2022-2023
SAMENVATTING
EMBRYOLOGIE
Universiteit Gent
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Gametogenese ..................................................................................................................................... 2
Oögenese .............................................................................................................................................................................. 3
Spermatogenese ................................................................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 2: Bevruchting .......................................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 3: Klieving en Embyonale ontwikkeling ..................................................................................................... 6
Klieving.................................................................................................................................................................................. 6
Embryonale ontwikkeling ..................................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 4: Medische Begeleide voortplanting ........................................................................................................ 7
Medische behandelingen ...................................................................................................................................................... 7
Voorwaarden voor menselijke Vruchtbaarheid .................................................................................................................... 8
Laboratoriumpraktijk............................................................................................................................................................ 8
Pre-implantatie diagnose ................................................................................................................................................ 8
Kloneren........................................................................................................................................................................... 9
, Hoofdstuk 1: Gametogenese
De ontwikkeling van het menselijk individu begint met de versmelting van een mannelijke en
vrouwelijke gameet tot een zygote. Gameten zijn cellen die gespecialiseerd zijn om de vaderlijke en
moederlijke chromosomen aan de volgende generatie door te geven. Binnen een individu vormen de
gameten, samen met de voorloper stadia ervan, het zgn. germen (“kiemcellen” of “geslachtscellen”),
enkel de cellen van het germen kunnen een meiose of rijpingsdeling ondergaan. De cellen die niet
tot het germen behoren, vormen het soma (somatische cellen, lichaamscellen) van een individu.
De gameten ontstaan uit oergonocyten (PGC) die vroeg in de ontwikkeling differentiëren tot
oögonia of spermatogonia, hieruit ontwikkelen zich rijpe gameten via het proces van de
gametogenese. Rijpe gameten zijn haploïd, 23 chromosomen (22 autosomen en 1
geslachtschromosoom). De gameten of geslachtscellen zijn ontstaan door reductiedeling (meiose)
van respectievelijk spermatogoniën en primaire oöcyten.
De PGC’s of primordiale kiemcellen ontstaan tijdens de embryonale ontwikkeling,
meer bepaald in de 3e week. Ze ontstaan in de wand van de dooierzak en in de 5e
week gaan ze migreren naar de ontwikkelende gonaden (testis en ovaria). Enkel
bij de vrouwen gaat de oögenese al starten in de 3e maand van de zwangerschap.
Bij de man start de spermatogenese pas in de pubertijd.
De meiose is een vorm van celdeling die enkel voorkomt bij
geslachtscellen. Ze omvat eigenlijk twee delingen, waarbij
eerst het aantal chromosomen gehalveerd wordt (naar de
haploïde toestand). In de tweede deling worden de
chromatiden verdeeld over de twee dochtercellen; de tweede
deling is te vergelijken met een mitose, maar dan wel van een
haploïde cel. Uit één 2n, 2C cel ontstaan er in principe vier n, C
cellen via de meiose. Door de versmelting van de haploïde
gameten zal een diploïde zygote ontstaan, die zich verder
deelt via mitosen en differentieert tot een nieuw individu.
Tengevolge van de meiose blijft aldus het chromosomenaantal
bij elke generatiewisseling constant. Bij de meiose kunnen
door crossing-over nieuwe genetische variaties ontstaan, die,
evolutief beschouwd, al dan niet gunstige eigenschappen ten
opzichte van een bepaalde selectiedruk bezitten.
Deze meiotische deling gaat natuurlijk niet altijd perfect waardoor je
abnormale cellen krijgt met een abnormale chromosoom inhoud.
Meestal is dat dan een rijpe gameet die of n+1 of n-1 chromosomen
heeft. De mens is niet zo reproductief dus deze fouten gebeuren best
vaak. Het is ook heel erg leeftijdsgebonden waar hoe ouder je bent hoe
meer kans je hebt. Dit fenomeen noemen we niet- dysjunctie.
Enkele voorbeelden hiervan zijn het klinefelter syndroom (47, XXY of XXXY). hierbij zullen de mannen
dus een x chromossom teveel hebben wat gaat leiden tot borstontwikkeling, onderontwikkelde
gonaden en onvruchtbaarheid. Een tweede voorbeeld is het Turner syndroom (45, X0) of (46XX en
45X0, met mosaïcisme). Hierbij zullen vrouwen ook onvruchtbaarheids problemen hebben omdat de
eierstokken niet werken of afwezig zijn. Ook zullen ze hartafwijkingen en een klein gestalte hebben.
