3
:
Ondernemingsrecht
-‐
Actualiteit
Inhoudsopgave
Deel
1
:
Inleiding
.................................................................................................................
3
Hoofdstuk
1
:
Handels-‐,
vennootschaps-‐
en
economisch
recht
.....................................................
3
1
Handelsrecht
................................................................................................................................
3
2
Economisch
recht
.........................................................................................................................
4
3
Vennootschapsrecht
.....................................................................................................................
4
Hoofdstuk
2
:
Handelaars
en
ondernemingen
..............................................................................
5
1
STELLINGEN
..................................................................................................................................
5
2
Handelaar
.....................................................................................................................................
6
3
Ondernemingen
...........................................................................................................................
6
4
Handels-‐
(en
burgerlijke-‐)vennootschap:
.....................................................................................
6
5
“Objectieve
en
subjectieve
daden
van
koophandel”:
..................................................................
7
Hoofdstuk
3
:
enkele
basisverplichtingen
van
handelaars
en
ondernemingen
..............................
7
1
Inschrijving
in
de
Kruispuntbank
van
Ondernemingen
(Boek
III
WER):
........................................
7
2
Houder
zijn
van
een
financiële
rekening
(K.B.
nr.
56
van
10
november
1967):
...........................
8
3
Afgifte
van
een
factuur
aan
de
klant:
...........................................................................................
8
4
Bijhouden
van
koopmansboeken
en
het
opstellen
en,
in
de
meeste
gevallen,
publiceren
van
een
jaarrekening
(Boek
III
WER):
.....................................................................................................
9
Hoofdstuk
4
:
Enkele
bijzondere
regels
tussen/tegen
handelaars
en
ondernemingen
..................
9
1
Passieve
hoofdelijkheid
onder
handelaars:
..................................................................................
9
2
Vermoeden
van
kennis
van
verborgen
gebreken
door
beroepsverkoper
....................................
9
3
Bewijs
in
handelszaken
...............................................................................................................
10
4
Bewijs
In
burgerlijke
zaken
.........................................................................................................
10
Hoofdstuk
5
:
Onderneming,
vennootschap
en
rechtspersoon
...................................................
12
1
Eenmanszaak
..............................................................................................................................
12
2
Wat
is
een
(vennootschap-‐)rechtspersoon?
..............................................................................
13
OEFENCASUSSEN
.......................................................................................................................
14
Deel
3
:
Vertegenwoordiging,
tussenpersonen
en
distributie
............................................
16
1
STELLINGEN
................................................................................................................................
16
Hoofdstuk
1
:
Vertegenwoordiging
van
de
onderneming
...........................................................
16
Hoofdstuk
2
:
Handelstussenpersonen
.......................................................................................
17
1
Situering
–
vergelijking
distributeurs
&
Handelstussenpersonen
..............................................
17
2
Onderscheidingscriteria
handelstussenpersonen
......................................................................
17
3
MAKELAAR
..................................................................................................................................
18
4
Handelsagent
..............................................................................................................................
19
5
Commissionair
............................................................................................................................
22
Hoofdstuk
3
:
Distributeurs
........................................................................................................
23
1
Precontractuele
fase
..................................................................................................................
23
2
Franchising
.................................................................................................................................
24
3
Concessie
(art.
I,11,
3°
WER)
.....................................................................................................
24
OEFENCASUSSEN
.......................................................................................................................
27
Deel
4
:
Vrijheid
van
onderneming
en
mededinging
..........................................................
29
Hoofdstuk
1
:
Mededingingsrecht
..............................................................................................
29
Hoofdstuk
2
:
Marktpraktijken
en
consumentencontracten
.......................................................
30
1
, 1
Inleiding
......................................................................................................................................
30
2
Informatie
van
de
markt
.............................................................................................................
31
3
Overeenkomsten
met
consumenten
..........................................................................................
33
4
Verboden
praktijken
...................................................................................................................
38
5
Handhaving
.................................................................................................................................
41
Hoofdstuk
3
:Vrijheid
van
ondernemen
en
beperkingen
............................................................
41
1
Inleiding
......................................................................................................................................
41
2
Auteursrechten
...........................................................................................................................
