Introductie
In het onderhavige thema wordt allereerst ingegaan op de vraag voor wie tegen een bepaalde
overheidsgedraging toegang tot de bestuursrechtelijke voorziening openstaat. Dienaangaande
bouwen we voort op de cursus Bestuursrecht. Voordat een belanghebbende beroep kan
instellen bij de bestuursrechter dient hij in de regel eerst bezwaar te maken bij het
bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen. De bezwaarprocedure heeft twee
hoofdfuncties, namelijk rechtsbescherming en verlengde besluitvorming. In de procedure van
bezwaar ziet men elementen van beide functies.
Vervolgens staat in dit thema de gang van zaken bij de bestuursrechter in eerste aanleg
centraal. Naast het recht betreffende de procedure wordt aandacht besteed aan de omvang van
het geding. De indiener van een beroepschrift concentreert zijn gronden soms op bepaalde
onderdelen van een besluit. De vraag rijst of een eiser in beroep andere onderdelen aan de
orde mag stellen dan bijvoorbeeld in bezwaar. Ook meer in het algemeen komt de vraag aan
de orde naar de verhouding tussen de beroepsfase en de bestuurlijke voorfase. En mag de
bestuursrechter andere gronden beoordelen dan de door eiser aangevoerde gronden? Het
uitgangspunt is dat de bestuursrechter alleen oordeelt over de gronden die door partijen aan
hem worden voorgelegd. Alleen kwesties die ‘van openbare orde’ zijn, mag en moet de
bestuursrechter ambtshalve toetsen. Tot besluit komt aan de orde wat het toetsmoment voor
de bestuursrechter is: naar de omstandigheden van welk moment beoordeelt de
bestuursrechter het bestreden besluit?
Leerdoelen
Van u wordt verwacht dat u na bestudering van de stof onder meer:
Kunt beoordelen of een bezwaar of beroep binnen de geldende termijn is ingediend;
Weet aan welke vereisten een bezwaar- of beroepschrift moet voldoen;
De functies van de bezwaarschriftprocedure kunt beschrijven;
De omvang en de aard van de heroverweging in bezwaar kunt beschrijven;
Het verloop van de procedure van hoofdstuk 8 Awb kunt beschrijven;
Kunt uitleggen hoe artikel 8:69, eerste lid, Awb de rechterlijke toetsing begrenst;
De onderdelenfuik begrijpt;
Kunt aangeven welke kwesties de bestuursrechter ambtshalve beoordeelt.
Verplichte literatuur en jurisprudentie
Bestuursrecht 2
Hoofdstuk 4;
Hoofdstuk 5, minus § 5.4;
Hoofdstuk 6, minus § 6.2.6, § 6.4.4, § 6.4.5, § 6.5 t/m 6.8.
ABRvS 9 maart 2011, Administratiefrechtelijke Beslissingen (AB) 2011/130, m.nt.
Blomberg en Grapperhaus;
ABRvS 24 februari 2016, Administratiefrechtelijke Beslissingen (AB) 2016/134, m.nt.
Modderman en Ortlep.