2
SAMENVATTING
EMBRYOLOGIE
Universiteit Gent
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Gametogenese ..................................................................................................................................... 2
Oögenese .............................................................................................................................................................................. 3
Spermatogenese ................................................................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 2: Bevruchting .......................................................................................................................................... 5
Hoofdstuk 3: Klieving en Embyonale ontwikkeling ..................................................................................................... 6
Klieving.................................................................................................................................................................................. 6
Embryonale ontwikkeling ..................................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 4: Medische Begeleide voortplanting ........................................................................................................ 7
Medische behandelingen ...................................................................................................................................................... 7
Voorwaarden voor menselijke Vruchtbaarheid .................................................................................................................... 8
Laboratoriumpraktijk............................................................................................................................................................ 8
Pre-implantatie diagnose ................................................................................................................................................ 8
Kloneren........................................................................................................................................................................... 9
, Hoofdstuk 1: Gametogenese
De ontwikkeling van het menselijk individu begint met de versmelting van een mannelijke en
vrouwelijke gameet tot een zygote. Gameten zijn cellen die gespecialiseerd zijn om de vaderlijke en
moederlijke chromosomen aan de volgende generatie door te geven. Binnen een individu vormen de
gameten, samen met de voorloper stadia ervan, het zgn. germen (“kiemcellen” of “geslachtscellen”),
enkel de cellen van het germen kunnen een meiose of rijpingsdeling ondergaan. De cellen die niet
tot het germen behoren, vormen het soma (somatische cellen, lichaamscellen) van een individu.
De gameten ontstaan uit oergonocyten (PGC) die vroeg in de ontwikkeling differentiëren tot
oögonia of spermatogonia, hieruit ontwikkelen zich rijpe gameten via het proces van de
gametogenese. Rijpe gameten zijn haploïd, 23 chromosomen (22 autosomen en 1
geslachtschromosoom). De gameten of geslachtscellen zijn ontstaan door reductiedeling (meiose)
van respectievelijk spermatogoniën en primaire oöcyten.
De PGC’s of primordiale kiemcellen ontstaan tijdens de embryonale ontwikkeling,
meer bepaald in de 3e week. Ze ontstaan in de wand van de dooierzak en in de 5e
week gaan ze migreren naar de ontwikkelende gonaden (testis en ovaria). Enkel
bij de vrouwen gaat de oögenese al starten in de 3e maand van de zwangerschap.
Bij de man start de spermatogenese pas in de pubertijd.
De meiose is een vorm van celdeling die enkel voorkomt bij
geslachtscellen. Ze omvat eigenlijk twee delingen, waarbij
eerst het aantal chromosomen gehalveerd wordt (naar de
haploïde toestand). In de tweede deling worden de
chromatiden verdeeld over de twee dochtercellen; de tweede
deling is te vergelijken met een mitose, maar dan wel van een
haploïde cel. Uit één 2n, 2C cel ontstaan er in principe vier n, C
cellen via de meiose. Door de versmelting van de haploïde
gameten zal een diploïde zygote ontstaan, die zich verder
deelt via mitosen en differentieert tot een nieuw individu.
Tengevolge van de meiose blijft aldus het chromosomenaantal
bij elke generatiewisseling constant. Bij de meiose kunnen
door crossing-over nieuwe genetische variaties ontstaan, die,
evolutief beschouwd, al dan niet gunstige eigenschappen ten
opzichte van een bepaalde selectiedruk bezitten.
Deze meiotische deling gaat natuurlijk niet altijd perfect waardoor je
abnormale cellen krijgt met een abnormale chromosoom inhoud.
Meestal is dat dan een rijpe gameet die of n+1 of n-1 chromosomen
heeft. De mens is niet zo reproductief dus deze fouten gebeuren best
vaak. Het is ook heel erg leeftijdsgebonden waar hoe ouder je bent hoe
meer kans je hebt. Dit fenomeen noemen we niet- dysjunctie.
Enkele voorbeelden hiervan zijn het klinefelter syndroom (47, XXY of XXXY). hierbij zullen de mannen
dus een x chromossom teveel hebben wat gaat leiden tot borstontwikkeling, onderontwikkelde
gonaden en onvruchtbaarheid. Een tweede voorbeeld is het Turner syndroom (45, X0) of (46XX en
45X0, met mosaïcisme). Hierbij zullen vrouwen ook onvruchtbaarheids problemen hebben omdat de
eierstokken niet werken of afwezig zijn. Ook zullen ze hartafwijkingen en een klein gestalte hebben.
2