Schema Plato (1ste filosoof van de Antieke
tijd)
Hij maakt een systeem van wat Parmenidus zei. Hij los het probleem hier
niet mee op maar we kunnen het wel plaatsen.
Uitgangspunt: Hoe de verandering/beweging denken?
Hij reageert tegen Parmenidus en de Sofisten.
Hij is het eens met het verschil tussen wat we zien en begrijpen.
Plato wil de kloof overbruggen (afschaduwingen) door het veranderlijke
te begrijpen vanuit de vastheid. (Hij gaat het niet-zijn begrijpen vanuit
het zijn.)
Om deze afschaduwingen te kunnen begrijpen spreekt hij van een
wereld die transcendent is aan de onze.
Als je een wit paard ziet en daarna het zwart paard zal je over beide
zeggen dat het paarden zijn, maar ze hebben een niet-waarneembaar
verband. Dit verband is een idee, volmaakt en onveranderbaar, in de
transcendente wereld.
Transcendente wereld = zijn Onze wereld = niet-zijn
Het zijn is de kennis. Dit is de zintuigelijke waarneming.
We noemen dit de ideeënwereld. Het is onvolmaakt, het zijn
afschaduwingen van de
ideeënwereld.
De ideeënwereld is geordend op WORDEN
basis van:
- Participatie
- Gemeenschap
X = eerste oorzaak MENING
XX
X X X
De eerste oorzaak is volmaakt en
is het idee van het goede (= de
bron van de ware ideeën).
“De wereld die we niet kunnen zien is de ware wereld, die met de
ideeën.”
Allegorie van de grot! Pagina 31
Er ontstaan 2 soorten kennissen:
- Epistèmè (ware kennis)
Kennis
Mensbeeld met lichaam en ziel.
‘Het weer herinneren van ideeën.’
Dit herinneren zal komen door in dialoog te gaan.
- Doxa
= Kennis over de zintuiglijke waarneming.
Mening
tijd)
Hij maakt een systeem van wat Parmenidus zei. Hij los het probleem hier
niet mee op maar we kunnen het wel plaatsen.
Uitgangspunt: Hoe de verandering/beweging denken?
Hij reageert tegen Parmenidus en de Sofisten.
Hij is het eens met het verschil tussen wat we zien en begrijpen.
Plato wil de kloof overbruggen (afschaduwingen) door het veranderlijke
te begrijpen vanuit de vastheid. (Hij gaat het niet-zijn begrijpen vanuit
het zijn.)
Om deze afschaduwingen te kunnen begrijpen spreekt hij van een
wereld die transcendent is aan de onze.
Als je een wit paard ziet en daarna het zwart paard zal je over beide
zeggen dat het paarden zijn, maar ze hebben een niet-waarneembaar
verband. Dit verband is een idee, volmaakt en onveranderbaar, in de
transcendente wereld.
Transcendente wereld = zijn Onze wereld = niet-zijn
Het zijn is de kennis. Dit is de zintuigelijke waarneming.
We noemen dit de ideeënwereld. Het is onvolmaakt, het zijn
afschaduwingen van de
ideeënwereld.
De ideeënwereld is geordend op WORDEN
basis van:
- Participatie
- Gemeenschap
X = eerste oorzaak MENING
XX
X X X
De eerste oorzaak is volmaakt en
is het idee van het goede (= de
bron van de ware ideeën).
“De wereld die we niet kunnen zien is de ware wereld, die met de
ideeën.”
Allegorie van de grot! Pagina 31
Er ontstaan 2 soorten kennissen:
- Epistèmè (ware kennis)
Kennis
Mensbeeld met lichaam en ziel.
‘Het weer herinneren van ideeën.’
Dit herinneren zal komen door in dialoog te gaan.
- Doxa
= Kennis over de zintuiglijke waarneming.
Mening