DIRK VISSERS
1
Sofie Rondags Cardiorespiratoire kinesitherapie: ademhalingskine
,RESTRICTIEVE AANDOENINGEN:
OBSTRUCTIVE & RESTRICTIVE LUNG DISEASE
ADEMHALINGSSYSTEEM (RESPIRATOIR SYSTEEM)
• Geheel van longen, ribbenkast en centrale regulatiesystemen (in het verlengde merg van de hersenen) dat
zorg draagt voor de ademhaling (= respiratie).
• De ademhaling betreft de inademing (= inhalatie) van verse zuurstofrijke lucht naar de longen en de afvoer (=
expiratie) van koolzuurrijke lucht uit de longen.
OBSTRUCTIEF VS RESTRICTIEF
Restrictief:
• Probleem om de lucht in de longen te krijgen
• Beperking van volume dat je nog kan inademen
Obstructief:
• Probleem lucht uit longen krijgen
• Er zit een obstructie
• Spirometrie: hoeveel in- en uitademen in rust (volume en capaciteit)
• Flow volume curve:
o Uitademen: meeste volume en hoogste flow in het begin (veel lucht tegelijk uitademen) en daarna
neemt het af.
o Obstructief: lucht kan niet zo
snel uit de longen geraken
(flow verlaagd). Er is een knik
in curve omdat er een
probleem is om lucht er
verder uit te krijgen
o Restrictief: curve wordt
verlegd naar de 0. Geen knik
want geen obstructie. Maar
wel minder lucht opnemen
omdat er minder plaats is in
de longen. De curve schuift
op naar de 0 van het volume!!
(Niet naar links en rechts
zeggen!)
→ voor interpretatie altijd kijken aan welke kant de 0 staat!!!
RESTRICTIEF LONGLIJDEN
• Bij restrictief longlijden is de expansie van de long belemmerd of de mogelijkheid tot ontplooien afgenomen.
• Het is een toestand waarbij alle longvolumes zijn afgenomen (zoals bv. bij kwabresectie).
• Patiënten trachten hun benodigd ademminutenvolume (AMV) te bereiken door sneller te ademen
(tachypnoe)
• Een afname in het longvolume en zekere stijfheid van longweefsel.
• Elasticiteit is verminderd
2
Sofie Rondags Cardiorespiratoire kinesitherapie: ademhalingskine
,OORZAKEN:
• Longweefsel stijver (longfibrose) → zorgt voor daling vh
longvolume
• Pickwick syndroom = abdominale obesitas (veel
vetopstapeling in buik → normaal diafragma naar beneden om
lucht in longen te krijgen → diafragma kan niet naar beneden
en dus minder longvolume)
• Elasticiteit is veranderd = compliance → hoe sterk verzet een bepaald weefsel zich tegen uitrekking
Intrinsieke oorzaken Extrinsieke oorzaken Neuromusculaire ziekten
• Interstitiële longfibrose • Kyphoscoliose • Paralyse van één of beide
• Hartfalen met longoedeem • Extreem overgewicht diafragmahelften
• Pneumonie • Zwangerschap • Spierdystrofie
• Tuberculose • Ruimte innemend proces in • Poliomyelitis
• Longfibrose geïnduceerd abdomen (bv tumor) • Guillain-Barré
door straling of • Pijn • Algemene spierzwakte
chemotherapie • Problemen in buik waardoor door b.v. Ondervoeding
• Pneumothorax diafragma niet kan dalen
• Atelectase • Houdingsafwijkingen
Pijn bij inademen:
• Kleine volumes en sneller ademen → aanleren om diepe ademteugen te nemen om voldoende CO2 af te
voeren!! (Oppervlakkig ademen → opstapeling CO2 in weefsel = hypercapnie → je kan in coma gaan)
BELANGRIJK:
• Bij restrictieve longaandoeningen is de ‘compliance’ afgenomen en is m.a.w. de stijfheid toegenomen
• Externe factoren:
o Houdingsafwijking (kyfose/scoliose)
o Diafragma niet meer naar beneden zakken
IN RUST
• Inademen = buik wordt dikker
o Waarom? Diafragma naar beneden en alle ingewanden worden samengedrukt; omdat diafragma
naar beneden gaat kunnen longen groter worden en vullen met lucht.
o Lucht stroomt in longen omdat buik dik wordt (niet omgekeerd!!)
• PxV = constante
o Volume van thorax vergroot → druk in thorax wordt kleiner → lucht stroomt in longen
o Hoogste druk stroomt naar laagste druk = van binnen naar buiten (inademen)
• Inademen = actief proces (diafragma trekt samen)
• Uitademen = passief (ontspannen)
o Behalve als je extra veel lucht uit je longen duwt = spieren gebruiken
▪ Buikspieren aanspannen (buik plat maken → diafragma naar boven)
▪ Spieren tussen ribben = ribben naar beneden duwen en ribrooster kleiner te maken.
o Sit-up controleren met ademhaling → bij het naar boven komen (span je spieren op + uitblazen →
spieren nodig om volledig uit te blazen)
• Paradoxale ademhaling = In tegenstelling tot een ‘gewone’ ademhaling zal de buik intrekken en de borstkas
uitzetten tijdens het inademen.
