Celcyclus
MITOSE
INTERFASE
= voorbereidende stap
⇒ DNA bijmaken
⇒ duurt langer dan effectieve deling zelf (21 uur <-> 1 uur)
G1 - in cycle (9 uur)
toename cytoplasma → vocht + mineral + celorganellen
bv. mitochondriën kunnen zichzelf verdubbelen
aanmaak van eiwitten, nucleotiden, …
dochtercel groeit uit tot volwassen cel
erfelijk materiaal nu in de vorm van chromatine vezels
S - synthese (10 uur)
DNA-replicatie
→ elke dochtercel evenveel en hetzelfde erfelijk materiaal meegeven
G2 (2 uur)
aanmaak histonen
→ sterilisatie en condensatie van de chromatine vezels tot chromosomen
verdubbeling centrosoom
→ centriolen paar (! helpen in celdeling)
extra membraan materiaal wordt aangemaakt
controle en herstel van DNA
→ fouten/mutaties herstellen uit DNA replicatie
door gespecialiseerde proteïnen: p53 en RB
→ eventueel: APOPTOSE (cel afbreken door autofagie m.b.v. lysosomen als
er teveel fouten zijn in een cel)
P53 and Rb zijn tumor-suppressor genen
Wanneer deze muteren (beide allelen) dan kunnen ze wel tot kanker leiden omdat ze dan
hun functie niet meer kunnen uitvoeren
Er zijn ook proto-oncogenen
Hier is een mutatie van 1 allel al voldoende op schade te veroorzaken
Voorbeelden hiervan zijn Ras proteïn en Src kinase
, M-FASE (mitose(kerndeling) + cytokinese(verdeling cytoplasma & kerninhoud))
MITOSE
Profase & prometafase
1. centriolen vormen spoelfiguur = aster figuur
met uiteinden = microtubuli (aaneenschakeling tubeline proteïnen)
kinetochore astrale microtubuli
(trekdraden - eiwitten rond centromeer)
→ zijn verbonden met kinetochoren op chromosomen
→ trekken de zusterchromatiden in een latere fase uit elkaar
polaire astrale microtubuli ( steundraden)
→ lopen van polen nr evenaarsvlak
→ denkbeeldig vlak = evenaarsvlak
2. kernmembraan en nucleolus (nucleaire envelop)‘gaan weg’ → worden
minder compact (kernmembraan wordt opgenomen in E.R)
3. chromosomen worden gevormd
! verschil tussen dier en plant:
planten hebben geen centriolen paar, daarom gebruiken ze centriolen uit het
cytoskelet, deze zijn niet zo mooi geordend
Metafase
- chromosomen gaan willekeurig ‘op’ het evenaarsvlak liggen met hun
centromeer erin
- chromosomen zijn dikke korte structuren geworden, zijn verbonden met de
polen en staan onder druk
Anafase
- splitsing van chromosomen
o → zusterchromatiden verbreken + centromeer kapot
o → centromeer kapot omdat cohesie proteïnen lossen
- zusterchromatide gaan naar elk van de polen
- kinechore astrale microtubuli worden korter (tubuline proteïnen afgebroken) →
‘trekken’
Telofase
- kernmembraan komt terug
- nucleolus wordt opnieuw gevormd (+ nieuwe aanmaak Golgi & ER)
- genetisch materiaal: chromatide wordt chromatine
- spoelfiguur wordt afgebroken
o → microtubili worden afgebroken
o → afzonderlijke tubilineprotëinen worden gebruikt voor opbouw
cytoskelet van de dochtercellen
MITOSE
INTERFASE
= voorbereidende stap
⇒ DNA bijmaken
⇒ duurt langer dan effectieve deling zelf (21 uur <-> 1 uur)
G1 - in cycle (9 uur)
toename cytoplasma → vocht + mineral + celorganellen
bv. mitochondriën kunnen zichzelf verdubbelen
aanmaak van eiwitten, nucleotiden, …
dochtercel groeit uit tot volwassen cel
erfelijk materiaal nu in de vorm van chromatine vezels
S - synthese (10 uur)
DNA-replicatie
→ elke dochtercel evenveel en hetzelfde erfelijk materiaal meegeven
G2 (2 uur)
aanmaak histonen
→ sterilisatie en condensatie van de chromatine vezels tot chromosomen
verdubbeling centrosoom
→ centriolen paar (! helpen in celdeling)
extra membraan materiaal wordt aangemaakt
controle en herstel van DNA
→ fouten/mutaties herstellen uit DNA replicatie
door gespecialiseerde proteïnen: p53 en RB
→ eventueel: APOPTOSE (cel afbreken door autofagie m.b.v. lysosomen als
er teveel fouten zijn in een cel)
P53 and Rb zijn tumor-suppressor genen
Wanneer deze muteren (beide allelen) dan kunnen ze wel tot kanker leiden omdat ze dan
hun functie niet meer kunnen uitvoeren
Er zijn ook proto-oncogenen
Hier is een mutatie van 1 allel al voldoende op schade te veroorzaken
Voorbeelden hiervan zijn Ras proteïn en Src kinase
, M-FASE (mitose(kerndeling) + cytokinese(verdeling cytoplasma & kerninhoud))
MITOSE
Profase & prometafase
1. centriolen vormen spoelfiguur = aster figuur
met uiteinden = microtubuli (aaneenschakeling tubeline proteïnen)
kinetochore astrale microtubuli
(trekdraden - eiwitten rond centromeer)
→ zijn verbonden met kinetochoren op chromosomen
→ trekken de zusterchromatiden in een latere fase uit elkaar
polaire astrale microtubuli ( steundraden)
→ lopen van polen nr evenaarsvlak
→ denkbeeldig vlak = evenaarsvlak
2. kernmembraan en nucleolus (nucleaire envelop)‘gaan weg’ → worden
minder compact (kernmembraan wordt opgenomen in E.R)
3. chromosomen worden gevormd
! verschil tussen dier en plant:
planten hebben geen centriolen paar, daarom gebruiken ze centriolen uit het
cytoskelet, deze zijn niet zo mooi geordend
Metafase
- chromosomen gaan willekeurig ‘op’ het evenaarsvlak liggen met hun
centromeer erin
- chromosomen zijn dikke korte structuren geworden, zijn verbonden met de
polen en staan onder druk
Anafase
- splitsing van chromosomen
o → zusterchromatiden verbreken + centromeer kapot
o → centromeer kapot omdat cohesie proteïnen lossen
- zusterchromatide gaan naar elk van de polen
- kinechore astrale microtubuli worden korter (tubuline proteïnen afgebroken) →
‘trekken’
Telofase
- kernmembraan komt terug
- nucleolus wordt opnieuw gevormd (+ nieuwe aanmaak Golgi & ER)
- genetisch materiaal: chromatide wordt chromatine
- spoelfiguur wordt afgebroken
o → microtubili worden afgebroken
o → afzonderlijke tubilineprotëinen worden gebruikt voor opbouw
cytoskelet van de dochtercellen