0. Inleiding..............................................................................................................................................2
1. Sociologische kijk - Kijken en denken in breedte – HC 1 Agnes..........................................................3
A. Kijken en denken in de breedte..................................................................................................6
B. Mandaat/positie.........................................................................................................................7
C. Beroepspositie: rolconflicten....................................................................................................10
D. Finaliteit...................................................................................................................................13
E. Hoe? – hoe vragen....................................................................................................................13
F. Waarom kijken en denken in de breedte?................................................................................16
WC 1: sociologische kijk........................................................................................................................18
2. Jurisische kijk....................................................................................................................................23
Inleiding............................................................................................................................................23
Wetgeving op micro, meso, macroniveau........................................................................................23
Microniveau..................................................................................................................................24
mesoniveau..................................................................................................................................24
Macroniveau.................................................................................................................................25
verschil in doel/finaliteit tussen........................................................................................................27
Wet op beroepsgeheim....................................................................................................................27
Art. 458 strafwet...........................................................................................................................28
Verschillende wetten....................................................................................................................31
Beroepsgeheim en samenwerking: Gedeeld en gezamenlijk beroepsgeheim..................................35
Gedeeld beroepsgeheim PPT........................................................................................................36
Gezamenlijk beroepsgeheim PPT.................................................................................................37
Artikel 46bis/1 §3 WB Sv..............................................................................................................38
Grondwettelijk hof........................................................................................................................38
WC 2: juridische kijk.............................................................................................................................39
3. Ethische kijk......................................................................................................................................44
Inleiding............................................................................................................................................44
Dilemma’s.....................................................................................................................................44
Communicatief handelen (Habermans)........................................................................................44
De stelsels.........................................................................................................................................47
Utilitarisme - consequentionalisme..............................................................................................48
Deontologie..................................................................................................................................49
Teleologie (Synthese)...................................................................................................................50
1
, De psychologie.................................................................................................................................51
Kohlberg.......................................................................................................................................51
Gilligan..........................................................................................................................................52
De zorg.............................................................................................................................................53
Tronto...........................................................................................................................................53
Een synthese.....................................................................................................................................54
WC 3: ethische kijk...............................................................................................................................55
HOORCOLLEGES
0. INLEIDING
2
,Laatste paragraaf cursus ‘Sociale filosofie en ethiek’:
“(…) wat sociaal werkers doen: telkenmale op zoek gaan naar gepaste handelen in telkenmale andere
en complexe situaties. Sociaal werker zal soms conflicten ervaren tussen eigen moraal en gestelde
recht, natuurrecht en rechtspositivisme, utiliteitsprincipe en menselijke waardigheid, autoriteit en
vrijheid, vrijheid en gelijkheid… Toekomstige sociaal werker zal dus moeten oefenen om op kritische
en morele wijze te kunnen omgaan met de discretionaire ruimte in professionele loopbaan.”
Professionalisering en ethische aspecten = beroepsethiek
Whose side do we choose to be on?
1. Positie als MA assistent (SW’er) aan welke kan gaan wij staan?
2. Invulling van de beroepsethiek (normatieve professionaliteit)
3. Discretionaire ruimte
4. Binnen dit OLOD standpunt over ‘het goede’: geen code maar een denkkader
o Want we moeten telkens zelf op zoek gaan naar het goede
o We moeten niet zomaar een regel volgen geen code
Denkkader
1. Sociologische kijk: oriëntatie vanuit de breedte
o Situatie verkennen: belangen, betrokkenen, feiten…
2. Juridische kijk: oriëntatie vanuit de hoogte
o We werken binnen een context van regels
o Beroepsgeheim, discretieplicht…
3. Ethische kijk: oriëntatie vanuit de diepte
4. Integratie
o Integreren van de kijken voor volgend jaar
Lesmateriaal: werkteksten, PPT, achtergrondteksten, notities HC en notities WC, open boek examen
Opdracht elke week casusbehandeling: na elk WC krijgen we een casus dat we zelfstandig
moeten maken en moeten uploaden op Camilo, ten laatste vrijdag avond. Dit noemt men een
integratiecasus.
Opdracht examenoefening: O.b.v. stage 3 rolconflicten meenemen waarvan je denkt dat ze
kunnen voorkomen. Je dient dit in op Chamilo (dinsdag 23 mei!!)
Evaluatie: 10% observatie, 20% presentatie (examenoefening), 70% examen (open boek)
Open boek: Alles wat relevant is mag je meenemen eigen notities, teksten op Chamilo
1. SOCIOLOGISCHE KIJK - KIJKEN EN DENKEN IN BREEDTE – HC 1 AGNES
Wat is goed sociaal werk?
3
, - Containerbegrip
- Onze opleiding leidt op tot maatschappelijke assistent beschermende beroepstitel
- MA assistent = beroep met een afgebakend expertiseterrein nl. sociale als feitelijkheid
o Beroep = afgebakend expertise terrein assisteren naar de MA toe
o Sociale als feitelijkheid sociale werker brengt in wat context inbrengt aan
spanningen + kijken hoe zelfde context kan gebruikt worden voor verbetering
o Expertise gaat over sociale als feitelijkheid
o SW’er ruim vakgebied
- Professional heeft opleiding en diploma + vakbekwaamheid
o ≠ vrijwilligers
o Professionalisering = kennis, kan je opdoen over vakgebied
- Professional wordt gestuurd door een ideaal waarden!
o Beroepswaarden vb. emancipatie, vrijheid, zelfbeschikking, sociale rechtvaardigheid
- Expertise geeft je macht vertrouwen in professional
o Dit ga je inzetten voor een doel, dat doel is waarde geladen
o Jij als individuele persoon heeft dit niet te bepalen
o Niet u persoonlijke moraal die er voor zorgt dat je een goede MA assistent bent, het
gaat over specifieke beroepswaarden
- Wat is een beroep 2 voorwaarden
o Afgebakend expertisetrein geeft u macht
→ Technische professionaliteit
→ Je kent iets en je kunt iets
o Ideale waarden
→ Normatieve professionaliteit
→ Gedragsvoorschriften gebaseerd op waarden
o Deze twee professionaliteit staan in verband
- Die macht ga je inzetten voor doelen/waarden
Wat is sociaal rechtvaardig?
- Wordt toegepast afhankelijk van de situatie
- Casuïstiek: vertaling van alles wat in u rugzak zit naar een bepaald geval (casus)
o Gans je pakket van professionaliteit moet je vertalen naar een concreet geval
- Sociaal werk = casuïstiek
o Wij moeten altijd interpreteren, altijd zelf beslissen macht
o Morele overweging maken
Het goede doe je nooit voor één keer altijd, maar altijd voor één keer
- Er bestaat geen oplossing in ethiek, je moet het altijd opnieuw maken
4