1
Muziekgeschiedenis
➔ Historiografie = syllabus
➔ Muziekgeschiedenis = handboek “EU muziek tot 1900”
◆ Om kunnen gaan met grote hoeveelheid info
◆ In boek → te veel
◆ Les = rode draad, maar niet genoeg
◆ 1. Studie v H1-6 in handboek
◆ 2. Luisteroefening ufora, overzicht ⇒ auditief geheugen (EXAMEN)
◆ Excursie woensdag 29 maart
➔ Wat houdt de studie van muziek in?
◆ Muziek is actie, is een handeling die mensen doen
● Is een kunstwerk, maar in de eerste plaats een handeling
● Schilderij
○ Claude Lorraine “the marriage of Isaac and Rebecca”
○ Mensen komen samen → muziek en dans
○ Groepje dat luistert
○ 1) handeling
◆ Musiceren en luisteren
◆ ‘Musicking’
● ⇒ luisteren en uitvoeren vraagt een eigen
terminologie
, 2
➔ Muziek als idee en praktijk
◆ Griekse literatuur → informeert ons op 3 manieren
● beschrijvingen van het Griekse muziekleven
○ hier vinden we de muziek in combo met de sociale gebruiken
○ muziek → zelden zelfstandig
◆ eigenlijk altijd bij gelegenheden in het openbare leven
○ ‘fluitspel’ op Griekse aulos
○ gezongen poëzie ⇒ melos
◆ monodie (individuele zanger) // koorzang (groep)
● mengvorm = epinikion
○ liedkunst voor kleine, private kring maar
met formele kenmerken van de cultische
lofzangen op Goden
● (talrijke) filosofische beschouwingen
○ vraagt veel inlevingsvermogen om te begrijpen → muziek was
geen onafhankelijke kunstvorm maar praktijk die sterk
vervlochten is met wetenschap & moraal
● technische traktaten over muziektheorie
○ enkele essentiële technische begrippen
◆ bv. tetrachord
● letterlijk ‘vier snaren’
◆ Twee soorten theorieën:
● Muziek als mathematische kunst: weergave van wetmatigheden
● Muziek als expressieve en communicatieve kunstvorm: weergave van
emoties
◆ In die visie is muziek is betekenisvol op grond van haar specifieke natuur (=
de ontologie van muziek); de betekenis van concrete muzikale werken of
producties wordt afgeleid van de centrale visie op het wezen van muziek
◆
◆ Symbolisch gevoel: Gemeenschapsgevoel
, 3
◆ Gemaakt → rituele, sociale handeling
◆ Komt samen in muziek
◆ Idee = ?
➔ Expressiviteit
➔ Heeft een relatie met de grote fundamentele onderdelen v natuur
➔ 2 soorten theorieën kunst:
◆ Als expressieve en communicatieve kunstvorm: weergave v emoties
◆ Als mathematische kunst: weergave van wetmatigheden
➔ Religieus
◆ Video 1: https://www.youtube.com/watch?v=xeDcbtBpYDg
● Rituele handeling
◆ Gospel singing: https://www.youtube.com/watch?v=odHqG1rA4M8
● Religieuze beleving
◆ Video 3: https://www.youtube.com/watch?v=MxZQ1ODN1iU ?
● Ook politiek
● Uit tijd van Versailles
➔ Emoties: https://www.youtube.com/watch?v=Yw1A5TQVwvQ ?
◆ Video 4
● Mimesis = nabootsing
● Weergave empathos
◆ Expressief vocabularium
● Stap naar gebruik van muziek in theater
➔ Muziek als mimesis
◆ 4 seizoenen
➔ Structurele ordening ⇒ wetmatigheden
◆ Bach video
➔ Daarna: muziek wordt een kunstvorm op zichzelf
◆ Moet niet meer nabootsen
◆ Absolute muziek = muziek dat volledig zichzelf is
◆ Muziekwerk = samenhang (waar ene toont volgt op andere m een soort
wetmatigheid)
◆ (Johannes Brahms (?))
⟰ Oudheid ⟰
➔ Uitvinding v het woord muziek
◆ Komt van ‘mousikè’ (GR)
● maar de Grieken kennen ons idee muziek niet
○ kenden wel methoden om muziek te noteren
◆ bv. delfische hymnen
, 4
◆ ook muzikale fragmenten bij toneelopvoeringen bv. bij
de drama’s van Euripides
● term via Latijn verspreid als met betekenis van ‘kunst in tonen’
○ = Europese betekenis
◆ ≠ moslimcultuur → ‘wereldlijke musiceren’
◆ ≠ Indische woord Sangita → niet alleen instrumentale
muziek maar ook de dans
○ in vele traditionele culturen → geen apart woord voor muziek
● Betekent iets anders in Grieks
○ = het rijk/ de kunst van muzen
◆ 9 Godinnen → dochters v Zeus:
● Bewaarders van geheugen (mnemosyne)
◆ Niet specifiek muziek
◆ Muzen band tussen mens en mogelijkheid om grote
geheel te overzien
◆ in orale cultuur → muzen verantwoordelijk voor de
ontwikkeling van poëzie & liederen
● grote daden v/h verleden vertellen → hiervoor
was inzicht van de Goden nodig → dit schonken
de muzen aan uitverkoren individuen
● de muzen schenken de mensen het vermogen
om te communiceren met het goddelijke
● namen van muzen
○ handelden eerst als groep, kregen later
elk een discipline toegewezen
○
● Betere vertaling zou ‘cultuur’ zijn
Muziekgeschiedenis
➔ Historiografie = syllabus
➔ Muziekgeschiedenis = handboek “EU muziek tot 1900”
◆ Om kunnen gaan met grote hoeveelheid info
◆ In boek → te veel
◆ Les = rode draad, maar niet genoeg
◆ 1. Studie v H1-6 in handboek
◆ 2. Luisteroefening ufora, overzicht ⇒ auditief geheugen (EXAMEN)
◆ Excursie woensdag 29 maart
➔ Wat houdt de studie van muziek in?
