Nederlands: les 16
Les 16
Doelgroep van het sprookje
Een sprookje is in oorsprong een mondeling overgeleverd volksverhaal waarin vaak magie een rol
speelt. Sprookjes waren oorspronkelijk voor volwassenen bedoeld, en bevatten soms gewelddadige
en erotische passages. Pas later, onder meer door diverse bewerkingen en vertalingen, werden
sprookjes aangepast voor kinderen.
Kenmerken van het sprookje
Sprookjes herken je aan de volgende kenmerken.
– Ze spelen zich af op onbepaalde plaatsen in een onbepaalde tijd. Zo beginnen ze vaak met ‘Er was
eens, in een land ver van hier ...’.
– In sprookjes zit veel magie en fantasie. De sprookjeswereld is er een van sprekende dieren en
wonderbaarlijke gebeurtenissen. Kabouters, heksen, feeën, maar ook prinsen en prinsessen spelen
er vaak de hoofdrol.
– De personages zijn vlak. Vaak verwijst het uiterlijk van een personage naar zijn innerlijk: heksen zijn
lelijk en slecht, prinsessen zijn mooi en goed.
– Er is een happy end. Slechte personages worden afgestraft en de andere personages leven ‘nog
lang en gelukkig’.
– Sprookjes tellen veel herhalingen, vaste formuleringen en getallensymboliek. Denk maar aan de zin
‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand’ uit Sneeuwwitje. Of aan de drie biggetjes, de zeven dwergen ...
Door de vele herhalingen en de eenvoudige zinsbouw is het verhaal gemakkelijk te volgen.
Soorten sprookjes
Volkssprookjes zijn erg oud en werden mondeling overgeleverd. Dat heeft tot gevolg dat er vaak vele
varianten van bestaan en dat er veel herhaling in zulke sprookjes zit. Deze sprookjes werden
uiteindelijk verzameld en opgetekend, o.a. door de Duitse gebroeders Grimm.
Hans en Grietje, Roodkapje, Doornroosje, Sneeuwwitje ...
Cultuursprookjes werden geschreven door één persoon en zijn veel recenter: ze waren populair in de
romantiek (19de eeuw).
De kleine zeemeermin van de Deen Hans Christian Andersen.
Tot op vandaag zijn sprookjesbewerkingen populair. Denk maar aan de vele tekenfilms en
prentenboeken die op sprookjes gebaseerd zijn. Soms blijft de auteur trouw aan het origineel, maar
vaak worden de oude verhalen grondig bewerkt. Sommige auteurs keren terug naar de oude
sprookjes: die zijn eerder voor volwassenen bedoeld en bevatten vaak gruwelijke of erotische
elementen.
Les 16
Doelgroep van het sprookje
Een sprookje is in oorsprong een mondeling overgeleverd volksverhaal waarin vaak magie een rol
speelt. Sprookjes waren oorspronkelijk voor volwassenen bedoeld, en bevatten soms gewelddadige
en erotische passages. Pas later, onder meer door diverse bewerkingen en vertalingen, werden
sprookjes aangepast voor kinderen.
Kenmerken van het sprookje
Sprookjes herken je aan de volgende kenmerken.
– Ze spelen zich af op onbepaalde plaatsen in een onbepaalde tijd. Zo beginnen ze vaak met ‘Er was
eens, in een land ver van hier ...’.
– In sprookjes zit veel magie en fantasie. De sprookjeswereld is er een van sprekende dieren en
wonderbaarlijke gebeurtenissen. Kabouters, heksen, feeën, maar ook prinsen en prinsessen spelen
er vaak de hoofdrol.
– De personages zijn vlak. Vaak verwijst het uiterlijk van een personage naar zijn innerlijk: heksen zijn
lelijk en slecht, prinsessen zijn mooi en goed.
– Er is een happy end. Slechte personages worden afgestraft en de andere personages leven ‘nog
lang en gelukkig’.
– Sprookjes tellen veel herhalingen, vaste formuleringen en getallensymboliek. Denk maar aan de zin
‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand’ uit Sneeuwwitje. Of aan de drie biggetjes, de zeven dwergen ...
Door de vele herhalingen en de eenvoudige zinsbouw is het verhaal gemakkelijk te volgen.
Soorten sprookjes
Volkssprookjes zijn erg oud en werden mondeling overgeleverd. Dat heeft tot gevolg dat er vaak vele
varianten van bestaan en dat er veel herhaling in zulke sprookjes zit. Deze sprookjes werden
uiteindelijk verzameld en opgetekend, o.a. door de Duitse gebroeders Grimm.
Hans en Grietje, Roodkapje, Doornroosje, Sneeuwwitje ...
Cultuursprookjes werden geschreven door één persoon en zijn veel recenter: ze waren populair in de
romantiek (19de eeuw).
De kleine zeemeermin van de Deen Hans Christian Andersen.
Tot op vandaag zijn sprookjesbewerkingen populair. Denk maar aan de vele tekenfilms en
prentenboeken die op sprookjes gebaseerd zijn. Soms blijft de auteur trouw aan het origineel, maar
vaak worden de oude verhalen grondig bewerkt. Sommige auteurs keren terug naar de oude
sprookjes: die zijn eerder voor volwassenen bedoeld en bevatten vaak gruwelijke of erotische
elementen.