Deel 2: De oudste tijden (eerste mens tot +- 800 v.C)
2.1 Inleiding
2.2 Tijdsperiodes in de oudste tijden
paleolithicum
Jacht en voedsel verzamelen
1. steentijd
mesolithicum
prehistorie 2. bronstijd neolithicum Voedselproductie (landbouw)
3. ijzertijd
NOTA: steen brons ijzer
werd in dezelfde volgorde gebruikt als materiaal voor snijdende voorwerpen en werktuigen.
2.3 De evolutie van de mens
2.3.1 Inleiding
Het natuurlijk milieu
Pleistoceen => constant variëren van mediterraans , suptropisch en ons huidig klimaat
wat we nu kennen
Holoceen => klimatologische wijzigingen (in deze periode ontstond GB)
De evolutietheorie van Darwin
1. Ieder wezen heeft een geërfde unieke verzameling van eigenschappen.
2. Schaarse middelen overlevingsstrijd
3. Bep. geërfde eig. kunnen indiv. bevoordelen
4. Nat. selectie: indiv. met voordelige eig. krijgen meer nakomelingen ontstaan v
nieuwe soorten
* Mensapen: gorilla, oerang-oetan, chimpansee, bonobo
* NOTA: wij stammen NIET af v/d mensapen maar zijn wel uit dezelfde voorouders
ontwikkeld.
Morfologische verschillen tss mensaap & mens
Mensaap Mens
Verhoudingsverschil schedeldoos en gelaat= door ontw. v/d hersenen
Voorhoofd: achteruit wijkend Voorhoofd: verticaal
+ dikke vooruitspringende wenkbrauwbogen
Plaats waar schedel in contact komt met Meest ontw. mens: wervelkolom staat
wervelkolom loodrecht op de schedel
Criteria om een wezen als mens te beschouwen
rechtop lopen
, het maken van werktuigen
taal
begraven van mensen
2.4 Het ontstaan der landbouwsamenlevingen
2.4.1 Het Mesolithicum