3
Sofie Rondags Cardiorespiratoire kinesitherapie: ademhalingskine
, WAAROM RIBBEN VAN ONDER BREDER WORDEN NAAR DE ZIJKANT EN VANBOVEN EERDER NAAR DE
VOORKANT?
• Ribben maken vanachter gewricht met wervels → richting van gewricht bepaald hoe de ribben gaan
bewegen
• Onderste ribben gaan links-rechts scharnieren
• Bovenste ribben gaan naar voor-boven scharnieren
• Voorbeeld: handvat van emmer dat naast emmer hangt (tot horizontaal = onderste ribben)
INADEMEN
Lucht in de longen = vat groter:
• Bodem vat naar beneden laten gaan (bodem = diafragma → aanspannen = naar beneden gaan)
• Zijkant van het vat te vergroten
o Gevormd door ribben en spieren tussen de ribben
o Wanneer de spieren samentrekken gaan de ribben naar boven
▪ Onderkant = zijkant
▪ Bovenkant = voor en boven
• Rust = bodem gebruiken
• Sport = bodem en zijkant van vat gebruiken
⇒ vermijden om enkel de zijkanten te gebruiken of in rust de zijkanten te gebruiken (te veel spieren
gebruiken = paradoxale ademhaling → vb hyperventileren)
Pauze nemen tussen in- en uitademen:
→ Zo kan elk longblaasje met lucht vullen
Lucht tussen longvliezen
• Ribben naar zijkant en naar voor → volume thorax
vergroten
• Onder ribben = vlies dat meebeweegt
• Longen worden groter → rond longen ook vlies
• 2 vliezen samen zitten over elkaar met laagje vloeistof
(plakken tegen elkaar)
• Als je aan buitenste vlies (ribben) zou trekken, komt
binnenste vlies mee = longen worden groter
• Fout: rib breken → punteert vlies = lucht tussen
vliezen en laten deze los
o Elasticiteit → long gaat dicht klappen
o Lucht tussen longen → pneumothorax
(onderaan)
o Bloed tussen longen → haemathorax
(bovenaan)
4
Sofie Rondags Cardiorespiratoire kinesitherapie: ademhalingskine
1
Sofie Rondags Cardiorespiratoire kinesitherapie: ademhalingskine
,RESTRICTIEVE AANDOENINGEN:
OBSTRUCTIVE & RESTRICTIVE LUNG DISEASE
ADEMHALINGSSYSTEEM (RESPIRATOIR SYSTEEM)
• Geheel van longen, ribbenkast en centrale regulatiesystemen (in het verlengde merg van de hersenen) dat
zorg draagt voor de ademhaling (= respiratie).
• De ademhaling betreft de inademing (= inhalatie) van verse zuurstofrijke lucht naar de longen en de afvoer (=
expiratie) van koolzuurrijke lucht uit de longen.
OBSTRUCTIEF VS RESTRICTIEF
Restrictief:
• Probleem om de lucht in de longen te krijgen
• Beperking van volume dat je nog kan inademen
Obstructief:
• Probleem lucht uit longen krijgen
• Er zit een obstructie
• Spirometrie: hoeveel in- en uitademen in rust (volume en capaciteit)
• Flow volume curve:
o Uitademen: meeste volume en hoogste flow in het begin (veel lucht tegelijk uitademen) en daarna
neemt het af.
o Obstructief: lucht kan niet zo
snel uit de longen geraken
(flow verlaagd). Er is een knik
in curve omdat er een
probleem is om lucht er
verder uit te krijgen
o Restrictief: curve wordt
verlegd naar de 0. Geen knik
want geen obstructie. Maar
wel minder lucht opnemen
omdat er minder plaats is in
de longen. De curve schuift
op naar de 0 van het volume!!
(Niet naar links en rechts
zeggen!)
→ voor interpretatie altijd kijken aan welke kant de 0 staat!!!
RESTRICTIEF LONGLIJDEN
• Bij restrictief longlijden is de expansie van de long belemmerd of de mogelijkheid tot ontplooien afgenomen.
• Het is een toestand waarbij alle longvolumes zijn afgenomen (zoals bv. bij kwabresectie).
• Patiënten trachten hun benodigd ademminutenvolume (AMV) te bereiken door sneller te ademen
(tachypnoe)
• Een afname in het longvolume en zekere stijfheid van longweefsel.
