Organisatieniveau’s:
Molecuul -> organel (onderdeel van de cel) -> cel (het kleinste niveau dat levend is) -> weefsel ->
orgaan -> orgaanstelsel(vb: zenuwstelsel, skelet) -> organisme (door combinatie van orgaanstelsel
werkt alles samen: emergente eigenschap) -> populatie (aantal organisme van dezelfde soort) ->
levensgemeenschap (soorten populaties in een gebied) -> ecosysteem -> bioom -> biosfeer (het
gedeelte op aarde waar leven is)
Molecuul -> organel (onderdeel van de cel) -> cel (het kleinste niveau dat levend is) -> weefsel ->
orgaan -> orgaanstelsel(vb: zenuwstelsel, skelet) -> organisme (door combinatie van orgaanstelsel
werkt alles samen: emergente eigenschap) -> populatie (aantal organisme van dezelfde soort) ->
levensgemeenschap (soorten populaties in een gebied) -> ecosysteem -> bioom -> biosfeer (het
gedeelte op aarde waar leven is)