Psychologie: leerprocessen
Definitie
• Leren is het linken aan informatie aan elkaar
• Verwerven en opslaan van kennis
• Vormen van een mening als resultaat van het verwerken
en associëren van informatie -> waardoor uw gedrag
verandert.
• Belangrijk hierbij is het geheugen (bijhouden van datgene
wat je geleerd hebt)
Hersenwerking
• Hersenen maken verbindingen met andere delen van de
hersenen
• Deze zorgen voor het vlugge of trage doorgeven van
impulsen
• Leren => versterken van bepaalde verbindingen of
synapsen
• Zo ontstaat er een synapspatroon of
verbindingsdiagrammen => die geheugen creëren en in
werking stellen
• Het vaak gebruiken van dergelijke verbindingen =>
stimuleert het denken
• Verbindingen binnen de cortex zijn daarbij doorslaggevend
5 leerprocessen
I. Klassieke benadering van het leerproces: Het behaviorisme
(Watson en Skinner)
- Klassieke conditionering (Pavlov-Watson)
- Operante conditionering leren door +/- te bekrachtigen
II. Sociaal leren door observatie
III. Leren als complex proces:
- Leren door inzicht (Kohler – Gestalt psychologie)
IV. Latent leren - cognitieve schema’s
V. Leren binnen GGZ:
VI. Leren binnen loopbaan: theorie van Kolb – motivatietheoriën
, IA behaviorisme : klassieke conditionering
• De leerling is eerder passief er reageert reflexmatig op
prikkels.
• Het experiment van Pavlov
• bestuderen van een gedragspatroon in een keten van
stimulus-respons
• Klassieke conditionering koppelt een neutrale
stimulus aan een ongeconditioneerde reactie.
• De geconditioneerde stimulus koppelen aan een
neutrale stimulus waardoor een nieuwe
conditionering ontstaat.
Zie voorbeeld op ppt dia 5
Wat is het leerproces bij klassieke conditionering
• Een neutrale stimulus koppelen aan een stimulus die een
reflexmatige respons uitlokt totdat enkel de neutrale
stimulus een gelijkaardige respons uitlokt.
• De neutrale stimulus wordt een geconditioneerde stimulus
• En de ongecontroleerde respons wordt een gecontroleerde
respons.
Toepassen in de psychologie: Watson
• Twee gedragspatronen combineren:
• Klein wit beertje (NS) willen vastnemen (OR)
• Veel lawaai (OS) wordt het kind bang (OR)
• Bekrachtigen door het te herhalen
• Klein wit beertje laten zien (GS) waarbij angst ontstaat
(GR)
• Watson wil gedragingen bestuderen op deze wijze omdat
mentale processen en gevoelens enkel in het gedrag voor
ons observeerbaar zijn. Psychologie is het observeren en
verklaren van gedrag
Definitie
• Leren is het linken aan informatie aan elkaar
• Verwerven en opslaan van kennis
• Vormen van een mening als resultaat van het verwerken
en associëren van informatie -> waardoor uw gedrag
verandert.
• Belangrijk hierbij is het geheugen (bijhouden van datgene
wat je geleerd hebt)
Hersenwerking
• Hersenen maken verbindingen met andere delen van de
hersenen
• Deze zorgen voor het vlugge of trage doorgeven van
impulsen
• Leren => versterken van bepaalde verbindingen of
synapsen
• Zo ontstaat er een synapspatroon of
verbindingsdiagrammen => die geheugen creëren en in
werking stellen
• Het vaak gebruiken van dergelijke verbindingen =>
stimuleert het denken
• Verbindingen binnen de cortex zijn daarbij doorslaggevend
5 leerprocessen
I. Klassieke benadering van het leerproces: Het behaviorisme
(Watson en Skinner)
- Klassieke conditionering (Pavlov-Watson)
- Operante conditionering leren door +/- te bekrachtigen
II. Sociaal leren door observatie
III. Leren als complex proces:
- Leren door inzicht (Kohler – Gestalt psychologie)
IV. Latent leren - cognitieve schema’s
V. Leren binnen GGZ:
VI. Leren binnen loopbaan: theorie van Kolb – motivatietheoriën
, IA behaviorisme : klassieke conditionering
• De leerling is eerder passief er reageert reflexmatig op
prikkels.
• Het experiment van Pavlov
• bestuderen van een gedragspatroon in een keten van
stimulus-respons
• Klassieke conditionering koppelt een neutrale
stimulus aan een ongeconditioneerde reactie.
• De geconditioneerde stimulus koppelen aan een
neutrale stimulus waardoor een nieuwe
conditionering ontstaat.
Zie voorbeeld op ppt dia 5
Wat is het leerproces bij klassieke conditionering
• Een neutrale stimulus koppelen aan een stimulus die een
reflexmatige respons uitlokt totdat enkel de neutrale
stimulus een gelijkaardige respons uitlokt.
• De neutrale stimulus wordt een geconditioneerde stimulus
• En de ongecontroleerde respons wordt een gecontroleerde
respons.
Toepassen in de psychologie: Watson
• Twee gedragspatronen combineren:
• Klein wit beertje (NS) willen vastnemen (OR)
• Veel lawaai (OS) wordt het kind bang (OR)
• Bekrachtigen door het te herhalen
• Klein wit beertje laten zien (GS) waarbij angst ontstaat
(GR)
• Watson wil gedragingen bestuderen op deze wijze omdat
mentale processen en gevoelens enkel in het gedrag voor
ons observeerbaar zijn. Psychologie is het observeren en
verklaren van gedrag