• Elasticiteit is verminderd
2
Sofie Rondags Cardiorespiratoire kinesitherapie: ademhalingskine
,OORZAKEN:
• Longweefsel stijver (longfibrose) → zorgt voor daling vh
longvolume
• Pickwick syndroom = abdominale obesitas (veel
vetopstapeling in buik → normaal diafragma naar beneden om
lucht in longen te krijgen → diafragma kan niet naar beneden
en dus minder longvolume)
• Elasticiteit is veranderd = compliance → hoe sterk verzet een bepaald weefsel zich tegen uitrekking
Intrinsieke oorzaken Extrinsieke oorzaken Neuromusculaire ziekten
• Interstitiële longfibrose • Kyphoscoliose • Paralyse van één of beide
• Hartfalen met longoedeem • Extreem overgewicht diafragmahelften
• Pneumonie • Zwangerschap • Spierdystrofie
• Tuberculose • Ruimte innemend proces in • Poliomyelitis
• Longfibrose geïnduceerd abdomen (bv tumor) • Guillain-Barré
door straling of • Pijn • Algemene spierzwakte
chemotherapie • Problemen in buik waardoor door b.v. Ondervoeding
• Pneumothorax diafragma niet kan dalen
• Atelectase • Houdingsafwijkingen
Pijn bij inademen:
• Kleine volumes en sneller ademen → aanleren om diepe ademteugen te nemen om voldoende CO2 af te
voeren!! (Oppervlakkig ademen → opstapeling CO2 in weefsel = hypercapnie → je kan in coma gaan)
BELANGRIJK:
• Bij restrictieve longaandoeningen is de ‘compliance’ afgenomen en is m.a.w. de stijfheid toegenomen
• Externe factoren:
o Houdingsafwijking (kyfose/scoliose)
o Diafragma niet meer naar beneden zakken
IN RUST
• Inademen = buik wordt dikker
o Waarom? Diafragma naar beneden en alle ingewanden worden samengedrukt; omdat diafragma
naar beneden gaat kunnen longen groter worden en vullen met lucht.
o Lucht stroomt in longen omdat buik dik wordt (niet omgekeerd!!)
• PxV = constante
o Volume van thorax vergroot → druk in thorax wordt kleiner → lucht stroomt in longen
o Hoogste druk stroomt naar laagste druk = van binnen naar buiten (inademen)
• Inademen = actief proces (diafragma trekt samen)
• Uitademen = passief (ontspannen)
o Behalve als je extra veel lucht uit je longen duwt = spieren gebruiken
▪ Buikspieren aanspannen (buik plat maken → diafragma naar boven)
▪ Spieren tussen ribben = ribben naar beneden duwen en ribrooster kleiner te maken.
o Sit-up controleren met ademhaling → bij het naar boven komen (span je spieren op + uitblazen →
spieren nodig om volledig uit te blazen)
• Paradoxale ademhaling = In tegenstelling tot een ‘gewone’ ademhaling zal de buik intrekken en de borstkas
uitzetten tijdens het inademen.
3
Sofie Rondags Cardiorespiratoire kinesitherapie: ademhalingskine
, WAAROM RIBBEN VAN ONDER BREDER WORDEN NAAR DE ZIJKANT EN VANBOVEN EERDER NAAR DE
VOORKANT?
• Ribben maken vanachter gewricht met wervels → richting van gewricht bepaald hoe de ribben gaan
bewegen
• Onderste ribben gaan links-rechts scharnieren
• Bovenste ribben gaan naar voor-boven scharnieren
• Voorbeeld: handvat van emmer dat naast emmer hangt (tot horizontaal = onderste ribben)
INADEMEN
Lucht in de longen = vat groter:
• Bodem vat naar beneden laten gaan (bodem = diafragma → aanspannen = naar beneden gaan)
• Zijkant van het vat te vergroten
o Gevormd door ribben en spieren tussen de ribben
o Wanneer de spieren samentrekken gaan de ribben naar boven
▪ Onderkant = zijkant
▪ Bovenkant = voor en boven
• Rust = bodem gebruiken
• Sport = bodem en zijkant van vat gebruiken
⇒ vermijden om enkel de zijkanten te gebruiken of in rust de zijkanten te gebruiken (te veel spieren
gebruiken = paradoxale ademhaling → vb hyperventileren)
Pauze nemen tussen in- en uitademen:
→ Zo kan elk longblaasje met lucht vullen
Lucht tussen longvliezen
• Ribben naar zijkant en naar voor → volume thorax
vergroten
• Onder ribben = vlies dat meebeweegt
• Longen worden groter → rond longen ook vlies
• 2 vliezen samen zitten over elkaar met laagje vloeistof
(plakken tegen elkaar)
• Als je aan buitenste vlies (ribben) zou trekken, komt
binnenste vlies mee = longen worden groter
• Fout: rib breken → punteert vlies = lucht tussen
vliezen en laten deze los
o Elasticiteit → long gaat dicht klappen
o Lucht tussen longen → pneumothorax
(onderaan)
o Bloed tussen longen → haemathorax
(bovenaan)
4
Sofie Rondags Cardiorespiratoire kinesitherapie: ademhalingskine