5.31 BW wilsverhinderende dwaling
= gebrek aan overeenstemming door schijn aan wilsovereenstemming.
Partijen volw wil maar dat hebben ze door misverstand.
-> aard vh contract
Rechter peilen naar ware bedoeling. Vb. Stukjes betalen vs in een keer.
-> voorwerp vh contract
Niet hetz goed voor ogen.
5.32 BW materiele vergissing
-> wilstheorie art. 5.64 BW
Voorrang werkelijke wil.
-> verklaringstheorie
Voorrang verklaring; het is enkel bindend als pers die het ontving in geg omstandigheden ervan uit
moch gaan dat het op rechtsgeldige wil steunde.
-> vertrouwensleer
Enkel bindend als partij er op vertrouwen dat wil ernstig was.
Voorwaarden
1- Bij eenzijdige rechtshandeling
1: er moet een schijn (=misleidend uiterlijk) bestaan
2: die toerekenbaar moet zijn aan de partij ten aanzien van (=met betrekking tot) wie men er zich op
wil beroepen
3: partij die er zich op wil beroepen moet te goeder trouw zijn (=handelend vanuit zuivere motieven)
(4: soms w verondersteld dat deze partij schade moet lijden als de schijn w erkend als geldig)
2- Bij 2/meerzijdige rechtshandelingen moet dergelijke op elkaar afgestemde wil aanwezig zijn bij alle
bij de rechtshandeling betrokken partijen
5.33 BW wilsgebreken (bij 5.34 - 5.37 BW vermelden !)
“Geen toestemming is geldig wnr het gevolg is van “dwaling, bedrog, geweld, misbruik v
omstandigheden - voor zover het wilsgebrek doorslaggevend was.”
5.34 BW dwaling
= verkeerde voorstelling v element dat doorslaggevend was + wederpartij op de hoogte was/
behoorde te zijn.
Voorwaarden
• Verkeerde voorstelling v/e doorslaggevend element
• Kenbaarheidsvereisten
• Verschoonbaarheid
• Bij totstandkoming vd rechtshandeling (=is het geb bij de overeenkomst)
5.35 BW bedrog
= partij kunstgrepen gebr om medecontractant te misleiden en hem door de verkeerde voorstelling
aan te zetten tot tekening vh contract.
Voorwaarden
• Kunstgreep (kan ook bestaan uit opzettelijk info achterhouden art. 5.16 BW)
• Opzet vd partij om de andere via kunstgreep te misleiden
• Uitgaan v medecontractant en niet v/e derde (tenzij medecontractant ook schuldig)
• Gevolg misleiding
1: als dat niet was: partij geen contract zou getekend hebben = nietigheid
2: idem: dan in betere voorwaarden geaccepteerd zou hebben = schadevergoeding
= gebrek aan overeenstemming door schijn aan wilsovereenstemming.
Partijen volw wil maar dat hebben ze door misverstand.
-> aard vh contract
Rechter peilen naar ware bedoeling. Vb. Stukjes betalen vs in een keer.
-> voorwerp vh contract
Niet hetz goed voor ogen.
5.32 BW materiele vergissing
-> wilstheorie art. 5.64 BW
Voorrang werkelijke wil.
-> verklaringstheorie
Voorrang verklaring; het is enkel bindend als pers die het ontving in geg omstandigheden ervan uit
moch gaan dat het op rechtsgeldige wil steunde.
-> vertrouwensleer
Enkel bindend als partij er op vertrouwen dat wil ernstig was.
Voorwaarden
1- Bij eenzijdige rechtshandeling
1: er moet een schijn (=misleidend uiterlijk) bestaan
2: die toerekenbaar moet zijn aan de partij ten aanzien van (=met betrekking tot) wie men er zich op
wil beroepen
3: partij die er zich op wil beroepen moet te goeder trouw zijn (=handelend vanuit zuivere motieven)
(4: soms w verondersteld dat deze partij schade moet lijden als de schijn w erkend als geldig)
2- Bij 2/meerzijdige rechtshandelingen moet dergelijke op elkaar afgestemde wil aanwezig zijn bij alle
bij de rechtshandeling betrokken partijen
5.33 BW wilsgebreken (bij 5.34 - 5.37 BW vermelden !)
“Geen toestemming is geldig wnr het gevolg is van “dwaling, bedrog, geweld, misbruik v
omstandigheden - voor zover het wilsgebrek doorslaggevend was.”
5.34 BW dwaling
= verkeerde voorstelling v element dat doorslaggevend was + wederpartij op de hoogte was/
behoorde te zijn.
Voorwaarden
• Verkeerde voorstelling v/e doorslaggevend element
• Kenbaarheidsvereisten
• Verschoonbaarheid
• Bij totstandkoming vd rechtshandeling (=is het geb bij de overeenkomst)
5.35 BW bedrog
= partij kunstgrepen gebr om medecontractant te misleiden en hem door de verkeerde voorstelling
aan te zetten tot tekening vh contract.
Voorwaarden
• Kunstgreep (kan ook bestaan uit opzettelijk info achterhouden art. 5.16 BW)
• Opzet vd partij om de andere via kunstgreep te misleiden
• Uitgaan v medecontractant en niet v/e derde (tenzij medecontractant ook schuldig)
• Gevolg misleiding
1: als dat niet was: partij geen contract zou getekend hebben = nietigheid
2: idem: dan in betere voorwaarden geaccepteerd zou hebben = schadevergoeding