Diagnostiek, interventies en outcomes in de verpleegkunde/vroedkunde/GGZ:
Schalen en schaalontwikkeling:
Schalen:
Doel: een schaal meet een construct. Een complex construct kwantificeren a.d.h.v. een
reeks vragen.
Construct: mentale gezondheid > de combinatie van verschillende variabelen/ items
geeft een idee over de mentale gezondheid van iemand.
3 belangrijke voorwaarden van schalen:
1. Definiëren construct: een heldere definitie van het construct
2. Items: correcte formulering, welke informatie nodig om items te meten?
3. Scoring: hoe wordt het construct gemeten?
Bv. Likertschaal, VAS- schaal… gewichten moeten hierbij toegekend worden!
Risicoschalen: inschatten van een risico/ opsporen van een potentieel probleem.
Bv. diabetes: a.d.h.v. variabelen kan men het risico op diabetes inschatten
preventie!
Diagnostische schalen: het vastleggen van de aanwezigheid of afwezigheid van een
actueel probleem. Het stellen van een diagnose.
Attitude schalen: het meten van de attitude tegenover een concept. Bv. wat is de visie van
de patiënt tegenover de zorgen dat hij krijgt.
Risicoschalen:
Risicoschaal= een risicoschaal is een wetenschappelijk onderbouwd meetinstrument waarin
risico- indicatoren en/of risicofactoren worden opgenomen, met als doel de risicogroep te
bepalen.
Doel: opsporen van potentiële problemen.
Voorbeelden:
HIV sexual risk scale
Violence risk Scale
Post- Stroke epilepsy risk scale
Een goede risico- inschatting kan veel onnodige zorg besparen.
Potentiële problemen of risk diagnoses:
Potentiële problemen vragen preventieve acties. De diagnose wordt gesteld op basis van
risicofactoren of risico indicatoren: risicofactoren vs. risico indicatoren
- Risicofactor= er is een causale relatie tussen de factor en de uitkomst. Bv. decubitus
en immobiliteit // Urineweginfectie bij preterme contracties
- Risico indicator= geen causale relatie, maar een associatief verband tussen de
factor en de uitkomst. De factor doet het risico toenemen wanneer de oorzaak
aanwezig is. bv. incontinentie: geen causale relatie tussen incontinentie en decubitus.
Wanneer je immobiel bent én incontinent, dan is het risico op decubitus groter. //
gebrek aan rust bij preterme contracties
, Een risicoschaal is een combinatie van risico- indicatoren en risicofactoren:
- Aandachtspunt:
Gewichten > risicoindicator zou op een schaal minder hard mogen doorwegen dan
een risicofactor.
Gewicht= de relatieve waarde van elk item binnen de totaalscore van de volledige
schaal.
De gewichten worden toegekend aan de hand van epidemiologische studies
Indien risicoschalen vooral risico- indicatoren meten, moet men weten dat het
aanpakken van deze indicatoren niet zal leiden tot een daling van de problemen.
Gebruik een combinatie van risicoschalen + een kritische blik voor het inschatten van
risico’s
Diagnostische schalen:
Diagnostische schalen= diagnostisch instrument om diagnoses te stellen en te helpen bij
differentiaaldiagnostiek. De aanwezigheid of afwezigheid van een actueel probleem.
- Men dient oog te hebben voor het ruimere kader
- Voorbeelden:
Eating disorder scale, posttraumatic stress scale, risk behavior diagnosis
Schalen en schaalontwikkeling:
Twee tradities van assessment:
2 manieren van beoordeling:
1. Categorische aanpak
= de aanwezigheid of afwezigheid van een ziekte. Is de ziekte aanwezig (JA/ NEE)?
Meest gebruikte methode in de geneeskunde
Categorisch denken: een ziekte hebben of niet // een behandeling nodig hebben of
niet.
Bv. bloeddruk (continue variabele): 1) normotensie (geen behandeling nodig) 2)
hypertensie (wel behandeling nodig)
Bv. minsten 5 van de 9 symptomen moeten aanwezig zijn Bepaalde criteria
moeten worden voldaan om de diagnose te kunnen stellen.
2. Dimensionele conceptualisatie
= minder zwart wit dan de aan- of afwezigheid van een ziekte, de graad of ernst van
een aandoening wordt uitgedrukt.
Meest gebruikte methode in de psychologie of pedagogie
Continuüm gedachte: er zijn 2 extremen/ polen en de persoon bevindt zich ergens
tussen de twee polen. Men bevindt zich ergens op het continuüm tussen de 2 polen.
Bv. Depression Scale (CES- D):
o 20 items, elk gescoord tussen 1 en 4.
o Totale score van 16 of meer is indicatief voor depressie
Wordt gedichotomiseerd: men werkt met een afkappunt, vanaf dit
afkappunt spreekt men van een diagnose.
o Uitspraak over de ernst van de aandoening hierin onderscheidt de
dimensionele aanpak zich van een categorische schaal
Schalen en schaalontwikkeling:
Schalen:
Doel: een schaal meet een construct. Een complex construct kwantificeren a.d.h.v. een
reeks vragen.
