FARMACOLOGIE: DEEL 2 HET ZENUWSTELSEL
INDELING EN WERKING VAN CENTRAAL ZS SIGNAALOVERDRACHT EN NEUROTRANSMITTERS
VAN PERIFERE ZS
HET ZENUWSTELSEL
Het zenuwstel zorgt dat we prikkels waarnemen. Deze prikkels registreren we via onze zintuigen.
FUNCTIES
1) meten veranderingen in intern/extern milieu
2) integreren informatie
3) coördineren (gewilde en ongewilde) reacties van andere orgaanstelsels
KENMERKEN
• vrijwel direct
• via snelle elektrische signalen door de neuronen
INDELING VAN HET ZENUWSTELSEL
Centrale zenuwstelsel bestaande uit:
• de hersenen;
• het ruggenmerg.
Perifere zenuwstelsel:
• Zenuwen die de spieren besturen;
• Zenuwen die de organen besturen;
• Zenuwen die pijn, warmte en kou voelen.
SOORTEN ZENUWBANEN:
•Efferente of motorische zenuwen (afvoerend) CZS → spieren & klieren
•Afferente of sensorische zenuwen (aanvoerend)
• → somatische sensorische banen: vanuit zintuigen
• → viscerale sensorische banen: vanuit ingewanden
•Associatiezenuwen (verbindingen tss zenuwen)
,SOORTEN ZENUWCELLEN
• Neurogliacellen = steuncellen
Aanvoer voedingsstoffen; Myeline aanvoer voor axonen , Ondersteuning van BHB ,Onbeperkt weefselherstel
➔ Oligodendrocyten: Vormen myelinescheden rond zenuwvezels
➔ Microglia: Macrofagen: ruimen dode cellen op
➔ Astrocyten: Zeer talrijk, verbinding met bloedvaten: stofuitwisseling+bescherming
• Neuronen = zenuwcellen
Signaalfunctie: overdracht Zenuwimpuls *Geringe mogelijkheid tot regeneratie
• Myelin = isolatie van axon/axonmembraan
• Cellichaam met celkern (in CZS of in ganglia/zenuwknopen)
• Dendrieten: veel, kort, sterk vertakt, niet gemyeliniseerd
• Neurieten of axonen: één, lang, uiteinde vertakt, gemyeliniseerd
INDELING NAAR WERKING
ANIMAAL OF WILLEKEURIG OF SOMATISCH ZENUWSTELSEL
= Relatie met buitenwereld via zintuigen en Willekeurige bewegingen
VEGETATIEF OF AUTONOME OF ONWILLEKEURIG ZENUWSTELSEL
= Instandhouding v.h. lichaam en Snelle communicatie
, DE ZENUW
FYSIOLOGIE VAN HET ZS: WAARNEMING PRIKKEL & IMPULSGELEIDING
PRIKKEL = STIMULUS = plotse verandering in uitwendig of inwendig milieu
REGISTRATIE D.M.V. RECEPTOREN
1. Zintuigen: zeer complex
2. Sensorische receptoren in de huid (Thermoreceptor: Lichaampjes Ruffini: warmte
Lichaampjes Krause: koude)
3. Proprioreceptoren in spieren & pezen: voelen rek & spanning
RUSTPOTENTIAAL ACTIE POTENTIAAL
Alle celtypes -9 tot -100mV ~ type Enkel bij “exciteerbare” celtypes
1. Na+ / K+ -ATPase pompactiviteit “Alles of niets” principe
• Wisselt continu 3 Na+ uit voor 2 K+ •Frequentie: variabel
ionen (Na+ naar •Duur: variabel ~ celtype ~ duur plateaufase
buiten, K+ naar binnen) •Tijdens AP: refractair celmembraan
2. Verschil in membraanpermeabiliteit voor •Elektrotonische voortgeleiding
ionen
• Weinig Na+ kanalen (weinig Na+ van ECV nr
ICV) https://www.youtube.com/watch?v=nV_OEvln9Xs
• Veel K+ kanalen (veel K+ van ICV nr ECV)
3. Verschil in samenstelling tss ECV en ICV
• ICV: Eiwitten/fosfaten: groot, niet door
celmembraan
• ECV: Chloride-ionen: klein, vluchten vanuit ICV
naar ECV
(elektrisch gradiënt)
INDELING EN WERKING VAN CENTRAAL ZS SIGNAALOVERDRACHT EN NEUROTRANSMITTERS
VAN PERIFERE ZS
HET ZENUWSTELSEL
Het zenuwstel zorgt dat we prikkels waarnemen. Deze prikkels registreren we via onze zintuigen.
