Thema 3 warmteleer
Wat gebeurt er als een vloeistof warmer wordt:
-de deeltjes gaan sneller bewegen
-de ruimte tussen de deeltjes wordt groter
-het volume van de vloeistof zal toenemen
Wat is een energievorm of materiehoeveelheid:
-energie vorm
Warmte verloopt altijd van een:
-hoge naar een lage temperatuur
Warmtetransport:
1
,Schema met aggregatietoestanden en schrijf de faseovergangen:
Wnr de temperatuur in een klaslokaal 23°C is voelt dat warm/koud aan.
Wnr je in een zwembad bent en watertemperatuur 23°C is voelt dat warm/koud
Wnr je hout van je stoef vastneemt voelt dit warm/koud aan
Wnr je een metalen poot vastneemt voelt dit warm/koud aan
De temperatuur situatie is in beide situaties telkens gelijk/anders
Het warmte gevoel is in beide situaties telkens gelijk/anders
Temperatuur:
-is een maat voor de gemiddelde snelheid van de deeltjes
-symbool: (thèta)
-eenheid: °C (graden Celcius)
2
, Warmte is de thermische energie:
-die overgaat van een lichaam met een hogere temperatuur naar een
lichaam met een lagere temperatuur, omdat er een temperatuurverschil
is
De warmtehoeveelheid is de:
-hoeveelheid energie die wordt overgedragen
-symbool; Q
-SI-eenheid: J (joule)
Bij een thermische evenwicht :
-hebben lichamen die met elkaar in contact zijn eenzelfde temperatuur
en is hun inwendige energie gelijk
In een thermisch geïsoleerde omgeving is er geen:
-warmte-uitwisseling met de omgeving en is de hoeveelheid opgenomen
energie gelijk aan de hoeveelheid afgestane energie → warmtebalans
Qopgenomen = Qafgestaan
De absolute temperatuur geeft:
-de temperatuur weer in Kelvin
-symbool: T
-SI-eenheid: (kelvin)
Het absolute nulpunt is:
-de laagst mogelijke temperatuur (ondergrens) en bedraagt 0 K.
Bij een stof op deze temperatuur staan de deeltjes stil
Een lichaam op hoge temperatuur bezit niet automatisch:
-een grote warmtehoeveelheid om af te geven aan de omgeving
3