Deel 4 Zakenrecht en zekerheden
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave..............................................................................................................1
1Goederen: soorten en belang......................................................................................2
1.1Begrip en soorten van goederen..........................................................................2
1.2Roerende en onroerende goederen.....................................................................2
1.2.1Onroerende goederen....................................................................................2
1.2.2Roerende goederen.......................................................................................3
1.2.3Belang van het onderscheid tussen roerende en onroerende goederen......3
1.3Gebruiks- en verbruiksgoederen..........................................................................3
1.4Lichamelijke en onlichamelijke goederen.............................................................4
1.5Zaken in en buiten de handel...............................................................................4
1.6Domeingoederen..................................................................................................4
2Zakelijke rechten.........................................................................................................4
2.1Begrip, kenmerken en soorten..............................................................................4
2.2Eigendomsrecht....................................................................................................5
2.2.1Begrip en samenstelling.................................................................................5
2.3Vruchtgebruik........................................................................................................5
2.3.1Begrip.............................................................................................................5
2.3.2Kenmerken.....................................................................................................5
2.3.3Totstandkoming..............................................................................................6
2.3.4Rechten en plichten van de vruchtgebruiker.................................................6
2.4Erfdienstbaarheden..............................................................................................7
2.4.1Begrip.............................................................................................................7
2.4.2Kenmerken.....................................................................................................8
3Zekerheden.................................................................................................................8
3.1Begrip en belang...................................................................................................8
3.2Indeling.................................................................................................................8
3.3Kenmerken van zakelijke zekerheden..................................................................9
3.4Voorrechten...........................................................................................................9
3.4.1Begrip.............................................................................................................9
3.4.2Toepassingen.................................................................................................9
3.5Hypotheek.............................................................................................................9
3.5.1Begrip.............................................................................................................9
3.6Pand....................................................................................................................10
1
,In het zakenrecht vinden we de regels die betrekking hebben op de goederen die ter
beschikking staan van de persoon.
De patrimoniale rechten of vermogensrechten, die rechten hebben een geldelijke
waarde en kunnen verhandeld worden.
Binnen vermogensrechten onderscheiden we 2 grote onderdelen:
- Zakelijke rechten
- Vorderingsrechten
1 Goederen: soorten en belang
1.1 Begrip en soorten van goederen
Twee betekenissen:
- Materiële of lichamelijke goederen
alle zaken die we kunnen bezitten
- Onlichamelijke goederen
Alle rechten, rechten kunnen het voorwerp vormen van een ander recht
1.2 Roerende en onroerende goederen
Alle goederen kunnen ofwel roerend ofwel onroerend zijn, niet beide of niet iets
anders. Hetzelfde geld ook voor rechten.
1.2.1 Onroerende goederen
Ze zijn in principe niet verplaatsbaar, er zijn 3 soorten:
- Uit hun aard
- Door bestemming
- Door het voorwerp waarop zij betrekking hebben
1.2.1.1 Onroerende goederen uit hun aard
Ze zitten vast aan de grond
- Gronderven (terreinen, gronden)
- Gebouwen, onroerend door incorporatie (huizen, telefoonpaal, dakgoot huis,
spoorwegen, bruggen…)
- Planten, in geval van hydrocultuur (geen binding tussen plant en bodem)
zullen planten en vruchten voor de oogst een roerend karakter hebben
- Buizen
1.2.1.2 Onroerend door bestemming
Goederen die uit hun aard roerend zijn, maar die een dergelijke band hebben met
het onroerend goed waardoor ze ook als niet-verplaatsbaar worden beschouwd.
Deze roerende goederen houden zeer nauw verband met de exploitatie of verfraaiing
van het onroerend goed of zijn er bestendig mee verbonden. Een aantal
voorwaarden:
- Het onroerend en roerend goed moeten dezelfde eigenaar hebben
- Tussen het onroerend en het roerend goed moet een bindteken zijn, deze kan
economisch of materieel zijn. De goederen moeten dus niet alleen lichamelijk,
maar ook duurzaam zijn.
Accesorium sequitur principale
2
, 1.2.1.3 Onroerende goederen door het voorwerp waarop zij betrekking
hebben
De rechten en de schuldvorderingen die betrekking hebben op een onroerend goed
1.2.2 Roerende goederen
Alle goederen die niet onroerend zijn, zijn roerend. Er zijn 2 soorten
- Roerend uit hun aard
- Roerend door wetsbepaling
1.2.2.1 Roerende goederen uit hun aard
De lichamelijke roerende goederen zijn goederen die verplaatsbaar zijn (hetzij uit
eigen kracht, hetzij door werking van een vreemde kracht) en niet beschouwd
worden als ontroerend door bestemming.