FUNCTIES
1) meten veranderingen in intern/extern milieu
2) integreren informatie
3) coördineren (gewilde en ongewilde) reacties van andere orgaanstelsels
KENMERKEN
• vrijwel direct
• via snelle elektrische signalen door de neuronen
INDELING VAN HET ZENUWSTELSEL
Centrale zenuwstelsel bestaande uit:
• de hersenen;
• het ruggenmerg.
Perifere zenuwstelsel:
• Zenuwen die de spieren besturen;
• Zenuwen die de organen besturen;
• Zenuwen die pijn, warmte en kou voelen.
SOORTEN ZENUWBANEN:
•Efferente of motorische zenuwen (afvoerend) CZS → spieren & klieren
•Afferente of sensorische zenuwen (aanvoerend)
• → somatische sensorische banen: vanuit zintuigen
• → viscerale sensorische banen: vanuit ingewanden
•Associatiezenuwen (verbindingen tss zenuwen)
,SOORTEN ZENUWCELLEN
• Neurogliacellen = steuncellen
Aanvoer voedingsstoffen; Myeline aanvoer voor axonen , Ondersteuning van BHB ,Onbeperkt weefselherstel
➔ Oligodendrocyten: Vormen myelinescheden rond zenuwvezels
➔ Microglia: Macrofagen: ruimen dode cellen op
➔ Astrocyten: Zeer talrijk, verbinding met bloedvaten: stofuitwisseling+bescherming
• Neuronen = zenuwcellen
Signaalfunctie: overdracht Zenuwimpuls *Geringe mogelijkheid tot regeneratie
• Myelin = isolatie van axon/axonmembraan
• Cellichaam met celkern (in CZS of in ganglia/zenuwknopen)
• Dendrieten: veel, kort, sterk vertakt, niet gemyeliniseerd
• Neurieten of axonen: één, lang, uiteinde vertakt, gemyeliniseerd
INDELING NAAR WERKING
ANIMAAL OF WILLEKEURIG OF SOMATISCH ZENUWSTELSEL
= Relatie met buitenwereld via zintuigen en Willekeurige bewegingen
VEGETATIEF OF AUTONOME OF ONWILLEKEURIG ZENUWSTELSEL
= Instandhouding v.h. lichaam en Snelle communicatie
, DE ZENUW
FYSIOLOGIE VAN HET ZS: WAARNEMING PRIKKEL & IMPULSGELEIDING
PRIKKEL = STIMULUS = plotse verandering in uitwendig of inwendig milieu
REGISTRATIE D.M.V. RECEPTOREN
1. Zintuigen: zeer complex
2. Sensorische receptoren in de huid (Thermoreceptor: Lichaampjes Ruffini: warmte
Lichaampjes Krause: koude)
3. Proprioreceptoren in spieren & pezen: voelen rek & spanning
RUSTPOTENTIAAL ACTIE POTENTIAAL
Alle celtypes -9 tot -100mV ~ type Enkel bij “exciteerbare” celtypes
1. Na+ / K+ -ATPase pompactiviteit “Alles of niets” principe
• Wisselt continu 3 Na+ uit voor 2 K+ •Frequentie: variabel
ionen (Na+ naar •Duur: variabel ~ celtype ~ duur plateaufase
buiten, K+ naar binnen) •Tijdens AP: refractair celmembraan
2. Verschil in membraanpermeabiliteit voor •Elektrotonische voortgeleiding
ionen
• Weinig Na+ kanalen (weinig Na+ van ECV nr
ICV) https://www.youtube.com/watch?v=nV_OEvln9Xs
• Veel K+ kanalen (veel K+ van ICV nr ECV)
3. Verschil in samenstelling tss ECV en ICV
• ICV: Eiwitten/fosfaten: groot, niet door
celmembraan
• ECV: Chloride-ionen: klein, vluchten vanuit ICV
naar ECV
(elektrisch gradiënt)