Cytologie
Bo D’Haene
1. celmembraan
2. cytoplasmatische organellen
3. de celkern
4. eiwitsynthese
5. energetische omzettingen in de cel
6. genetica
7. celgroei en celdeling
8. embryologie
, Hoofdstuk 1: celmembraan
Celafmeting
= meestal microscopische afmetingen (dus meestal zeer klein)
= afhankelijk van organisme
➢ Verhouding oppervlakte/volume afhankelijk van
Diffusiemogelijkheid
Controle van kern
▪ Word te groot? afbouwen/splitsen
➢ Celvolume
Onafh van grootte van organisme
➔ Lager metabolisme ( activiteit v/d cel), grotere afmetingen
Celvorm
Kenmerken:
➢ Wisselend
= vrije cellen, veranderlijk/ vervormbaar -> bewegelijkheid
➢ Constant
= vaste cellen, vaste vorm bepaald door functionaliteit + invloed andere cellen
Celbouw : 3 grote delen
➢ Celmembraan 1. Strcutuur v celmembraan
➢ Cytoplasma + celorganellen 2. Speciale vormingen in celmembraan
➢ De kern → aan extracellulaire ruimte
→ aan de intercellulaire ruimte
3. Transport doorheen het celmembraan
Celmembraan 4. Membraanpotentiaal
5. Intercellulaire communicatie
1. Structuur
= dubbele fosfolipidenlaag -> dynamisch
- Fosfaatgroep -> polair hydrofiel = naar waterige milieu
- Georiënteerde Lipiden = vetzuren -> apolair hydrofoob = naar midden van membraan
- Globulaire Eiwitten/proteïnen = verdeeld in/uit het membraan volgens mozaïek patroon
➢ Integrale eiwitten: overspannen het volledige membraan
➢ Perifere eiwitten: aan binnen- of buitenkant
- Cholesterol → om de mobiliteit in te perken
- Functies
1. Structureel: als bouwelement
2. transport
3. ionenkanalen
4. pompen
5. receptoren
6. enzymen
Bo D’Haene
1. celmembraan
2. cytoplasmatische organellen
3. de celkern
4. eiwitsynthese
5. energetische omzettingen in de cel
6. genetica
7. celgroei en celdeling
8. embryologie
, Hoofdstuk 1: celmembraan
Celafmeting
= meestal microscopische afmetingen (dus meestal zeer klein)
= afhankelijk van organisme
➢ Verhouding oppervlakte/volume afhankelijk van
Diffusiemogelijkheid
Controle van kern
▪ Word te groot? afbouwen/splitsen
➢ Celvolume
Onafh van grootte van organisme
➔ Lager metabolisme ( activiteit v/d cel), grotere afmetingen
Celvorm
Kenmerken:
➢ Wisselend
= vrije cellen, veranderlijk/ vervormbaar -> bewegelijkheid
➢ Constant
= vaste cellen, vaste vorm bepaald door functionaliteit + invloed andere cellen
Celbouw : 3 grote delen
➢ Celmembraan 1. Strcutuur v celmembraan
➢ Cytoplasma + celorganellen 2. Speciale vormingen in celmembraan
➢ De kern → aan extracellulaire ruimte
→ aan de intercellulaire ruimte
3. Transport doorheen het celmembraan
Celmembraan 4. Membraanpotentiaal
5. Intercellulaire communicatie
1. Structuur
= dubbele fosfolipidenlaag -> dynamisch
- Fosfaatgroep -> polair hydrofiel = naar waterige milieu
- Georiënteerde Lipiden = vetzuren -> apolair hydrofoob = naar midden van membraan
- Globulaire Eiwitten/proteïnen = verdeeld in/uit het membraan volgens mozaïek patroon
➢ Integrale eiwitten: overspannen het volledige membraan
➢ Perifere eiwitten: aan binnen- of buitenkant
- Cholesterol → om de mobiliteit in te perken
- Functies
1. Structureel: als bouwelement
2. transport
3. ionenkanalen
4. pompen
5. receptoren
6. enzymen