1.2.2.2 Roerende goederen door wetsbepaling
Roerende rechten en rechtsvorderingen, ze hebben betrekking op roerende
goederen of door de wet als roerend beschouwd worden. Criteria:
- Roerende rechten, zakelijke rechten op roerende goederen
- Schuldvorderingen, een geven, doen of niet doen
1.2.2.3 Roerende goederen door anticipatie
Deze categorie is niet terug te vinden in het Burgerlijk Wetboek. Ze werd ontwikkeld
door de rechtspraak en verder uitgewerkt door de rechtsleer.
Het gaat om een niet dwingend recht, de partijen kunnen hier dus van afwijken.
Wortelvaste vruchten kunnen verkocht worden als ze nog in de grond zitten. De
partijen hebben de intentie om ze als roerende goederen te behandelen.
Ze zijn dus niet vatbaar voor hypotheek en de koper verkrijgt het eigendomsrecht
door inbezitneming.
1.2.3 Belang van het onderscheid tussen roerende en
onroerende goederen
- In het erfrecht
- Enkel onroerende goederen zijn vatbaar voor hypotheek
- Voor roerende goederen geldt het bezit als titel
- Bij overdracht van onroerende goederen zij registratierechten van toepassing,
bij roerende goederen btw
1.3 Gebruiks- en verbruiksgoederen
Gebruiksgoederen: kan je meer dan 1 keer gebruiken, ze gaan ten onder door
slijtage, defect of een externe oorzaak.
Verbruiksgoederen: verdwijnen bij het eerste gebruik
Lening van verbruikbare zaken:
Op het einde van de overeenkomst moet de lener een gelijkaardig goed teruggeven.
Bij verlies van het goed, zelf ten gevolge van overmacht, zal de lener de waarde van
de geleende zaak teruggeven
Bruiklening:
De lener is verplicht dezelfde zaak terug te geven. De lener is niet aansprakelijk bij
het tenietgaan van het goed. De uitlener draagt het risico.
3
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave..............................................................................................................1
1Goederen: soorten en belang......................................................................................2
1.1Begrip en soorten van goederen..........................................................................2
1.2Roerende en onroerende goederen.....................................................................2
1.2.1Onroerende goederen....................................................................................2
1.2.2Roerende goederen.......................................................................................3
1.2.3Belang van het onderscheid tussen roerende en onroerende goederen......3
1.3Gebruiks- en verbruiksgoederen..........................................................................3
1.4Lichamelijke en onlichamelijke goederen.............................................................4
1.5Zaken in en buiten de handel...............................................................................4
1.6Domeingoederen..................................................................................................4
2Zakelijke rechten.........................................................................................................4
2.1Begrip, kenmerken en soorten..............................................................................4
2.2Eigendomsrecht....................................................................................................5
2.2.1Begrip en samenstelling.................................................................................5
2.3Vruchtgebruik........................................................................................................5
2.3.1Begrip.............................................................................................................5
2.3.2Kenmerken.....................................................................................................5
2.3.3Totstandkoming..............................................................................................6
2.3.4Rechten en plichten van de vruchtgebruiker.................................................6
2.4Erfdienstbaarheden..............................................................................................7
2.4.1Begrip.............................................................................................................7
2.4.2Kenmerken.....................................................................................................8
3Zekerheden.................................................................................................................8
3.1Begrip en belang...................................................................................................8
3.2Indeling.................................................................................................................8
3.3Kenmerken van zakelijke zekerheden..................................................................9
3.4Voorrechten...........................................................................................................9
3.4.1Begrip.............................................................................................................9
3.4.2Toepassingen.................................................................................................9
3.5Hypotheek.............................................................................................................9
3.5.1Begrip.............................................................................................................9
3.6Pand....................................................................................................................10
1
,In het zakenrecht vinden we de regels die betrekking hebben op de goederen die ter
beschikking staan van de persoon.
De patrimoniale rechten of vermogensrechten, die rechten hebben een geldelijke
waarde en kunnen verhandeld worden.