42
3
Merkenrecht
...............................................................................................................................
43
4
Octrooirecht
...............................................................................................................................
44
OEFENCASSUSEN
.......................................................................................................................
45
2
,Handels-‐
en
Economisch
recht
Deel
1
:
Inleiding
Hoofdstuk
1
:
Handels-‐,
vennootschaps-‐
en
economisch
recht
Burgerlijk
recht
Handelsrecht
B.W.
1804
+
bijz.
wetten
W.Kh.
1807
+
bijz.
wetten
=
regeling
m.b.t
Belgisch
privaatrecht,
bevat
heel
wat
rechtszaken
(personen-‐
en
familierecht,
goederenrecht
en
verbintenissenrecht)
Bv.
Koop,
leningen,
lastgeving,…
BINNEN
HET
PRIVAATRECHT
IS
…
burgerlijk
recht
=
“gemeen
recht”
handelsrecht
=
“bijzonder
recht”
à
van
toepassing
op
de
gewone
à
“commerciële
materies”
regelt
verhoudingen
tussen
particulieren
à
van
toepassing
is
op
“handelaars”
(=
bijzonder
handelsrecht)
“Afwijkend
handelsrecht”:
handelsrechtelijke
regels
die
afwijken
van
de
overeenkomstige
regels
uit
het
burgerlijk
recht
1
H andelsrecht
=
het
geheel
van
rechtsregels,
van
toepassing
op
handelaars
(of
koopman),
die
daden
van
koophandel
uitoefent
en
daarvan
hoofdzakelijk
of
aanvullend
zijn
beroep
van
maakt,
met
als
doel
winst
te
maken.
• van
toepassing
op
handelaars-‐natuurlijke
personen
en
handelsvennootschappen
Bronnen?
:
Wetboek
van
koophandel
1807
(W.Kh.)
en
#
bijzondere
wetten
(WCO,
Faill.
W.)
Oorsprong?
Ontstaan
in
de
Middeleeuwen
à
gemaakt
voor
en
door
de
handelaars
Waarom?
Was
het
bestaand
burgerlijk
recht
(van
de
Romeinen)
niet
genoeg?
JA
/
NEE
JA
à
=
gemeenrecht
was
van
toepassingen
op
alle
verhoudingen
tussen
particulieren
NEE
à
Zij
hadden
een
aantal
nieuwe
juridische
figuren
ontwikkeld
:
Bv.
De
verzekering,
het
transportcontract,
wissel,
vormen
van
leningen
Resultaat?
Ontstaan
bijzonder
handelsrecht
à
Extra
regels
die
niet
in
het
burgerlijke
wetboek
staan
3
,Later
…
?
Ontstaan
Afwijkend
handelsrecht
à
Gemeenrecht
was
van
toepassing
voor
kosteloze
mandaten
(=
opdracht
die
je
krijgt
van
de
lastgever
die
je
in
zijn
naam
moet
uitvoeren
zonder
vergoeding)
à
Nu
zijn
de
uitvoerders
wel
vergoedt
Lastgevingovereenkomsten
=
mandaat
:
Bv.
Handelaar
geeft
de
opdracht
aan
een
andere
handelaar
om
naar
de
jaarmarkt
in
Brugge
te
gaan
om
iets
te
kopen
=
De
handelaar
zelf
gaat
niet
Faillissementsrecht
=
Enkel
handelaars
kunnen
failliet
gaan
2
E conomisch
r echt
=
het
geheel
van
de
rechtsregels
dat
erop
gericht
is
de
vrije
een
eerlijke
concurrentie
op
de
economische
markten
te
vrijwaren
(=
te
beschermen).
• Van
toepassing
op
handelaars
en
ondernemingen
:
• elke
natuurlijke
persoon
of
rechtspersoon
• die
op
duurzame
wijze
• een
economisch
doel
(commercieel
of
burgerlijk)
nastreeft
(art.
I.1,
1°
WER)
Bronnen?
nieuw
Wetboek
van
economisch
recht
2013
(“WER”)
Oorsprong
?
