Inhoud
Hoofdstuk 1: Pijlersysteem....................................................................................................................3
§ 1.1 AOW en Anw.............................................................................................................................3
§ 1.2 WIA...........................................................................................................................................5
§ 1.3 tweede pijlerpensioen..............................................................................................................6
§ 1.4 fiscale aspecten pensioen.........................................................................................................9
§ 1.5 juridische aspecten pensioen..................................................................................................10
§ 1.6 waarde overdracht..................................................................................................................12
§ 1.7 echtscheiding en pensioen......................................................................................................14
§ 1.8 arbeidsovereenkomst..............................................................................................................15
§ 1.9 wet fiscale behandeling pensioen...........................................................................................17
§ 1.10 het adviestraject...................................................................................................................19
§ 1.11 toezichthouders....................................................................................................................20
§ 1.12 klachtenprocedures juridisch en niet-juridisch......................................................................21
§ 1.13 bedrijfsrakpensioenfonds......................................................................................................23
§ 1.14 overige pensioenbegrippen...................................................................................................24
Hoofdstuk 2: Pensioenuitvoerders.......................................................................................................26
§ 2.1 collectieve pensioenregelingen...............................................................................................26
§ 2.2 pensioenfondsen.....................................................................................................................27
§ 2.3 governance van pensioenfondsen...........................................................................................28
§ 2.4 financiële aspecten van pensioenfondsen..............................................................................30
§ 2.5 bijzonderheden van pensioenvoorzieningen bij pensioenfondsen.........................................32
Hoofdstuk 3: Ondernemingen.............................................................................................................34
§ 3.1 ondernemingsvormen.............................................................................................................34
§ 3.2 ondernemingsraad, fusies en overnames...............................................................................36
§ 3.3 risicomanagement..................................................................................................................37
§ 3.4 jaarrekening............................................................................................................................39
§ 3.5 financiële ratio’s......................................................................................................................40
§ 3.6 pensioenverplichtingen en de jaarrekening............................................................................41
Hoofdstuk 4: Ondernemers.................................................................................................................42
§ 4.1 definitie DGA...........................................................................................................................42
§ 4.2 wet fiscale behandeling pensioenen.......................................................................................43
§ 4.3 collectieve gangbaarheidstoets...............................................................................................44
§ 4.4 pensioenopbouw DGA in intern eigen beheer........................................................................45
§ 4.5 pensioenopbouw DGA in extern eigen beheer.......................................................................46
,§ 4.6 pensioenopbouw DGA in verzekerde regeling........................................................................47
§ 4.7 pensioentoezeggingen en de pensioenovereenkomst............................................................48
§ 4.8 uitkeringsfase..........................................................................................................................49
§ 4.9 overlijden en nabestaandenpensioen.....................................................................................50
§ 4.10 arbeidsongeschiktheid..........................................................................................................50
§ 4.11 echtscheiding........................................................................................................................51
§ 4.12 overige aspecten...................................................................................................................51
§ 4.13 wet uitfasering pensioen in eigen beheer.............................................................................52
,Hoofdstuk 1: Pijlersysteem
§ 1.1 AOW en Anw
Toekomstvoorzieningen gebaseerd
op 3 pijlersysteem
1. Sociale zekerheid
voorzieningen vanuit de
overheid
2. De voorzieningen vanuit
werkgever
3. Privévoorzieningen
Pijlers zijn gebaseerd op 3 risico’s:
1. Langleven
2. Kortleven
3. Arbeidsongeschiktheid
Overheidsvoorzieningen; onderscheid tussen sociale verzekeringen en sociale voorzieningen. Voor
verzekeringen wordt door werkgever of werknemer premie betaald. Sociale voorzieningen worden
door de overheid gefinancierd via belastinginkomsten.