Binnen vermogensrechten onderscheiden we 2 grote onderdelen:
- Zakelijke rechten
- Vorderingsrechten
1 Goederen: soorten en belang
1.1 Begrip en soorten van goederen
Twee betekenissen:
- Materiële of lichamelijke goederen
alle zaken die we kunnen bezitten
- Onlichamelijke goederen
Alle rechten, rechten kunnen het voorwerp vormen van een ander recht
1.2 Roerende en onroerende goederen
Alle goederen kunnen ofwel roerend ofwel onroerend zijn, niet beide of niet iets
anders. Hetzelfde geld ook voor rechten.
1.2.1 Onroerende goederen
Ze zijn in principe niet verplaatsbaar, er zijn 3 soorten:
- Uit hun aard
- Door bestemming
- Door het voorwerp waarop zij betrekking hebben
1.2.1.1 Onroerende goederen uit hun aard
Ze zitten vast aan de grond
- Gronderven (terreinen, gronden)
- Gebouwen, onroerend door incorporatie (huizen, telefoonpaal, dakgoot huis,
spoorwegen, bruggen…)
- Planten, in geval van hydrocultuur (geen binding tussen plant en bodem)
zullen planten en vruchten voor de oogst een roerend karakter hebben
- Buizen
1.2.1.2 Onroerend door bestemming
Goederen die uit hun aard roerend zijn, maar die een dergelijke band hebben met
het onroerend goed waardoor ze ook als niet-verplaatsbaar worden beschouwd.
Deze roerende goederen houden zeer nauw verband met de exploitatie of verfraaiing
van het onroerend goed of zijn er bestendig mee verbonden. Een aantal
voorwaarden:
- Het onroerend en roerend goed moeten dezelfde eigenaar hebben
- Tussen het onroerend en het roerend goed moet een bindteken zijn, deze kan
economisch of materieel zijn. De goederen moeten dus niet alleen lichamelijk,
maar ook duurzaam zijn.
Accesorium sequitur principale
2
, 1.2.1.3 Onroerende goederen door het voorwerp waarop zij betrekking
hebben
De rechten en de schuldvorderingen die betrekking hebben op een onroerend goed
1.2.2 Roerende goederen
Alle goederen die niet onroerend zijn, zijn roerend. Er zijn 2 soorten
- Roerend uit hun aard
- Roerend door wetsbepaling
1.2.2.1 Roerende goederen uit hun aard
De lichamelijke roerende goederen zijn goederen die verplaatsbaar zijn (hetzij uit
eigen kracht, hetzij door werking van een vreemde kracht) en niet beschouwd
worden als ontroerend door bestemming.
1.2.2.2 Roerende goederen door wetsbepaling
Roerende rechten en rechtsvorderingen, ze hebben betrekking op roerende
goederen of door de wet als roerend beschouwd worden. Criteria:
- Roerende rechten, zakelijke rechten op roerende goederen
- Schuldvorderingen, een geven, doen of niet doen
1.2.2.3 Roerende goederen door anticipatie
Deze categorie is niet terug te vinden in het Burgerlijk Wetboek. Ze werd ontwikkeld
door de rechtspraak en verder uitgewerkt door de rechtsleer.
Het gaat om een niet dwingend recht, de partijen kunnen hier dus van afwijken.
Wortelvaste vruchten kunnen verkocht worden als ze nog in de grond zitten. De
partijen hebben de intentie om ze als roerende goederen te behandelen.
Ze zijn dus niet vatbaar voor hypotheek en de koper verkrijgt het eigendomsrecht
door inbezitneming.
1.2.3 Belang van het onderscheid tussen roerende en
onroerende goederen
- In het erfrecht
- Enkel onroerende goederen zijn vatbaar voor hypotheek
- Voor roerende goederen geldt het bezit als titel
- Bij overdracht van onroerende goederen zij registratierechten van toepassing,
bij roerende goederen btw
1.3 Gebruiks- en verbruiksgoederen
Gebruiksgoederen: kan je meer dan 1 keer gebruiken, ze gaan ten onder door
slijtage, defect of een externe oorzaak.
Verbruiksgoederen: verdwijnen bij het eerste gebruik
Lening van verbruikbare zaken:
Op het einde van de overeenkomst moet de lener een gelijkaardig goed teruggeven.
Bij verlies van het goed, zelf ten gevolge van overmacht, zal de lener de waarde van
de geleende zaak teruggeven
Bruiklening:
De lener is verplicht dezelfde zaak terug te geven. De lener is niet aansprakelijk bij
het tenietgaan van het goed. De uitlener draagt het risico.
3