◆ Muziek is actie, is een handeling die mensen doen
● Is een kunstwerk, maar in de eerste plaats een handeling
● Schilderij
○ Claude Lorraine “the marriage of Isaac and Rebecca”
○ Mensen komen samen → muziek en dans
○ Groepje dat luistert
○ 1) handeling
◆ Musiceren en luisteren
◆ ‘Musicking’
● ⇒ luisteren en uitvoeren vraagt een eigen
terminologie
, 2
➔ Muziek als idee en praktijk
◆ Griekse literatuur → informeert ons op 3 manieren
● beschrijvingen van het Griekse muziekleven
○ hier vinden we de muziek in combo met de sociale gebruiken
○ muziek → zelden zelfstandig
◆ eigenlijk altijd bij gelegenheden in het openbare leven
○ ‘fluitspel’ op Griekse aulos
○ gezongen poëzie ⇒ melos
◆ monodie (individuele zanger) // koorzang (groep)
● mengvorm = epinikion
○ liedkunst voor kleine, private kring maar
met formele kenmerken van de cultische
lofzangen op Goden
● (talrijke) filosofische beschouwingen
○ vraagt veel inlevingsvermogen om te begrijpen → muziek was
geen onafhankelijke kunstvorm maar praktijk die sterk
vervlochten is met wetenschap & moraal
● technische traktaten over muziektheorie
○ enkele essentiële technische begrippen
◆ bv. tetrachord
● letterlijk ‘vier snaren’
◆ Twee soorten theorieën:
● Muziek als mathematische kunst: weergave van wetmatigheden
● Muziek als expressieve en communicatieve kunstvorm: weergave van
emoties
◆ In die visie is muziek is betekenisvol op grond van haar specifieke natuur (=
de ontologie van muziek); de betekenis van concrete muzikale werken of
producties wordt afgeleid van de centrale visie op het wezen van muziek
◆
◆ Symbolisch gevoel: Gemeenschapsgevoel
, 3
◆ Gemaakt → rituele, sociale handeling
◆ Komt samen in muziek
◆ Idee = ?
➔ Expressiviteit
➔ Heeft een relatie met de grote fundamentele onderdelen v natuur
➔ 2 soorten theorieën kunst:
◆ Als expressieve en communicatieve kunstvorm: weergave v emoties
◆ Als mathematische kunst: weergave van wetmatigheden
➔ Religieus
◆ Video 1: https://www.youtube.com/watch?v=xeDcbtBpYDg
● Rituele handeling
◆ Gospel singing: https://www.youtube.com/watch?v=odHqG1rA4M8
● Religieuze beleving
◆ Video 3: https://www.youtube.com/watch?v=MxZQ1ODN1iU ?
● Ook politiek
● Uit tijd van Versailles
➔ Emoties: https://www.youtube.com/watch?v=Yw1A5TQVwvQ ?
◆ Video 4
● Mimesis = nabootsing
● Weergave empathos
◆ Expressief vocabularium
● Stap naar gebruik van muziek in theater
➔ Muziek als mimesis
◆ 4 seizoenen
➔ Structurele ordening ⇒ wetmatigheden
◆ Bach video
➔ Daarna: muziek wordt een kunstvorm op zichzelf
◆ Moet niet meer nabootsen
◆ Absolute muziek = muziek dat volledig zichzelf is
◆ Muziekwerk = samenhang (waar ene toont volgt op andere m een soort
wetmatigheid)
◆ (Johannes Brahms (?))
⟰ Oudheid ⟰
➔ Uitvinding v het woord muziek
◆ Komt van ‘mousikè’ (GR)
● maar de Grieken kennen ons idee muziek niet
○ kenden wel methoden om muziek te noteren
◆ bv. delfische hymnen
, 4
◆ ook muzikale fragmenten bij toneelopvoeringen bv. bij
de drama’s van Euripides
● term via Latijn verspreid als met betekenis van ‘kunst in tonen’
○ = Europese betekenis
◆ ≠ moslimcultuur → ‘wereldlijke musiceren’
◆ ≠ Indische woord Sangita → niet alleen instrumentale
muziek maar ook de dans
○ in vele traditionele culturen → geen apart woord voor muziek
● Betekent iets anders in Grieks
○ = het rijk/ de kunst van muzen
◆ 9 Godinnen → dochters v Zeus:
● Bewaarders van geheugen (mnemosyne)
◆ Niet specifiek muziek
◆ Muzen band tussen mens en mogelijkheid om grote
geheel te overzien
◆ in orale cultuur → muzen verantwoordelijk voor de
ontwikkeling van poëzie & liederen
● grote daden v/h verleden vertellen → hiervoor
was inzicht van de Goden nodig → dit schonken
de muzen aan uitverkoren individuen
● de muzen schenken de mensen het vermogen
om te communiceren met het goddelijke
● namen van muzen
○ handelden eerst als groep, kregen later
elk een discipline toegewezen
○
● Betere vertaling zou ‘cultuur’ zijn