20ste
eeuw
à
Handels-‐
en
economisch
recht
laten
evolueren
tot
ondernemingsrecht
3
V ennootschapsrecht
Vennoot
=
iemand
die
aandelen
heeft
Vennootschapsrecht
=
recht
die
van
toepassing
is
op
vennootschappen
Vennootschap
=
overeenkomst
tussen
twee
of
meer
personen
die
iets
in
gemeenschap
brengen
(
=
inbreng
in
de
vennootschap).
Met
als
doel
één
of
meer
nauwkeurig
omschreven
(commerciële
of
burgerlijke)
activiteiten
uit
te
oefenen
Burgerlijke
vennootschap
Commerciële
vennootschapp
Kan
niet
failliet
gaan
Wel
failliet
gaan
Handelsrecht
niet
van
toepassing
Handelsrecht
van
toepassing
à
wel
burgerlijk
recht
Bv.
Vrije
beroepen
à
zijn
quasi
altijd
ondernemingen
=
op
winst
gericht
met
het
oogmerk
aan
de
vennoten
een
rechtstreeks
of
onrechtstreeks
vermogensvoordeel
te
bezorgen
(art.
1
W.Venn.).
Bron
?
Wetboek
van
vennootschappen
1999
(artikel
1
W.Venn.)
4
, ACTUALITEIT
o Wet
van
11
augustus
2017
houdende
invoeging
van
boek
XX
“Insolventie
van
ondernemingen”
in
het
WER
–
afschaffing
WCO
en
Faill.W.
en
invoering
gemoderniseerd
insolventierecht
–
inwerkingtreding
1
mei
2018
o Voorontwerp
over
hervorming
ondernemingsrecht
/
WER
–
afschaffing
W.Kh.,
nieuw
ondernemingsbegrip
in
WER,
uitbreiding
van
handelsrechtelijke
basisverplichtingen
en
regels
tot
alle
ondernemingen,…
o Voorontwerp
over
hervorming
vennootschapsrecht
–
afschaffing
W.Venn.
en
invoering
nieuw
W.Venn.&Ver.
Onderneming
die
niet
in
deelverzameling
van
handelaars
zit
(zijn
geen
handelaars)
=
elk
vrij
beroep
(advocaat,
dokter)
en
kunnen
tot
nu
toe
nog
niet
failliet
verklaard
worden
Hoofdstuk
2
:
Handelaars
en
ondernemingen
1
S TELLINGEN
1.
Alle
ondernemingen
zijn
handelaars
maar
niet
alle
handelaars
zijn
ondernemingen
à
FOUT,
niet
alle
ondernemingen
zijn
handelaars,
maar
alle
handelaars
zijn
ondernemingen
2.
Wanneer
een
handelaar
“objectieve
daden
van
koophandel”
stelt,
wordt
winstoogmerk
vermoed,
maar
dit
vermoeden
kan
worden
weerlegd.
3.
Een
handelsvennootschap
is
een
onderneming,
maar
een
burgerlijke
vennootschap
niet.
à
FOUT,
alle
vennootschappen
zijn
ondernemingen
4.
Een
onderneming
is
in
elk
geval
een
rechtspersoon.
à
FOUT
is
een
natuurlijk
persoon
geen
rechtspersoon
5.
Wie
een
onderneming
wil
starten,
moet
zich
gaan
inschrijven
bij
een
ondernemingsloket.
6.
Alleen
handelaars-‐natuurlijke
personen
kunnen
failliet
gaan.
à
JUIST,
maar
niet
lang
meer.
7.
Wie
als
handelaar
samen
met
een
andere
handelaar
gehouden
is
tot
eenzelfde
contractuele
schuld,
is
dat
nooit
voor
een
gelijk
deel.
8.
Beoefenaars
van
een
vrije
beroep
kunnen
niet
failliet
gaan.
à
JUIST
9.
Ook
al
is
de
waarde
van
een
transactie
lager
dan
375
euro,
je
kan
nooit
met
getuigen
bewijzen
tegen
en
boven
de
inhoud
van
een
geschreven
contract.
10.
Een
handelaar
kan
zich
niet
beroepen
op
een
factuur
die
hij
zelf
heeft
opgesteld,
behalve
tegenover
een
andere
handelaar.
5