Fauna en Flora I
Determineren van FAUNA en FLORA
1. Planten (herfst & lente)
Algemene kenmerken van planten
1. Algemeen
o Hoogte
o Houtachtig/ kruidachtig/ waterplant/ sporenplant
2. Vegetatieve kenmerken
Stengel:
o Stengeltype:
Stijgend: rechtopstaand zodat de plant in de hoogte groeit zonder externe steun
Klimmend: de plant gebruikt steun om in de hoogte te groeien, de stengel van de plant
windt zich in zijn geheel om de steun van de plant gebruikt structuren zoals ranken voor
vasthechting
Liggend: ligt op de grond maar vormt geen worteluitlopers op grond
Kruipend: ligt op de grond en op de knopen ontstaan wortel-uitlopers
o Vertakkingen: vertakt – niet vertakt
o Stengelvorm: rond, driehoekig, vierkant, …
o Stengelprofiel:
Gegroefde stengel
Geribde stengel
Stengel met vleugels
Of geen profiel = glad
o Stengelbeharing/ doornen: zie 2. Vegetatieve
kenmerken – blad – beharing
Blad:
o locatie bebladering: stengel of wortel (rozet)
o bladstand:
tweerijig afwisselend
tegenoverstaand
kruisgewijs
verspreid
kransgewijs
in bundels
rijdend
alzijdig geplaatste naalden die ongeveer in vier rijen
zijn geplaatst
bladeren in rozet
bladmozaïek
grondstandige bladeren in rozet
o bladaanhechting:
blad gesteeld
zittend blad
blad geoord, halfstengelomvattend
blad geoord, stengelomvattend
doorgroeid blad
bladeren vergroeid
steunbladeren vergroeid
aflopend blad
,o steunblaadjes: met of zonder
o bladvoet:
in de gevleugelde steel aflopend
versmald
wigvormig
harvormig
geoord
scheef
afgeknot
afgerond
stengelomvattend
doorgroeid
o bladsamenstelling: enkelvoudig of samengesteld
o bladinsnijding:
gelobd: insnijdingen tot een kwart van de zijnerf (veerlobbig A,
handlobbig E, voetvormig gelobd H)
gespleten: insnijdingen vanaf een kart tot de helft van de
zijnerf (veerspletig B, handspletig F, voetvormig gespleten I)
gedeeld: insnijdingen vanaf de helft van de zijnerf tot bijna aan
de hoofdnerf (veerdelig C, handdelig G, voetvormig gedeeld J)
o bladrand:
gaaf
gekarteld
getand (fijn/ doornig)
gezaagd
dubbel gezaagd
gegolfd
o bladvorm:
ruitvormig
liervormig
spatelvormig
, hartvormig
omgekeerd hartvormig
schildvormig
niervormig
pijlvormig
speervormig
o bladnervatuur:
veernervig blad
handnervig blad
kromnervig blad
parallelnervig
blad
o bladbeharing
papilleus
stekelharig
haren enkelvoudig
haren meercellig
knopklierhaar en klierhaar
gaffelhaar en 2-armige haar
vertakte haar
sterhaar
beharing: fluwelig
wollig/ viltig
zijdeachtig
gewimperde rand
Wortel:
o type wortel:
uitloper
wortelstok
pol
zode
3. Generatieve kenmerken
Bloem:
o Bloeiwijze:
Hoofdje
Tros
Aar
Kolf
Pluim
Scherm
Samengesteld scherm
Tuil
Gevorkte bescherm
Samengestelde tros
Éénassig bijscherm: schicht
Éénassig bijscherm: schroef
o Algemene bouw: bloemsteel (9) bloembodem (3) kroonbladen (5) kelkbladen (8) samen de
bloemkroon (perianth) meeldraden = helmdraad + helmhokjes (4) stamper (7) = stijl (1) + stempel(6)
+ vruchtbeginsel (2)
Determineren van FAUNA en FLORA
1. Planten (herfst & lente)
Algemene kenmerken van planten
1. Algemeen
o Hoogte
o Houtachtig/ kruidachtig/ waterplant/ sporenplant
2. Vegetatieve kenmerken
Stengel:
o Stengeltype:
Stijgend: rechtopstaand zodat de plant in de hoogte groeit zonder externe steun
Klimmend: de plant gebruikt steun om in de hoogte te groeien, de stengel van de plant
windt zich in zijn geheel om de steun van de plant gebruikt structuren zoals ranken voor
vasthechting
Liggend: ligt op de grond maar vormt geen worteluitlopers op grond
Kruipend: ligt op de grond en op de knopen ontstaan wortel-uitlopers
o Vertakkingen: vertakt – niet vertakt
o Stengelvorm: rond, driehoekig, vierkant, …
o Stengelprofiel:
Gegroefde stengel
Geribde stengel
Stengel met vleugels
Of geen profiel = glad
o Stengelbeharing/ doornen: zie 2. Vegetatieve
kenmerken – blad – beharing
Blad:
o locatie bebladering: stengel of wortel (rozet)
o bladstand:
tweerijig afwisselend
tegenoverstaand
kruisgewijs
verspreid
kransgewijs
in bundels
rijdend
alzijdig geplaatste naalden die ongeveer in vier rijen
zijn geplaatst
bladeren in rozet
bladmozaïek
grondstandige bladeren in rozet
o bladaanhechting:
blad gesteeld
zittend blad
blad geoord, halfstengelomvattend
blad geoord, stengelomvattend
doorgroeid blad
bladeren vergroeid
steunbladeren vergroeid
aflopend blad
,o steunblaadjes: met of zonder
o bladvoet:
in de gevleugelde steel aflopend
versmald
wigvormig
harvormig
geoord
scheef
afgeknot
afgerond
stengelomvattend
doorgroeid
o bladsamenstelling: enkelvoudig of samengesteld
o bladinsnijding:
gelobd: insnijdingen tot een kwart van de zijnerf (veerlobbig A,
handlobbig E, voetvormig gelobd H)
gespleten: insnijdingen vanaf een kart tot de helft van de
zijnerf (veerspletig B, handspletig F, voetvormig gespleten I)
gedeeld: insnijdingen vanaf de helft van de zijnerf tot bijna aan
de hoofdnerf (veerdelig C, handdelig G, voetvormig gedeeld J)
o bladrand:
gaaf
gekarteld
getand (fijn/ doornig)
gezaagd
dubbel gezaagd
gegolfd
o bladvorm:
ruitvormig
liervormig
spatelvormig
, hartvormig
omgekeerd hartvormig
schildvormig
niervormig
pijlvormig
speervormig
o bladnervatuur:
veernervig blad
handnervig blad
kromnervig blad
parallelnervig
blad
o bladbeharing
papilleus
stekelharig
haren enkelvoudig
haren meercellig
knopklierhaar en klierhaar
gaffelhaar en 2-armige haar
vertakte haar
sterhaar
beharing: fluwelig
wollig/ viltig
zijdeachtig
gewimperde rand
Wortel:
o type wortel:
uitloper
wortelstok
pol
zode
3. Generatieve kenmerken
Bloem:
o Bloeiwijze:
Hoofdje
Tros
Aar
Kolf
Pluim
Scherm
Samengesteld scherm
Tuil
Gevorkte bescherm
Samengestelde tros
Éénassig bijscherm: schicht
Éénassig bijscherm: schroef
o Algemene bouw: bloemsteel (9) bloembodem (3) kroonbladen (5) kelkbladen (8) samen de
bloemkroon (perianth) meeldraden = helmdraad + helmhokjes (4) stamper (7) = stijl (1) + stempel(6)
+ vruchtbeginsel (2)