Chapter 9: Quantitative research design
Onderzoeksdesign: waar moeten we nu rekening mee houden als we een
onderzoeksdesign opstellen.
Met welke designs kunnen we onze onderzoeksvraag voorstellen
1. General design issues
1.1Causality
We kunnen met verschillende soorten onderzoeksvragen van start gaan.
Causality: causaal verband (is er een causaal verband tussen de therapie en de
outcome?) aantonen via experimenteel design
Er zijn verschillende soorten types onderzoeksvragen (waar causaal verband op
toegepast kan worden:
Categorieën onderzoeksvragen:
• Therapie / behandeling
• Prognoseconcept causaliteit
• Oorzaak / etiologie / schade
• Diagnose / beoordeling
• Betekenis / proces
Concept van causaliteit
= probabilistische (niet deterministische) oorzaken
Deterministische benadering: als de oorzakelijke factor x optreed dan zal de
outcomes variabele y optreden (de uitkomstvariabele is aanwezig dus de
oorzakelijke factor is ook aanwezig).
Probalistische oorzaak verband: de oorzaken vergroten de kans dat een
effect optreedt. (vb: roken is een oorzaak van longkanker, maar niet iedereen die
rookt krijgt longkanker, en niet iedereen met longkanker heeft gerookt).
Ethiologische vraagstukken: je hebt een bepaalde ziekte, welke factoren
liggen aan de basis van het bestaan van deze ziekte? Wat zijn de causale
risicofactoren?
Criteria voor causaliteit:
, Temporeel: tijdsaspect (een oorzaak moet in de tijd voorafgaan aan een
gevolg)
Relatie: kunnen aantonen dat er een empirische relatie is tussen het
veronderstelde oorzaak en gevolg
Geen verwarring: rekening houden met verstoorde variabelen
Samenhang: als je evidentie hebt kunnen verzamelen uit verschillende
studies
Consistentie: we zien een herhaling van het verband in meerdere studies
Biologische aannemelijkheid: we spreken van een causaal verband als er
een biologisch proces/ biologisch bewijs aanwezig is
Verstoorde variabele: variabele die zelf in verband staat tot de
uitkomstvariabele en die geassocieerd is met je onafhankelijke variabele.
1.2The counterfactual model
We willen aantonen dat er causale effecten optreden.
Een counterfactual = wat zou er zijn gebeurd met dezelfde mensen die waren
blootgesteld aan een causale factor als ze tegelijkertijd niet werden blootgesteld
aan de causale factor?
→ Hoe dit model te benaderen? (beste via RCT)
• Experimenteel ontwerp is de gouden standaard: meest overtuigende
bewijs (bewijs)
• Ethische overwegingen
Er zijn ethische bezwaren die ervoor zorgen dat we geen experimenteel
onderzoek kunnen uitvoeren. dan moeten we ons richten naar een ander
type onderzoeksdesign
• Praktische redenen
Niet elke onafhankelijke variabele kan onderzocht worden dit om
praktische redenen (andere onderzoeksdesign gebruiken).
2. Experimental design
Je hebt 2 onderzoeksdesigns: experimenteel, observationeel
Observationeel: je gaat als onderzoeker de variabele niet opleggen, geen
interventie opleggen, enkel maar observeren.
Experimenteel: als onderzoeker ga je een interventie doen.
RCT (experimenteel design) is de gouden standaard om causale effecten aan te
tonen!
RCT: Randomized controlled trial
, Manipulatie (T): de onderzoeker doet iets met enkele deelnemers (interventie)
Controle (C): de onderzoeker voert controles in (controlegroep)
Randomisatie (R): de onderzoeker wijst deelnemers willekeurig toe aan een
controle of interventiegroep.
2.1 Manipulation: the experimental intervention
Manipuleer experimentele (I) vs. controleconditie (C) → observeer effect op
uitkomst / eindpunt
Formele protocollen: onafhankelijke variabele: de inhoud moet goed en
duidelijk en volledig beschreven zijn in de formele protocollen
Identieke interventie ↔ op maat gemaakte / patiëntgerichte interventie.
de interventie inhoud wordt aangepast aan de patiënt karakteristieken, is
complexer voor het causaal verband aangezien niet iedereen dezelfde interventie
gekregen heeft = patiëntgerichte interventie
Identieke interventie bij verschillende groepen/ personen is mogelijk.
2.2The control condition
De controlegroep krijgt de interventie niet de controlegroep zorgt ervoor dat
we kunnen kijken als de interventie een causaal verband heeft met de
onafhankelijke variabele.
=proxy voor een ideale counterfactual
Verschillende manieren om de controlegroep in te vullen: (combinatie
mogelijk)
• Geen behandeling (ethisch? praktisch?)
soms is het ethische/ praktisch niet mogelijk om een controlegroep en
interventiegroep te hebben
• Alternatieve interventie
de controlegroep krijgt een andere vorm van interventie (krijgt wel een
interventie, maar een alternatieve)
• Standaard / gebruikelijke zorg
de controlegroep krijgt een andere vorm van interventie (krijgt wel een
interventie, maar een alternatieve)
• Placebo / pseudo-interventie (verwachtingsbias)
Onderzoeksdesign: waar moeten we nu rekening mee houden als we een
onderzoeksdesign opstellen.
