Bedrijfswetenschappen: thema 5 (1)
Samenvatting level 1
ÉÉNMANSZAAK EN EEN VENNOOTSCHAP
Er zijn heel wat verschillen tussen een éénmanszaak en een vennootschap. De voordelen
van een éénmanszaak zijn: minder administratie en boekhouding, er is geen startkapitaal
vereist bij het oprichten en de eigenaar kan alles zelf beslissen. De nadelen van een
éénmanszaak zijn: zware en hoge belastingen en er heerst een onbeperkte
aansprakelijkheid. De voordelen van een vennootschap zijn: minder (zware) belasting en
een beperkte aansprakelijkheid. De nadelen van een vennootschap zijn: veel
administratie en dubbele boekhouding, er is een startkapitaal vereist bij het oprichten
van een vennootschap en de eigenaar kan niet altijd alles zelf beslissen. Een
éénmanszaak wordt vertegenwoordigt door een natuurlijk persoon, een vennootschap
door een rechtspersoon. Het grootste verschil bevindt zich op fiscaal vlak, de
belastingen.
PERSONENBELASTING OF VENNOOTSCHAPSBELASTING
De personenbelasting is van toepassing op particulieren en zelfstandigen met een
eenmanszaak. De fiscus berekent de belastingen op het nettoberoepsinkomen van de
eenmanszaak. Dat zijn de ontvangen beroepsinkomsten verminderd met de
beroepskosten. In de personenbelasting worden alle inkomsten opgenomen, ook de
inkomsten die de zelfstandige eventueel nog heeft als werknemer. Een vennootschap
zoals een nv, bv of vof valt onder de vennootschapsbelasting. Ze wordt berekend op de
winst van de vennootschap. Om de winst van een vennootschap te bepalen worden de
inkomsten verminderd met de bewezen uitgaven. Het eenvormige belastingtarief bij de
vennootschapsbelasting van 25 % (20 % bij sommige kmo’s) is minder dan het
progressief tarief van de personenbelasting (25, 40, 45 en 50 %).
VERLOOP VAN EEN BELASTINGAANGIFTE BIJ EENMANSZAKEN
Het kalenderjaar waarin de inkomsten gerealiseerd zijn, heet het inkomstenjaar of het
belastbaar tijdperk. In het aanslagjaar, het jaar volgend op het inkomstenjaar, vult de
zelfstandige of zijn boekhouder de belastingaangifte in met alle inkomsten en aftrekbare
uitgaven. Het aanslagbiljet met het bedrag van de te betalen belasting wordt vanaf
september in het aanslagjaar verstuurd. In de aangifte moeten alle inkomsten worden
opgenomen:
- inkomsten van onroerende goederen (kadastraal inkomen, huur …)
- inkomsten van roerende goederen en kapitalen (interest van een spaarboekje …)
- beroepsinkomsten (werknemersbezoldiging, vervangingsinkomen, pensioen …)
- diverse inkomsten (alimentatiegeld, toevallige winsten …).
Sommige uitgaven zoals dienstencheques, hypothecaire lening(en) of pensioensparen,
geven recht op een belastingvermindering. De aangifte wordt ingevuld in een digitale
toepassing, Tax-on-web.
NETTO-INKOMEN
Het netto belastbaar inkomen of kortweg netto-inkomen van een zelfstandige is de
omzet verminderd met de kosten die hij maakt in het kader van de uitoefening van zijn
zelfstandige beroepsactiviteit, de sociale bijdragen en de bijdragen in het kader van het
(sociaal) vrij aanvullend pensioen (VAPZ).
1
Samenvatting level 1
ÉÉNMANSZAAK EN EEN VENNOOTSCHAP
Er zijn heel wat verschillen tussen een éénmanszaak en een vennootschap. De voordelen
van een éénmanszaak zijn: minder administratie en boekhouding, er is geen startkapitaal
vereist bij het oprichten en de eigenaar kan alles zelf beslissen. De nadelen van een
éénmanszaak zijn: zware en hoge belastingen en er heerst een onbeperkte
aansprakelijkheid. De voordelen van een vennootschap zijn: minder (zware) belasting en
een beperkte aansprakelijkheid. De nadelen van een vennootschap zijn: veel
administratie en dubbele boekhouding, er is een startkapitaal vereist bij het oprichten
van een vennootschap en de eigenaar kan niet altijd alles zelf beslissen. Een
éénmanszaak wordt vertegenwoordigt door een natuurlijk persoon, een vennootschap
door een rechtspersoon. Het grootste verschil bevindt zich op fiscaal vlak, de
belastingen.
PERSONENBELASTING OF VENNOOTSCHAPSBELASTING
De personenbelasting is van toepassing op particulieren en zelfstandigen met een
eenmanszaak. De fiscus berekent de belastingen op het nettoberoepsinkomen van de
eenmanszaak. Dat zijn de ontvangen beroepsinkomsten verminderd met de
beroepskosten. In de personenbelasting worden alle inkomsten opgenomen, ook de
inkomsten die de zelfstandige eventueel nog heeft als werknemer. Een vennootschap
zoals een nv, bv of vof valt onder de vennootschapsbelasting. Ze wordt berekend op de
winst van de vennootschap. Om de winst van een vennootschap te bepalen worden de
inkomsten verminderd met de bewezen uitgaven. Het eenvormige belastingtarief bij de
vennootschapsbelasting van 25 % (20 % bij sommige kmo’s) is minder dan het
progressief tarief van de personenbelasting (25, 40, 45 en 50 %).
VERLOOP VAN EEN BELASTINGAANGIFTE BIJ EENMANSZAKEN
Het kalenderjaar waarin de inkomsten gerealiseerd zijn, heet het inkomstenjaar of het
belastbaar tijdperk. In het aanslagjaar, het jaar volgend op het inkomstenjaar, vult de
zelfstandige of zijn boekhouder de belastingaangifte in met alle inkomsten en aftrekbare
uitgaven. Het aanslagbiljet met het bedrag van de te betalen belasting wordt vanaf
september in het aanslagjaar verstuurd. In de aangifte moeten alle inkomsten worden
opgenomen:
- inkomsten van onroerende goederen (kadastraal inkomen, huur …)
- inkomsten van roerende goederen en kapitalen (interest van een spaarboekje …)
- beroepsinkomsten (werknemersbezoldiging, vervangingsinkomen, pensioen …)
- diverse inkomsten (alimentatiegeld, toevallige winsten …).
Sommige uitgaven zoals dienstencheques, hypothecaire lening(en) of pensioensparen,
geven recht op een belastingvermindering. De aangifte wordt ingevuld in een digitale
toepassing, Tax-on-web.
NETTO-INKOMEN
Het netto belastbaar inkomen of kortweg netto-inkomen van een zelfstandige is de
omzet verminderd met de kosten die hij maakt in het kader van de uitoefening van zijn
zelfstandige beroepsactiviteit, de sociale bijdragen en de bijdragen in het kader van het
(sociaal) vrij aanvullend pensioen (VAPZ).
1