SAMENVATTING BIJZONDER
STRAFRECHT
Boek: Bijzonder strafrecht, strafrechtelijke
handhaving van sociaal-economisch en fiscaal
recht in Nederland
Universiteit Utrecht
Megan Preud’homme
,INHOUDSOPGAVE
Week 1: Bijzonder strafrecht I: fiscaal en straf- en boeterecht...............3
Hoofdstuk 8 – Algemene wet inzake rijksbelastingen..........................................3
Hoofdstuk 9 – Fiscale delicten...........................................................................14
Week 2: Bijzonder strafrecht II: WED, beurs-en effectenstrafrecht.......20
Hoofdstuk 6 – De Wet op de economische delicten...........................................21
Hoofdstuk 10 – De Wet op het financieel toezicht.............................................27
Hoofdstuk 12 – Het materieelstrafrechtelijk legaliteitsbeginsel in het bijzonder
strafrecht........................................................................................................... 35
Week 3: De relatie tussen bijzonder en commuun strafrecht; bestuurlijk
boeterecht........................................................................................42
Hoofdstuk 11 – Marktmisbruik...........................................................................42
Week 4 – de relatie tussen bijzonder en commuun strafrecht; bestuurlijk
boeterecht........................................................................................51
Hoofdstuk 13 – Wederrechtelijkheid in het bijzonder strafrecht........................51
Hoofdstuk 3 – Algemeen.................................................................................... 55
Hoofdstuk 14 – Subjectieve bestanddelen.........................................................60
Week 5 – de onderzoeksfase: opsporing in het bijzonder strafrecht.....65
Hoofdstuk 16 – De onderzoeksfase: toezicht, controle en opsporing................65
Week 7 – Vervolging en berechting: samenloop van straf-en beboetbare
feiten; samenloop van sancties..........................................................75
Hoofdstuk 15 – Sancties.................................................................................... 75
Hoofdstuk 17 – Vervolging en berechting..........................................................82
,WEEK 1: BIJZONDER STRAFRECHT I: FISCAAL EN STRAF EN
BOETERECHT
HOOFDSTUK 8 – ALGEMENE WET INZAKE RIJKSBELASTINGEN
Het fiscale straf en boeterecht kent een groot aantal afwijkingen en aanvullingen ten
opzichte van het commune strafrecht, zowel op het materiële als formele vlak. Het
kan in twee delen worden onderscheiden: het eerste deel bestaat uit het materiële
belastingrecht, wie is de belasting verschuldigd, wat is de grondslag van de belasting
en welk tarief moet worden gehanteerd? Daarnaast is er ook het formele
belastingrecht. Dit zijn de regels die zorgen dat de materiële belastingschuld
uiteindelijk uitmondt in een betaling, of in sommige gevallen juist meebrengen dat de
materiële belastingschuld niet meer geïnd kan worden. Hoofdstuk 8 gaat over het
formele belastingrecht.
2. Kernbegrippen en bepalingen van algemene aard
Belangrijke weten regelgeving
- Algemene wet bestuursrecht
- Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR): hierin zijn voorschriften
opgenomen die specifiek voor het fiscale recht gelden en/of waarbij expliciet
wordt afgeweken van de Awb.
Van belang is om onderscheid te maken tussen rijksbelastingen en de heffingen van
een decentrale overheid. Belastingen van het Rijk worden in verband met art.104
GW (legaliteitsbeginsel) bij wet ingevoerd, gewijzigd en ingetrokken. Op grond van
de definitie van art.1 lid 2 eerste volzin jo. Art.1 lid 1 AWR, kunnen de volgende
heffingen als rijksbelastingen worden aangemerkt:
- De inkomensbelasting
- De vennootschapsbelasting
- De loonbelasting
- De dividendbelasting
- De omzetbelasting
, - De belasting van personenauto’s en motorrijwielen
- De motorrijwielenbelasting
- De belasting van zware motorrijtuigen
- De rechten van invoer en uitvoer
- De accijnzen
- De kansspelbelasting
- De belastingen van rechtsverkeer (overdrachtsbelasting, assurantiebelasting
en kapitaalsbelasting)
- De rechten van successie, overgang en schenking
- De belastingen op milieugrondslag
De AWR is de kernbron van de fiscale strafbepalingen en de regels van
strafvordering.
3. Organisatie van de fiscale handhaving
De Belastingdienst bestaat uit verschillende onderdelen:
- 13 belastingregio’s met in elke regio een aantal belastingkantoren
- 4 douaneregio’s met in elke regio een aantal douanekantoren
- De centrale administratie die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van een
aantal centrale processen, zoals het verwerken van de aangiftes.
- De FIODECD die verantwoordelijk is voor het opsporen van economische,
fiscale en financiële fraude.
- Belastingdienst/Toeslagen die verantwoordelijk is voor het verstrekken van
inkomensafhankelijke toeslagen voor kinderopvang, huur en zorg
- De BelastingTelefoon die als vraagbaak dient voor zowel particulieren als
ondernemers
- Ook de facilitaire centra spelen een belangrijke rol. Zij leveren medewerkers
de middelen die nodig zijn bij het uitvoeren van hun taken.
De wet kent niet aan de Belastingdienst als zodanig bevoegdheden toe, maar wel
aan functionarissen. Namelijk aan de directeur, inspecteur (art. 6, 11, 47 AWR) en
ontvanger. Zij kunnen worden gezien als de functionarissen die als zodanig bij
ministeriële regeling is aangewezen (art.2 lid 3 sub b AWR).
Naast de heffing en invordering van belastingen kent de wet ook een aantal
bevoegdheden toe aan het bestuur van ’s Rijks belastingen (art.76 lid 2 en 80 lid 2
AWR). Op grond van art.84 AWR zijn zij ook de ambtenaren die contact
onderhouden met het OM.
Het is de FIODECD die zich richt op de opsporing van fiscale delicten naar
aanleiding van fraudezaken die door de eenheden van de Belastingdienst worden
aangeleverd. Ze hebben ook de taak van de opsporing van douanedelicten en de