Moderne literatuur periode 1
→ 1850-1914
Achtergrond
Begint met het realisme
Socialisme: slecht arbeidsomstandigheden, kinderarbeid, invoering leerplicht
Spanningen rondom koloniën
Darwin → evolu etheorie: de ene soort is ontstaan uit een andere soort
Nietzsche: God is dood, opgevolgd door Adolf Hitler
Freud: grondlegger psychoanalyse (= gedrag van mensen bepaald door onbewuste,
irrationele en seksuele driften) Literatuur → meer aandacht voor gevoelens en
gedachten personages
Industriële revolutie
WOI 1914-1918
Stromingen
Realisme
o Registreren eigentijdse werkelijkheid
o Zo objectief en gedetailleerd mogelijk
o Hoofdpersonen moeten levensecht zijn
o Aandacht voor psychologische kanten van personages
→ Hildebrand en Multatuli
Naturalisme
o Voortzetting realisme
o Werkelijkheid objectief beschrijven en wetenschappelijk verklaren
o Pessimistisch → mens wordt bepaald door erfelijkheid en milieu
→ Deterministische levensvisie = leven wordt bepaald door eerdere
gebeurtenissen en oorzaken
→ Louis Couperus en Frederik van Eeden
Kenmerken naturalistische roman
→ Door Ton Anbeek
1. Hoofdpersoon heeft een zwak gestel
2. Verhaal is geschiedenis van ontnuchtering
3. Hoofdpersoon bepaald door erfelijkheid, opvoeding en milieu
4. Schrijver kiest partij tegen de burgerij en voor de kleine man
5. Belangstelling voor taboeonderwerpen
6. Taalgebruik kent neologismen, synesthesieën; natuurlijke dialogen
7. Ik- of personale verteller → objec ef verteld, zonder waardeoordelen
, Impressionisme
o Schilderkunst
o Claude Monet; vastleggen van de beweging: momentopname
o Literatuur: subjectieve indruk van de werkelijkheid (sfeer, gevoel)
o Taal: neologismen, synesthesie, bijvoeglijke naamwoorden
o De Tachtigers: l’art pour l’art
→ Herman Gorter
Symbolisme
o Poëzie
o Dichters gebruiken metaforen en symbolen om een diepere werkelijkheid te
ervaren
o Waarom? Pijn van het leven: fin du siècle
o Symbolische kunst kan alleen een glimp bieden van de hogere werkelijkheid
→ J.H. Leopold en P.C. Boutens
Neoromantiek
o Romantische thema’s
o Historische romans, spelend in een vaag en ver verleden
→ Arthur van Schendel
→ 1850-1914
Achtergrond
Begint met het realisme
Socialisme: slecht arbeidsomstandigheden, kinderarbeid, invoering leerplicht
Spanningen rondom koloniën
Darwin → evolu etheorie: de ene soort is ontstaan uit een andere soort
Nietzsche: God is dood, opgevolgd door Adolf Hitler
Freud: grondlegger psychoanalyse (= gedrag van mensen bepaald door onbewuste,
irrationele en seksuele driften) Literatuur → meer aandacht voor gevoelens en
gedachten personages
Industriële revolutie
WOI 1914-1918
Stromingen
Realisme
o Registreren eigentijdse werkelijkheid
o Zo objectief en gedetailleerd mogelijk
o Hoofdpersonen moeten levensecht zijn
o Aandacht voor psychologische kanten van personages
→ Hildebrand en Multatuli
Naturalisme
o Voortzetting realisme
o Werkelijkheid objectief beschrijven en wetenschappelijk verklaren
o Pessimistisch → mens wordt bepaald door erfelijkheid en milieu
→ Deterministische levensvisie = leven wordt bepaald door eerdere
gebeurtenissen en oorzaken
→ Louis Couperus en Frederik van Eeden
Kenmerken naturalistische roman
→ Door Ton Anbeek
1. Hoofdpersoon heeft een zwak gestel
2. Verhaal is geschiedenis van ontnuchtering
3. Hoofdpersoon bepaald door erfelijkheid, opvoeding en milieu
4. Schrijver kiest partij tegen de burgerij en voor de kleine man
5. Belangstelling voor taboeonderwerpen
6. Taalgebruik kent neologismen, synesthesieën; natuurlijke dialogen
7. Ik- of personale verteller → objec ef verteld, zonder waardeoordelen
, Impressionisme
o Schilderkunst
o Claude Monet; vastleggen van de beweging: momentopname
o Literatuur: subjectieve indruk van de werkelijkheid (sfeer, gevoel)
o Taal: neologismen, synesthesie, bijvoeglijke naamwoorden
o De Tachtigers: l’art pour l’art
→ Herman Gorter
Symbolisme
o Poëzie
o Dichters gebruiken metaforen en symbolen om een diepere werkelijkheid te
ervaren
o Waarom? Pijn van het leven: fin du siècle
o Symbolische kunst kan alleen een glimp bieden van de hogere werkelijkheid
→ J.H. Leopold en P.C. Boutens
Neoromantiek
o Romantische thema’s
o Historische romans, spelend in een vaag en ver verleden
→ Arthur van Schendel