Doorniksesteenweg 145
8500 Kortrijk
Statistiek
Iemke Hackx BaTP 2
Schooljaar 2016 - 2017
1
,1. Hoe bereid ik mij voor op statistiek met Excel?
1.1. Fasen van de onderzoekscyclus
1) Wat is/zijn mijn onderzoeksvra(a)g(en) en wat is de doelstelling van mijn onderzoek?
2) Hoe zoek ik informatie?
3) Wat voor type onderzoek ga ik doen?
4) Hoe ziet mijn onderzoeksontwerp eruit?
5) Betrek ik de populatie in mijn onderzoek of trek ik een steekproef?
6) Welke dateverzamelingsmethode ga ik gebruiken?
7) Hoe prepareer ik mijn data voor de analyse?
8) Hoe analyseer ik mijn data? Staan in dit boek centraal!
9) Hoe rapporteer en evalueer ik mijn onderzoek?
1.2. Geld en geluk; toelichting op de gebruikte casus
Zie cursus pagina 17-18
1.3. Hoe analyseer ik mijn data? Een gebruikswijzer
Gaat het in de vraagstelling om frequenties (hoe vaak/in welke mate?), een verschil of een
samenhang. Of een combinatie daarvan?
Wat is het meetniveau van de gegevens die je hebt verzameld?
Gaat het om een steekproef of een populatie?
2
, 1.3.1. Om wat voor specifieke onderzoeksvragen gaat het in mijn onderzoek?
Er zijn 3 soorten onderzoeksvragen:
1) Vragen over in welke mate iets voorkomt = BESCHRIJVEN = FREQUENTIE
Bv. ‘In welke mate zijn de Nederlanders gelukkig?’
2) Vragen die gaan over VERSCHIL
Bv. ‘Zijn mannen gelukkiger dan vrouwen?’
3) Vragen die gaan over SAMENHANG
Bv. ‘Is er een samenhang tussen geld en geluk?’
1.3.2. Wat is het meetniveau van mijn gegevens?
1)Nominaal meetniveau
Enkel onderscheidend (tellen en percentages)
Kwalitatief: je kunt er geen cijfers opplakken
Je behoort tot een bepaalde categorie (bv. ofwel man ofwel vrouw)
- Nominale variabele is vaak DICHOTOOM: d.w.z. dat ze slechts 2 waarden kan aannemen (bv.
man of vrouw)
- Deze sluiten elkaar uit
- Ze zijn evenwaardig: de ene is niet meer waar dan de andere (je kunt niet zeggen dat iemand
meer ‘man’ of meer ‘vrouw’ is)
Bv. geslacht, leefsituatie, beroep, haarkleur, woonplaats
2) Ordinaal meetniveau
Onderscheidend en ordening aanbrengen (tellen, percentages en hoger/lager/meer/minder)
Kwalitatief: je kunt er geen cijfers opplakken (tussen het verschil)
Bv. opleidingsniveau = universitair is meer of hoger dan hogeschool, hogeschool is meer of hoger
dan middelbaar onderwijs maar dit is niet uit te drukken in getallen
- Vraag naar de hoogst genoten opleiding:
Lager onderwijs
Lager secundair onderwijs
Hoger secundair onderwijs
Bachelor
Master
Deze vijf niveaus kunnen gerangschikt worden van laag naar hoog en omgekeerd maar er is
geen meeteenheid (niet uit te drukken in getallen, geen informatie over de afstand tussen de
niveaus)
3) Interval meetniveau
Onderscheidend en ordening aanbrengen (tellen, hoger/lager waarbij verschillen in eenheden
zijn uit te drukken zoals gemiddelde en spreiding)
Kwantitatief: je kunt het wel in een getal uitdrukken
Bv. gewicht: het verschil tussen 30 graden C en 31 graden C is even groot als het verschil tussen
40 C en 41 C
Bv. Intelligentie: het verschil tussen IQ 100 en IQ 101 is hetzelfde als het verschil tussen IQ 120 en
IQ 121
MAAR: we hebben geen absoluut nulpunt
- Nul graden Celsius is geen absoluut nulpunt; absoluut nulpunt is -273 graden Celsius
3