Sociale verzekeringen
- Volksverzekeringen geleden voor iedereen die in Nederland woont, ongeacht of zij
werken
o AOW
oAnw
- Werknemersverzekeringen
o WW
o WIA
o ZW
Sociale voorzieningen gelden ook voor iedereen die in Nederland woont. Vullen aan tot sociaal
minimum (Pw, TW, IOAW, IOW en IOAZ).
Sociale verzekeringen en voorzieningen worden gefinancierd door omslagstelsel = premies die in dit
jaar betaald worden door premieplichtigen worden gebruikt voor uitkeringen in datzelfde jaar.
AOW-leeftijd en pensioenleeftijd zijn gekoppeld aan levensverwachting. 1 jaar langer leven
pensioenleeftijd en AOW met 8 maanden omhoog. Mensen kunnen AOW inkopen; voorwaarden:
- Minimaal 5 jaar verplicht verzekerd zijn (door bv. in Nederland te wonen of werken)
- Heeft op het moment van inkoop nog geen AOW leeftijd bereikt
- Vraagt de inkoop aan binnen 10 jaar nadat hij in Nederland is komen wonen/werken
Inkopen kan niet over de perioden waarin iemand verzekerd was voor een niet-Nederlands OP en al
een OP krijgt.
, De AOW wordt uitgekeerd door de SVB tot aan overlijden. Per niet verzekerd jaar ontvangt iemand
2% minder AOW. Berekening korting AOW (aantal jaren * 2% * uitkering AOW).
Vroeger was er een partnertoeslag voor AOW’ers met een partner jonger dan AOW-leeftijd. Wordt
aangehouden als er aan voorwaarden voldaan blijft:
- AOW’er was voor 1 jan 2015 getrouwd, GP of samenwonend
- Partner heeft AOW-leeftijd nog niet bereikt
- Beiden wonen in NL of land waarmee NL afspraken heeft
- Partner heeft geen inkomen of inkomen onder bepaalde grens
Als er niet meer aan voorwaarden voldaan wordt, raakt AOW’er de toeslag kwijt. Uitzonderingen zijn
dat het inkomen maximaal 3 maanden te hoog is, het inkomen is > 3 maanden te hoog door een
incidentele wijziging of de partner heeft wisselende inkomsten. Loon van partner wordt gedeeltelijk
van toeslag afgetrokken.
Tweewoningenregel (allebei AOW voor alleenstaande) wanneer partners:
- Ongehuwd zijn
- Beide een huur- of koopwoning hebben
- Beide ingeschreven op eigen adres
- Zij betalen de volledige kosten en lasten van de woning
- Vrij beschikken over de woningen
AOW’er mag doorwerken na AOW leeftijd. Ziektedoorbetaling is wel 13 werken i.p.v. 2 jaar.
Ketenbepaling voor AOW’ers is maximaal 4 jaar en 5 keer verlengen.
Anw-uitkering als:
- Partner verzekerd was op moment van overlijden
- Na nabestaande de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt
- Bij overlijden binnen 1 jaar na huwelijk, moet het overlijden niet te verwachten zijn geweest
- Nabestaande moet aan minimaal 1 voorwaarde voldoen:
o Verzorgt minderjarige kinderen
o Is arbeidsongeschikt voor >45%, minimaal 3 maanden
Anw eindigt bij nieuw huwelijk (tenzij dit geen 6 maanden stand houdt) of bij gevangenisstraf. Anw
afhankelijk van inkomen. Inkomen in verband met (vroegere) arbeid wordt volledig gekort. Inkomen
uit arbeid blijft gedeeltelijk buiten beschouwing:
- Eerste 900 EUR telt niet mee
- Boven deze grens wordt 2/3 in mindering gebracht
Halfwezenuitkering gaan naar ouder via kindgebonden budget.
Wezenuitkering sowieso tot 16 jaar, tenzij het kind studeert of >19 uur in de week zorgt voor
huishouden waar andere wees ook behoort, dan is er tot 21-jarige leeftijd recht op uitkering.
