HISTOLOGIE (ZeZi, H5)
HOOFDSTUK 5: HISTOLOGIE VAN HET CENTRAAL ZENUWSTELSEL
1. CEREBRUM
De cortex (hersenschors) bevat belangrijk deel grijze stof van cerebrum
Op aantal plaatsen in witte stof worden kernen grijze hersenstof gevonden (thalamus…)
Fylogenetische onderverdeling:
A. Allocortex (ouder deel):
- Archicortex: in hypocampus en gyrus dentatus, 3-LAGIG
- Paleocortex: gevormd door reukcortex, 3- tot 5-LAGIG
B. Iso-/neocortex (nieuwer deel): enkel bij zoogdieren, bij mens sterk ontwikkeld (ong. 90% vd
cerebrale cortex). 6-LAGIG
Neuronen in cerebrale cortex in kolommen verdeeld. Hoogte = dikte cortex.
Kolommen met breedte 0,5mm → functionele eenheid
Columnaire organisatie = kolom geprikkeld door afferente prikkels; alle cellen in deze kolom worden
geprikkeld.
1.1. Cytoarchitectuur van de neocortex
Cortex onderverdeeld in area’s via Brod-mann verdeling (52 area’s) o.b.v. neurontype, aantal en
specifieke schikking.
Verschillen tussen area’s niet voldoende specifiek om microscopisch te herkennen zonder kennis
plaats biopt.
2 speciefieke corticale area’s wel voldoende kenmerken van anderen: primaire motorische (area 4) en
primaire visuele cortex (area 17).
Dikte neocortex: 1,5 mm tot 4,5 mm
, I. Lamina molecularis/plexiformis
- vlak onder pia mater
- celarm: uitlopers cellen uit diepere lagen
- vezels lopen parallel aan oppervlak
- neuronen: horizontale cellen van Cajal.
- axon van cel van Cajal horizontaal en maakt synaps met dendrieten van piramidale cellen
II. Lamina granularis externa
- kleine piramidale: hoe dieper, hoe groter & apicale dendrieten die lopen naar opp. hersens
- stellaire cellen
- lateraal: dendrieten die horizontaal lopen
- basaal: axon naar diepere lagen toe
III. Lamina piramidalis externa
- middelgrote piramidale cellen: axon naar witte hersenstof
- cellen van Martinotti (ook in diepere lagen): klein en multipolair met korte dendrieten en
axon dat stijgt naar laag 1 (hier vertakt het T-vormig en loopt horizontaal)
IV. Lamina granularis interna
- stellaire cellen: dicht bij elkaar gelegen
- externe band van Baillarger: dense band door veel horizontaal lopende axonen. Zeer
prominent in primaire visuele cortex (hier stria van Gennari genoemd)
V. Lamina piramidalis interna
- cellen van Betz: grote piramidale cellen. Opvallend sterk ontwikkeld in primaire motorische
cortex (gyrus precentralis). Tot 120 microm. groot. Uppermotorneuronen.
- interne band van Baillarger
VI. Lamina multiformis
- verschillende types neuronen
- fusiforme cellen: loodrecht op hersenschors. Axon ontspringt zijdelings op cellichaam en
loopt naar lamina 1.
In alle lagen komen ook gliacellen voor. Afferente zenuwvezels ( waarvan cellichamen ergens anders
liggen in CZS) maken synaps hoog in cortex met dendrieten van efferente neuronen (waarvan
cellichamen liggen in diepere lagen van cortex).
Lagen van neocortex laag II & III van neocortex lijn van Gennari
Cellen van Betz in
lamina
piramidalis
interna van de
neocortex
HOOFDSTUK 5: HISTOLOGIE VAN HET CENTRAAL ZENUWSTELSEL
1. CEREBRUM
De cortex (hersenschors) bevat belangrijk deel grijze stof van cerebrum
Op aantal plaatsen in witte stof worden kernen grijze hersenstof gevonden (thalamus…)
Fylogenetische onderverdeling:
A. Allocortex (ouder deel):
- Archicortex: in hypocampus en gyrus dentatus, 3-LAGIG
- Paleocortex: gevormd door reukcortex, 3- tot 5-LAGIG
B. Iso-/neocortex (nieuwer deel): enkel bij zoogdieren, bij mens sterk ontwikkeld (ong. 90% vd
cerebrale cortex). 6-LAGIG
Neuronen in cerebrale cortex in kolommen verdeeld. Hoogte = dikte cortex.
Kolommen met breedte 0,5mm → functionele eenheid
Columnaire organisatie = kolom geprikkeld door afferente prikkels; alle cellen in deze kolom worden
geprikkeld.
1.1. Cytoarchitectuur van de neocortex
Cortex onderverdeeld in area’s via Brod-mann verdeling (52 area’s) o.b.v. neurontype, aantal en
specifieke schikking.
Verschillen tussen area’s niet voldoende specifiek om microscopisch te herkennen zonder kennis
plaats biopt.
2 speciefieke corticale area’s wel voldoende kenmerken van anderen: primaire motorische (area 4) en
primaire visuele cortex (area 17).
Dikte neocortex: 1,5 mm tot 4,5 mm
, I. Lamina molecularis/plexiformis
- vlak onder pia mater
- celarm: uitlopers cellen uit diepere lagen
- vezels lopen parallel aan oppervlak
- neuronen: horizontale cellen van Cajal.
- axon van cel van Cajal horizontaal en maakt synaps met dendrieten van piramidale cellen
II. Lamina granularis externa
- kleine piramidale: hoe dieper, hoe groter & apicale dendrieten die lopen naar opp. hersens
- stellaire cellen
- lateraal: dendrieten die horizontaal lopen
- basaal: axon naar diepere lagen toe
III. Lamina piramidalis externa
- middelgrote piramidale cellen: axon naar witte hersenstof
- cellen van Martinotti (ook in diepere lagen): klein en multipolair met korte dendrieten en
axon dat stijgt naar laag 1 (hier vertakt het T-vormig en loopt horizontaal)
IV. Lamina granularis interna
- stellaire cellen: dicht bij elkaar gelegen
- externe band van Baillarger: dense band door veel horizontaal lopende axonen. Zeer
prominent in primaire visuele cortex (hier stria van Gennari genoemd)
V. Lamina piramidalis interna
- cellen van Betz: grote piramidale cellen. Opvallend sterk ontwikkeld in primaire motorische
cortex (gyrus precentralis). Tot 120 microm. groot. Uppermotorneuronen.
- interne band van Baillarger
VI. Lamina multiformis
- verschillende types neuronen
- fusiforme cellen: loodrecht op hersenschors. Axon ontspringt zijdelings op cellichaam en
loopt naar lamina 1.
In alle lagen komen ook gliacellen voor. Afferente zenuwvezels ( waarvan cellichamen ergens anders
liggen in CZS) maken synaps hoog in cortex met dendrieten van efferente neuronen (waarvan
cellichamen liggen in diepere lagen van cortex).
Lagen van neocortex laag II & III van neocortex lijn van Gennari
Cellen van Betz in
lamina
piramidalis
interna van de
neocortex