meestal onderwerpen die aansluiten bij een lopend onderzoek, zelf kiezen welk onderwerp
waarin je bv een praktijkprobleem vast stelt,…
Goed nadenken voor je beslist: Wat wil je bereiken met je onderzoek, op welk probleem wil je
antwoord formuleren, is het onderwerp nieuw dat nog niet eerder is onderzocht, waarom wil je
dit onderzoek, welke meerwaarde heeft dit onderzoek,…
2) Probleemstelling 5xW+H methode
- Wat is het probleem?
Beschrijven van praktijkprobleem
- Wie heeft het probleem?
Wat is hun rol in praktijk probleem en hoe ervaren zij het probleem?
- Wanneer treedt het probleem op?
- Waarom is het een probleem?
- Waar doet het probleem zich voor?
Plekken, gebieden, onderdelen, processen,…
- Hoe is het probleem ontstaan?
wat is de aanleiding, wat is voorafgegaan,…
= DE WWWWWH-vragen
Kan je beantwoorden door info die je al reeds hebt of nog moet zoeken.
3) Onderzoeksdoel
Onderwerp ligt vast, praktijkprobleem is gedefinieerd: nu richten op wat je wilt onderzoeken.
Je bepaalt het doel van je praktijkonderzoek en formuleert daarna de onderzoeksvraag en
eventuele deelvragen.
Wat je met onderzoek wilt bereiken= onderzoeksdoel
, 4) Onderzoeksvraag
Een goede onderzoeksvraag is SMART
S: specifiek
M: meetbaar
A: acceptabel
R: realistisch
T: tijdgebonden
Moet een vraag zijn
Mag je niet kunnen beantwoorden met ja of nee
De vraag moet voldoende afgebakend zijn
De kernbergrippen moeten gedefinieerd zijn
Er mogen geen meerdere vragen in de in zitten
Je moet voldoende tijd hebben om de vraag te onderzoeken
In de formulering gebruik je geen mening
Elke onderzoeksvorm heeft eigen onderzoeksvraag:
, Projectplan of onderzoeksplan
Evenwicht vinden tussen denk en doe process en dit duidelijk plannen in tijd.
‘Always be focused on the end result’
1) Basis projectmanagement
Kenmerken van een project:
Scope: omvat het werk dat moet worden gerealiseerd om het doel te bereiken.
Tijd: Een project is tijdelijk en heeft een einddatum
Middelen: Alle middelen die voor een project ingezet worden, die ook de kostprijs van het
project zullen bepalen.
Risico: Project brengt risico met zich mee.
Projectmanagement = De planning, organisatie, controle en besturing van alle aspecten van
een project
2) Een projectplan voor een bachelorproef, hoe begin je eraan?
Een project :
- Heeft een startdatum en een eindpunt
- Heeft een duidelijk gespecificeerd einddoel (bv. een bachelorproef)
- Heeft tussentijdse deadlines (bv. afspraak met bachelorproefbegeleider)
- Bevat altijd elementen van onzekerheid (risico)
Hoe pak je dit concreet aan:
- Deel je project op in een verzameling van uit te voeren activiteiten (bv. deskresearch,
schrijfproces)
- Splits elke activiteit op in een takenlijst (bv. probleemstelling formuleren, onderzoeksvraag
opstellen…)
- Zet elke taak op je kalender (bv. Ganttchart)
(Taken die we denken te gaan doen en hoeveel tijd dat we denken dat we er over gaan doen ->
omzetten tabel = ganttchart)
1e fase bachelor: Onderzoek ontwerp, vier stappen
In deze fase moet je het onderwerp verkennen, probleem afbakenen, onderzoeksvraag formuleren,
data verzamelingsmethode, goede planning maken,…
1) Onderwerp:
Meestal onderwerpen die aansluiten bij een lopend onderzoek, zelf kiezen welk onderwerp
waarin je bv een praktijkprobleem vast stelt,…
Goed nadenken voor je beslist: Wat wil je bereiken met je onderzoek, op welk probleem wil je
antwoord formuleren, is het onderwerp nieuw dat nog niet eerder is onderzocht, waarom wil je
dit onderzoek, welke meerwaarde heeft dit onderzoek,…
2) Probleemstelling 5xW+H methode
- Wat is het probleem?
Beschrijven van praktijkprobleem
- Wie heeft het probleem?
Wat is hun rol in praktijk probleem en hoe ervaren zij het probleem?
- Wanneer treedt het probleem op?
- Waarom is het een probleem?
- Waar doet het probleem zich voor?
Plekken, gebieden, onderdelen, processen,…
- Hoe is het probleem ontstaan?
wat is de aanleiding, wat is voorafgegaan,…
= DE WWWWWH-vragen
Kan je beantwoorden door info die je al reeds hebt of nog moet zoeken.
3) Onderzoeksdoel
Onderwerp ligt vast, praktijkprobleem is gedefinieerd: nu richten op wat je wilt onderzoeken.
Je bepaalt het doel van je praktijkonderzoek en formuleert daarna de onderzoeksvraag en
eventuele deelvragen.
Wat je met onderzoek wilt bereiken= onderzoeksdoel
, 4) Onderzoeksvraag
Een goede onderzoeksvraag is SMART
S: specifiek
M: meetbaar
A: acceptabel
R: realistisch
T: tijdgebonden
Moet een vraag zijn
Mag je niet kunnen beantwoorden met ja of nee
De vraag moet voldoende afgebakend zijn
De kernbergrippen moeten gedefinieerd zijn
Er mogen geen meerdere vragen in de in zitten
Je moet voldoende tijd hebben om de vraag te onderzoeken
In de formulering gebruik je geen mening
Elke onderzoeksvorm heeft eigen onderzoeksvraag:
, Projectplan of onderzoeksplan
Evenwicht vinden tussen denk en doe process en dit duidelijk plannen in tijd.
‘Always be focused on the end result’
1) Basis projectmanagement
Kenmerken van een project:
Scope: omvat het werk dat moet worden gerealiseerd om het doel te bereiken.
Tijd: Een project is tijdelijk en heeft een einddatum
Middelen: Alle middelen die voor een project ingezet worden, die ook de kostprijs van het
project zullen bepalen.
Risico: Project brengt risico met zich mee.
Projectmanagement = De planning, organisatie, controle en besturing van alle aspecten van
een project
2) Een projectplan voor een bachelorproef, hoe begin je eraan?
Een project :
- Heeft een startdatum en een eindpunt
- Heeft een duidelijk gespecificeerd einddoel (bv. een bachelorproef)
- Heeft tussentijdse deadlines (bv. afspraak met bachelorproefbegeleider)
- Bevat altijd elementen van onzekerheid (risico)
Hoe pak je dit concreet aan:
- Deel je project op in een verzameling van uit te voeren activiteiten (bv. deskresearch,
schrijfproces)
- Splits elke activiteit op in een takenlijst (bv. probleemstelling formuleren, onderzoeksvraag
opstellen…)
- Zet elke taak op je kalender (bv. Ganttchart)
(Taken die we denken te gaan doen en hoeveel tijd dat we denken dat we er over gaan doen ->
omzetten tabel = ganttchart)