Hoofdstuk 1: Pijlersysteem....................................................................................................................3
§ 1.1 AOW en Anw.............................................................................................................................3
§ 1.2 WIA...........................................................................................................................................5
§ 1.3 tweede pijlerpensioen..............................................................................................................6
§ 1.4 fiscale aspecten pensioen.........................................................................................................9
§ 1.5 juridische aspecten pensioen..................................................................................................10
§ 1.6 waarde overdracht..................................................................................................................12
§ 1.7 echtscheiding en pensioen......................................................................................................14
§ 1.8 arbeidsovereenkomst..............................................................................................................15
§ 1.9 wet fiscale behandeling pensioen...........................................................................................17
§ 1.10 het adviestraject...................................................................................................................19
§ 1.11 toezichthouders....................................................................................................................20
§ 1.12 klachtenprocedures juridisch en niet-juridisch......................................................................21
§ 1.13 bedrijfsrakpensioenfonds......................................................................................................23
§ 1.14 overige pensioenbegrippen...................................................................................................24
Hoofdstuk 2: Pensioenuitvoerders.......................................................................................................26
§ 2.1 collectieve pensioenregelingen...............................................................................................26
§ 2.2 pensioenfondsen.....................................................................................................................27
§ 2.3 governance van pensioenfondsen...........................................................................................28
§ 2.4 financiële aspecten van pensioenfondsen..............................................................................30
§ 2.5 bijzonderheden van pensioenvoorzieningen bij pensioenfondsen.........................................32
Hoofdstuk 3: Ondernemingen.............................................................................................................34
§ 3.1 ondernemingsvormen.............................................................................................................34
§ 3.2 ondernemingsraad, fusies en overnames...............................................................................36
§ 3.3 risicomanagement..................................................................................................................37
§ 3.4 jaarrekening............................................................................................................................39
§ 3.5 financiële ratio’s......................................................................................................................40
§ 3.6 pensioenverplichtingen en de jaarrekening............................................................................41
Hoofdstuk 4: Ondernemers.................................................................................................................42
§ 4.1 definitie DGA...........................................................................................................................42
§ 4.2 wet fiscale behandeling pensioenen.......................................................................................43
§ 4.3 collectieve gangbaarheidstoets...............................................................................................44
§ 4.4 pensioenopbouw DGA in intern eigen beheer........................................................................45
§ 4.5 pensioenopbouw DGA in extern eigen beheer.......................................................................46
,§ 4.6 pensioenopbouw DGA in verzekerde regeling........................................................................47
§ 4.7 pensioentoezeggingen en de pensioenovereenkomst............................................................48
§ 4.8 uitkeringsfase..........................................................................................................................49
§ 4.9 overlijden en nabestaandenpensioen.....................................................................................50
§ 4.10 arbeidsongeschiktheid..........................................................................................................50
§ 4.11 echtscheiding........................................................................................................................51
§ 4.12 overige aspecten...................................................................................................................51
§ 4.13 wet uitfasering pensioen in eigen beheer.............................................................................52
,Hoofdstuk 1: Pijlersysteem
§ 1.1 AOW en Anw
Toekomstvoorzieningen gebaseerd
op 3 pijlersysteem
1. Sociale zekerheid
voorzieningen vanuit de
overheid
2. De voorzieningen vanuit
werkgever
3. Privévoorzieningen
Pijlers zijn gebaseerd op 3 risico’s:
1. Langleven
2. Kortleven
3. Arbeidsongeschiktheid
Overheidsvoorzieningen; onderscheid tussen sociale verzekeringen en sociale voorzieningen. Voor
verzekeringen wordt door werkgever of werknemer premie betaald. Sociale voorzieningen worden
door de overheid gefinancierd via belastinginkomsten.