Construct: mentale gezondheid > de combinatie van verschillende variabelen/ items
geeft een idee over de mentale gezondheid van iemand.
3 belangrijke voorwaarden van schalen:
1. Definiëren construct: een heldere definitie van het construct
2. Items: correcte formulering, welke informatie nodig om items te meten?
3. Scoring: hoe wordt het construct gemeten?
Bv. Likertschaal, VAS- schaal… gewichten moeten hierbij toegekend worden!
Risicoschalen: inschatten van een risico/ opsporen van een potentieel probleem.
Bv. diabetes: a.d.h.v. variabelen kan men het risico op diabetes inschatten
preventie!
Diagnostische schalen: het vastleggen van de aanwezigheid of afwezigheid van een
actueel probleem. Het stellen van een diagnose.
Attitude schalen: het meten van de attitude tegenover een concept. Bv. wat is de visie van
de patiënt tegenover de zorgen dat hij krijgt.
Risicoschalen:
Risicoschaal= een risicoschaal is een wetenschappelijk onderbouwd meetinstrument waarin
risico- indicatoren en/of risicofactoren worden opgenomen, met als doel de risicogroep te
bepalen.
Doel: opsporen van potentiële problemen.
Voorbeelden:
HIV sexual risk scale
Violence risk Scale
Post- Stroke epilepsy risk scale
Een goede risico- inschatting kan veel onnodige zorg besparen.
Potentiële problemen of risk diagnoses:
Potentiële problemen vragen preventieve acties. De diagnose wordt gesteld op basis van
risicofactoren of risico indicatoren: risicofactoren vs. risico indicatoren
- Risicofactor= er is een causale relatie tussen de factor en de uitkomst. Bv. decubitus
en immobiliteit // Urineweginfectie bij preterme contracties
- Risico indicator= geen causale relatie, maar een associatief verband tussen de
factor en de uitkomst. De factor doet het risico toenemen wanneer de oorzaak
aanwezig is. bv. incontinentie: geen causale relatie tussen incontinentie en decubitus.
Wanneer je immobiel bent én incontinent, dan is het risico op decubitus groter. //
gebrek aan rust bij preterme contracties
, Een risicoschaal is een combinatie van risico- indicatoren en risicofactoren:
- Aandachtspunt:
Gewichten > risicoindicator zou op een schaal minder hard mogen doorwegen dan
een risicofactor.
Gewicht= de relatieve waarde van elk item binnen de totaalscore van de volledige
schaal.
De gewichten worden toegekend aan de hand van epidemiologische studies
Indien risicoschalen vooral risico- indicatoren meten, moet men weten dat het
aanpakken van deze indicatoren niet zal leiden tot een daling van de problemen.
Gebruik een combinatie van risicoschalen + een kritische blik voor het inschatten van
risico’s
Diagnostische schalen:
Diagnostische schalen= diagnostisch instrument om diagnoses te stellen en te helpen bij
differentiaaldiagnostiek. De aanwezigheid of afwezigheid van een actueel probleem.
- Men dient oog te hebben voor het ruimere kader
- Voorbeelden:
Eating disorder scale, posttraumatic stress scale, risk behavior diagnosis
Schalen en schaalontwikkeling:
Twee tradities van assessment:
2 manieren van beoordeling:
1. Categorische aanpak
= de aanwezigheid of afwezigheid van een ziekte. Is de ziekte aanwezig (JA/ NEE)?
Meest gebruikte methode in de geneeskunde
Categorisch denken: een ziekte hebben of niet // een behandeling nodig hebben of
niet.
Bv. bloeddruk (continue variabele): 1) normotensie (geen behandeling nodig) 2)
hypertensie (wel behandeling nodig)
Bv. minsten 5 van de 9 symptomen moeten aanwezig zijn Bepaalde criteria
moeten worden voldaan om de diagnose te kunnen stellen.
2. Dimensionele conceptualisatie
= minder zwart wit dan de aan- of afwezigheid van een ziekte, de graad of ernst van
een aandoening wordt uitgedrukt.
Meest gebruikte methode in de psychologie of pedagogie
Continuüm gedachte: er zijn 2 extremen/ polen en de persoon bevindt zich ergens
tussen de twee polen. Men bevindt zich ergens op het continuüm tussen de 2 polen.
Bv. Depression Scale (CES- D):
o 20 items, elk gescoord tussen 1 en 4.
o Totale score van 16 of meer is indicatief voor depressie
Wordt gedichotomiseerd: men werkt met een afkappunt, vanaf dit
afkappunt spreekt men van een diagnose.
o Uitspraak over de ernst van de aandoening hierin onderscheidt de
dimensionele aanpak zich van een categorische schaal