Spraakcomponenten
Wat Voorbeelden symptomen
Ademhaling Invloed lichaamshouding - Beperkte kracht AHspieren = weinig ademsteun
Interactie met fonatie en velopharyngeaal systeem - Slechte controle ademhaling/stem (bv eerst ademen, dan
(drukontsnapping via neus) spreken)
Invloed natuurlijkheid en spraakverstaanbaarheid - Te hoog AHtype
Spreekademhaling: korte inspiratie, lange en gecontroleerde - Problemen ademgroepen:
expiratie
Ademgroep: aantal syllaben dat een persoon comfortabel
op een ademhaling kan produceren
Fonatie = stemgeving via stembandtrilling - Stembandparese of stembandparalyse
Spieren hebben een tonus (=spierspanning) - Stem klinkt hypotoon of hypertoon
Interactie met ademhaling - Slechte stemkwaliteit (GRBAS)
Geen maximale prestaties (iemand zonder dysartrie, zal - Stemtremor= voorspelbare rusttremor van de spieren
volume opmerkelijk kunnen verhogen) - Beperkt stemvolume (ademsteun? Cognitief? Stembanden?)
, Articulatie Articulatiebewegingen= snelle, alternerende bewegingen - Onnauwkeurige articulatie: bij veel dysartietypes, andere
van articulatoren redenen
Articulatiesnelheid (≠ spreeksnelheid!!) • Spierzwakte (slappe articulatie)
Individuele variatie premorbide • Slechte coördinatie (dronkenmansspraak)
Afhankelijk van de spreeksituatie (bv hyperspeech= • Hypokinesie (te weinig/te kleine bewegingen)
bewust/onbewust spreken in slechte omstandigheden) • Hyperkinesie (te veel/ongecontroleerde bewegingen)
Resonantie = meetrillen van de lucht in de resonantieruimtes - Hypernasaliteit (= te veel luchtontsnapping via de neus)
Afsluiting door velum (moet heel beweeglijk zijn) Grote invloed op spraakverstaanbaarheid én natuurlijkheid
- Nasale souffles= luchtemissie tijdens spreken, ‘plofjes’
- Hyponasaliteit (komt minder vaak voor)
Prosodie = variaties in luidheid, toonhoogte en tempo - Toonhoogtevariaties: monotonie, toonhoogtepieken
Belangrijk voor spraakverstaanbaarheid en natuurlijkheid - Luidheidsvariaties: monoluidheid, uitschieters
van de spraak - Spreektempo vertraagd (bij hypokinetische dysartrie verhoogd)
Spreeksnelheid -> kan snel klinken, maar is eerder niet
aangepast aan de andere spraakproblemen (bv slechte
articulatie, lijkt te snel mar is al trager dan gemiddeld)
Conclusie:
• Spraakproductie erg complex, alle spraakcomponenten kunnen gestoord zijn
• Kunnen op verschillende manieren gestoord zijn + dynamische interactie met elkaar
• Spraakcomponenten onderscheiden = belangrijk deel van assessment
, Inleiding op niet-talige cognitieve functies
Wat zijn niet-talige cognitieve functies?
Talige cogn stoornis= afasie Kenmerken niet-talige cognitieve stoornissen:
Niet-talige cognitieve stoornis= • Ontstaan bij centrale zenuwstelsel
• Aandacht • Komen HEEL VAAK voor
• Geheugen • Onzichtbaar en dus soms moeilijk te objectiveren
• Executieve functies • Kleine stoornis kan grote beperking geven
• Sociale cognitie • Complex (onbegrip)
• Neglect= onbewuste verwaarlozing 1 zijde) • Effect op dagelijks functioneren en zelfredzaamheid moeilijk in te
• Apraxie= uitvoeren gekende bewegingen) schatten (inzicht is cruciaal)
• Agnosie= herkenning) • Samenwerking met andere disciplines noodzakelijk
• …
Waarom moet een logo hier kennis van hebben?
Om te kunnen leren heb je 3 zaken nodig: aandacht (prikkels opnemen), geheugen (prikkels onthouden), executieve functies (kennis toepassen) -> niet-talige
cogn structuren
Leren?
• Opnieuw leren van verloren functies/vaardigheden
• Aanleren nieuwe vaardigheden
• Afleren (unlearning) oude gewoontes