Sociale verzekeringen
- Volksverzekeringen geleden voor iedereen die in Nederland woont, ongeacht of zij
werken
o AOW
oAnw
- Werknemersverzekeringen
o WW
o WIA
o ZW
Sociale voorzieningen gelden ook voor iedereen die in Nederland woont. Vullen aan tot sociaal
minimum (Pw, TW, IOAW, IOW en IOAZ).
Sociale verzekeringen en voorzieningen worden gefinancierd door omslagstelsel = premies die in dit
jaar betaald worden door premieplichtigen worden gebruikt voor uitkeringen in datzelfde jaar.
AOW-leeftijd en pensioenleeftijd zijn gekoppeld aan levensverwachting. 1 jaar langer leven
pensioenleeftijd en AOW met 8 maanden omhoog. Mensen kunnen AOW inkopen; voorwaarden:
- Minimaal 5 jaar verplicht verzekerd zijn (door bv. in Nederland te wonen of werken)
- Heeft op het moment van inkoop nog geen AOW leeftijd bereikt
- Vraagt de inkoop aan binnen 10 jaar nadat hij in Nederland is komen wonen/werken
Inkopen kan niet over de perioden waarin iemand verzekerd was voor een niet-Nederlands OP en al
een OP krijgt.
, De AOW wordt uitgekeerd door de SVB tot aan overlijden. Per niet verzekerd jaar ontvangt iemand
2% minder AOW. Berekening korting AOW (aantal jaren * 2% * uitkering AOW).
Vroeger was er een partnertoeslag voor AOW’ers met een partner jonger dan AOW-leeftijd. Wordt
aangehouden als er aan voorwaarden voldaan blijft:
- AOW’er was voor 1 jan 2015 getrouwd, GP of samenwonend
- Partner heeft AOW-leeftijd nog niet bereikt
- Beiden wonen in NL of land waarmee NL afspraken heeft
- Partner heeft geen inkomen of inkomen onder bepaalde grens
Als er niet meer aan voorwaarden voldaan wordt, raakt AOW’er de toeslag kwijt. Uitzonderingen zijn
dat het inkomen maximaal 3 maanden te hoog is, het inkomen is > 3 maanden te hoog door een
incidentele wijziging of de partner heeft wisselende inkomsten. Loon van partner wordt gedeeltelijk
van toeslag afgetrokken.
Tweewoningenregel (allebei AOW voor alleenstaande) wanneer partners:
- Ongehuwd zijn
- Beide een huur- of koopwoning hebben
- Beide ingeschreven op eigen adres
- Zij betalen de volledige kosten en lasten van de woning
- Vrij beschikken over de woningen
AOW’er mag doorwerken na AOW leeftijd. Ziektedoorbetaling is wel 13 werken i.p.v. 2 jaar.
Ketenbepaling voor AOW’ers is maximaal 4 jaar en 5 keer verlengen.
Anw-uitkering als:
- Partner verzekerd was op moment van overlijden
- Na nabestaande de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt
- Bij overlijden binnen 1 jaar na huwelijk, moet het overlijden niet te verwachten zijn geweest
- Nabestaande moet aan minimaal 1 voorwaarde voldoen:
o Verzorgt minderjarige kinderen
o Is arbeidsongeschikt voor >45%, minimaal 3 maanden
Anw eindigt bij nieuw huwelijk (tenzij dit geen 6 maanden stand houdt) of bij gevangenisstraf. Anw
afhankelijk van inkomen. Inkomen in verband met (vroegere) arbeid wordt volledig gekort. Inkomen
uit arbeid blijft gedeeltelijk buiten beschouwing:
- Eerste 900 EUR telt niet mee
- Boven deze grens wordt 2/3 in mindering gebracht
Halfwezenuitkering gaan naar ouder via kindgebonden budget.
Wezenuitkering sowieso tot 16 jaar, tenzij het kind studeert of >19 uur in de week zorgt voor
huishouden waar andere wees ook behoort, dan is er tot 21-jarige leeftijd recht op uitkering.