Hoorcollege 1 natuur & beheer theorie (afgetoetst met
tentamen)
Boek: bosecologie jan de houten
Bos in Nederland: er is een zichtbare afname in bossen, nog 4 zichtbare bossen. Bossen zijn ontstaan
door invloed van adel.
- Drenths plateau, Utrechtse heuvelrug, in Brabant
- Oudere bossen Hoge Veluwe (door adel ontstaan)
- Minder bos in westen door intensieve melkvee en zeekleigebied
Tijdlijn bosareaal (moodle document tijdlijn bosbeheer, niet de periodes precies leren, essentie
snappen voor op de toets)
- Groene lijn: voedselrijke gronden
- Rode stippellijn: arme zandgronden
Periode 1: tijd van jagers en verzamelaars. Waren continu aan het trekken en reizen, geen vaste
standplaats
Periode 2: granenplukkers gaan reizen maar granen worden verbouwd, landbouw komt op
Periode 3: romeinen kwamen, gras werd teruggedrongen en infrastructuur kwam op. Makkelijker om
van punt A naar B te gaan, maar ook makkelijker om op 1 plek te blijven. Mensen gingen minder
reizen
Periode 4: bevolking neemt af, romeinen waren weer weg. Mensen gingen weer meer reizen. Bos
kwam weer op
Periode 5: samenleving ging zich meer organiseren (landheren die grond bezaten en uitbesteedde)
meer gestructureerde samenleving en meer onderlanden (1 middelpunt en vanuit daar werd
georganiseerd). Door deze structuur ging heel veel natuur weg, de economie ging een steeds
belangrijkere rol spelen. Rijkere gronden
Periode 6: de rijkere gronden werden bemest (groene lijn gaat omhoog)
Periode 7: melkveehouderij vestigde zich op de rijkere gronden (groene lijn) en de armere
zandgronden werden bebost
(rode lijn)
, Bosinductie percentage: ze kijken hoeveel procent uit Nl op dat moment uit bos bestaat
- Gaat ervanuit dat Nederlands bos ten onder is gegaan door grazers
Bosgemeenschap: plantengemeenschap die in bossen voorkomt. Bosgemeenschappen zijn van elkaar
te onderscheiden door de samenstelling en de structuur van de vegetatie
- Boomsoort van ondergeschikt belang
o Indeling vooral gebaseerd op struik- kruid en moslaag
o Associatie niveau vaak moeilijk te benomen
onder begroeiing slecht ontwikkeld
enkele dominante soorten
- rompgemeenschap
o systeemeigen soort -> vegetatieklasse-eigen
- derivaatgemeenschap
o systeemvreemde soort -> vegetatieklasse-vreemd
onderbegroeiing bepaalt bosgemeenschap!!! De boomlaag kan namelijk op elkaar lijken
- In NL vaak 1 dominante soort
Fasen bos (niet letterlijk in toets, wel weten)
- Pionier – 1 jaar; vooral gras en onder begroeiing, kiemkrachtig in fel licht: berk en grove den
en in schaduw de beuken
- Grasland – 2-5 jaar
- Ruigte – 5-10 jaar
- Struweel - 10-30 jaar
- Pioniers - >30 jaar
- Climaxbos- >100 jaar
Concurrentie: standplaatsfactoren, is de soort kiemkrachtig, gaat de soort het in deze omgeving
overleven
Dynamiek: verandering in factor/sturende kracht over tijd (en ruimte)
Bosbeheer: geheel van menselijke activiteiten die de structuur, de samenstelling en dynamiek van het
bosecosysteem sturen teneinde de doelstellingen van de eigenaar en/of beheerder te realiseren
- Je laat niet alleen bos groeien maar ook alles wat eromheen speelt
- Waar kan je op sturen?
Verschillende functie van bosbeheer (toets)
- Houtproductie = economie
- Natuurbehoud = ecologie
- Beleving = esthetisch
tentamen)
Boek: bosecologie jan de houten
Bos in Nederland: er is een zichtbare afname in bossen, nog 4 zichtbare bossen. Bossen zijn ontstaan
door invloed van adel.
- Drenths plateau, Utrechtse heuvelrug, in Brabant
- Oudere bossen Hoge Veluwe (door adel ontstaan)
- Minder bos in westen door intensieve melkvee en zeekleigebied
Tijdlijn bosareaal (moodle document tijdlijn bosbeheer, niet de periodes precies leren, essentie
snappen voor op de toets)
- Groene lijn: voedselrijke gronden
- Rode stippellijn: arme zandgronden
Periode 1: tijd van jagers en verzamelaars. Waren continu aan het trekken en reizen, geen vaste
standplaats
Periode 2: granenplukkers gaan reizen maar granen worden verbouwd, landbouw komt op
Periode 3: romeinen kwamen, gras werd teruggedrongen en infrastructuur kwam op. Makkelijker om
van punt A naar B te gaan, maar ook makkelijker om op 1 plek te blijven. Mensen gingen minder
reizen
Periode 4: bevolking neemt af, romeinen waren weer weg. Mensen gingen weer meer reizen. Bos
kwam weer op
Periode 5: samenleving ging zich meer organiseren (landheren die grond bezaten en uitbesteedde)
meer gestructureerde samenleving en meer onderlanden (1 middelpunt en vanuit daar werd
georganiseerd). Door deze structuur ging heel veel natuur weg, de economie ging een steeds
belangrijkere rol spelen. Rijkere gronden
Periode 6: de rijkere gronden werden bemest (groene lijn gaat omhoog)
Periode 7: melkveehouderij vestigde zich op de rijkere gronden (groene lijn) en de armere
zandgronden werden bebost
(rode lijn)
, Bosinductie percentage: ze kijken hoeveel procent uit Nl op dat moment uit bos bestaat
- Gaat ervanuit dat Nederlands bos ten onder is gegaan door grazers
Bosgemeenschap: plantengemeenschap die in bossen voorkomt. Bosgemeenschappen zijn van elkaar
te onderscheiden door de samenstelling en de structuur van de vegetatie
- Boomsoort van ondergeschikt belang
o Indeling vooral gebaseerd op struik- kruid en moslaag
o Associatie niveau vaak moeilijk te benomen
onder begroeiing slecht ontwikkeld
enkele dominante soorten
- rompgemeenschap
o systeemeigen soort -> vegetatieklasse-eigen
- derivaatgemeenschap
o systeemvreemde soort -> vegetatieklasse-vreemd
onderbegroeiing bepaalt bosgemeenschap!!! De boomlaag kan namelijk op elkaar lijken
- In NL vaak 1 dominante soort
Fasen bos (niet letterlijk in toets, wel weten)
- Pionier – 1 jaar; vooral gras en onder begroeiing, kiemkrachtig in fel licht: berk en grove den
en in schaduw de beuken
- Grasland – 2-5 jaar
- Ruigte – 5-10 jaar
- Struweel - 10-30 jaar
- Pioniers - >30 jaar
- Climaxbos- >100 jaar
Concurrentie: standplaatsfactoren, is de soort kiemkrachtig, gaat de soort het in deze omgeving
overleven
Dynamiek: verandering in factor/sturende kracht over tijd (en ruimte)
Bosbeheer: geheel van menselijke activiteiten die de structuur, de samenstelling en dynamiek van het
bosecosysteem sturen teneinde de doelstellingen van de eigenaar en/of beheerder te realiseren
- Je laat niet alleen bos groeien maar ook alles wat eromheen speelt
- Waar kan je op sturen?
Verschillende functie van bosbeheer (toets)
- Houtproductie = economie
- Natuurbehoud = ecologie
- Beleving = esthetisch