Beoordelen ECG algemeen
- Hartritme: kijken in I, II, II en aVF – zijn er positieve P-
toppen. Na iedere P-top een QRS complex.
- Hartfrequentie: hokjes tellen (groot 0,2, kleine 0,04
sec), aftelmethode, standaard ECG is 10 seconden,
aantal QRS complexen daarin tellen en x6 doen.
Sinusritme = 60-100/min.
- Geleidingstijden meet je meestal in afleiding II
- QRS-duur: begin eerste deflectie na de P-top tot aan
het J-punt, normaal 0,12 (3 kleine hokjes).
Bepalen in de afleiding waar het complex het
breedst is
- PQ-tijd: mag 0,22 sec duren (5 kleine hokjes).
- Morfologie:
o P-top: positief in I en II, bifasisch in V1
o QRS: pathologische Q’s?
o ST: elevatie of depressie?
o T-top: negatief normaal in aVR, V1 en III,
elders overweeg ischemie
Hartritme en geleidingsstoornissen
Hartkloppingen = palpitaties
Definitie palpitaties: gevoel van gewaarwording van de hartslag welke wordt ervaren als
onaangename sensatie van pulsatie of beweging in de borst of hartstreek
Oorzaken palpitaties cardiologische praktijk:
, - Cardiaal 43% - aritmiëen, klepgebreken, pacemakersyndroom, cardiomyopathie
- Psychiatrisch 31% - paniekaanval, angststoornis, somatisatie, depressie
- Overige oorzaken 10% - medicatie, hyperthyreoïdie, anemie, drugs. M.n. sinustachycardie.
- Onbekende oorzaak 14%
Hartkloppingen analyseren:
- Anamnese
- ECG
- Holter, eventrecorder (paar weken), implanteerbare hartritme monitor (chip, registreert hoog
en lage hartritmes en als je last heb kun je hem aanklikken, dan meet hij ook). Soms ook
smartphone apps.
- Echo, coronair angiografie, ergometrie, CT/MRI
- Invasief electrofysiologisch onderzoek (EFO) – ook gelijk behandelen
Anamnese bij palpitaties:
- Omstandigheden waarin het begint: rust, slaap, stress, houding
o Bewustzijnsverlies: kamerritme stoornissen
o Stress: catecholaminen ?
- Begin van de palpitaties: snel of langzaam, begeleidende factoren (pijn, moe)
o Re-entry: abrupt begin en eind. Ontstaat vaak bij bukken.
- Type palpitatie: snel, regulair, irregulair, bijkomende symptomen
- Hoe eindigt de palpitatie
- Achtergrond: leeftijd, episodes, frequentie, cardiale VG, psychiatrische VG, systeem ziekte,
schildklierziekten, familie geschiedenis, medicatie, drugs, elektrolyten
Ritmestoornissen
Supraventriculaire ritmestoornissen:
- Atriumfibrilleren: chaotische elektrische activiteit waarbij talloze kleine gedeelten van de
atria worden geactiveerd. Een klein gedeelte van de prikkels kan met willekeurig
wisselende tijdsintervallen de AV-knoop passeren, zonder enig patroon. Kan komen door
PAC.
o ECG: P-toppen afwezig, fijne fibrillatiegolven, irregulair ritme
o Klachten: hartkloppingen, duizeligheid, verminderde inspanningstolerantie
o LO: irregulair hartritme, inaequale vulling van de pols
o Lab: schildklierfunctie, hemoglobine en glucoseconcentraties
o Op grond hiervan onderscheid maken tussen:
Eerste aanval atriumfibrilleren <48u. proberen sinusritme herstellen door
chemische (flecaïnide) of elektrische cardioversie.
Gedurende langere tijd wisselende aanvallen van atriumfibrilleren
(paroxismaal)
Aanhoudend atriumfibrilleren, >48u
o Medicatie: vertragen van de hartfrequentie (rate control, bijv. met een
bètablokker, calciumantagonist of digitalis). Antistolling met cumarinederivaat.
o Complicaties: herseninfarct, hartfalen
- Atriumflutter: oorsprong niet in één focus, maar de tachycardie (300) ontstaat door een
atriaal re-entry circuit.
o ECG: typische fluttergolven
o 2:1-geleiding, waardoor hartritme halveert