Met welke designs kunnen we onze onderzoeksvraag voorstellen
1. General design issues
1.1Causality
We kunnen met verschillende soorten onderzoeksvragen van start gaan.
Causality: causaal verband (is er een causaal verband tussen de therapie en de
outcome?) aantonen via experimenteel design
Er zijn verschillende soorten types onderzoeksvragen (waar causaal verband op
toegepast kan worden:
Categorieën onderzoeksvragen:
• Therapie / behandeling
• Prognoseconcept causaliteit
• Oorzaak / etiologie / schade
• Diagnose / beoordeling
• Betekenis / proces
Concept van causaliteit
= probabilistische (niet deterministische) oorzaken
Deterministische benadering: als de oorzakelijke factor x optreed dan zal de
outcomes variabele y optreden (de uitkomstvariabele is aanwezig dus de
oorzakelijke factor is ook aanwezig).
Probalistische oorzaak verband: de oorzaken vergroten de kans dat een
effect optreedt. (vb: roken is een oorzaak van longkanker, maar niet iedereen die
rookt krijgt longkanker, en niet iedereen met longkanker heeft gerookt).
Ethiologische vraagstukken: je hebt een bepaalde ziekte, welke factoren
liggen aan de basis van het bestaan van deze ziekte? Wat zijn de causale
risicofactoren?
Criteria voor causaliteit:
, Temporeel: tijdsaspect (een oorzaak moet in de tijd voorafgaan aan een
gevolg)
Relatie: kunnen aantonen dat er een empirische relatie is tussen het
veronderstelde oorzaak en gevolg
Geen verwarring: rekening houden met verstoorde variabelen
Samenhang: als je evidentie hebt kunnen verzamelen uit verschillende
studies
Consistentie: we zien een herhaling van het verband in meerdere studies
Biologische aannemelijkheid: we spreken van een causaal verband als er
een biologisch proces/ biologisch bewijs aanwezig is
Verstoorde variabele: variabele die zelf in verband staat tot de
uitkomstvariabele en die geassocieerd is met je onafhankelijke variabele.
1.2The counterfactual model
We willen aantonen dat er causale effecten optreden.
Een counterfactual = wat zou er zijn gebeurd met dezelfde mensen die waren
blootgesteld aan een causale factor als ze tegelijkertijd niet werden blootgesteld
aan de causale factor?
→ Hoe dit model te benaderen? (beste via RCT)
• Experimenteel ontwerp is de gouden standaard: meest overtuigende
bewijs (bewijs)
• Ethische overwegingen
Er zijn ethische bezwaren die ervoor zorgen dat we geen experimenteel
onderzoek kunnen uitvoeren. dan moeten we ons richten naar een ander
type onderzoeksdesign
• Praktische redenen
Niet elke onafhankelijke variabele kan onderzocht worden dit om
praktische redenen (andere onderzoeksdesign gebruiken).
2. Experimental design
Je hebt 2 onderzoeksdesigns: experimenteel, observationeel
Observationeel: je gaat als onderzoeker de variabele niet opleggen, geen
interventie opleggen, enkel maar observeren.
Experimenteel: als onderzoeker ga je een interventie doen.
RCT (experimenteel design) is de gouden standaard om causale effecten aan te
tonen!
RCT: Randomized controlled trial
, Manipulatie (T): de onderzoeker doet iets met enkele deelnemers (interventie)
Controle (C): de onderzoeker voert controles in (controlegroep)
Randomisatie (R): de onderzoeker wijst deelnemers willekeurig toe aan een
controle of interventiegroep.
2.1 Manipulation: the experimental intervention
Manipuleer experimentele (I) vs. controleconditie (C) → observeer effect op
uitkomst / eindpunt
Formele protocollen: onafhankelijke variabele: de inhoud moet goed en
duidelijk en volledig beschreven zijn in de formele protocollen
Identieke interventie ↔ op maat gemaakte / patiëntgerichte interventie.
de interventie inhoud wordt aangepast aan de patiënt karakteristieken, is
complexer voor het causaal verband aangezien niet iedereen dezelfde interventie
gekregen heeft = patiëntgerichte interventie
Identieke interventie bij verschillende groepen/ personen is mogelijk.
2.2The control condition
De controlegroep krijgt de interventie niet de controlegroep zorgt ervoor dat
we kunnen kijken als de interventie een causaal verband heeft met de
onafhankelijke variabele.
=proxy voor een ideale counterfactual
Verschillende manieren om de controlegroep in te vullen: (combinatie
mogelijk)
• Geen behandeling (ethisch? praktisch?)
soms is het ethische/ praktisch niet mogelijk om een controlegroep en
interventiegroep te hebben
• Alternatieve interventie
de controlegroep krijgt een andere vorm van interventie (krijgt wel een
interventie, maar een alternatieve)
• Standaard / gebruikelijke zorg
de controlegroep krijgt een andere vorm van interventie (krijgt wel een
interventie, maar een alternatieve)
• Placebo / pseudo-interventie (verwachtingsbias)