Campbell – H. 14: Mendelian Genetics
Concept 14.1: Mendel used the scientific approach to
identify two laws of inheritance
The Law of Segregation
Deze wet verklaart dat genen alternatieve vormen hebben: allelen. In diploïde organismen splitsen 2 allelen
tijdens meiose en gameetformatie – een spermacel of eicel draagt maar 1 van de 2 allelen van ieder paar.
Dit verklaart de 3:1 verhouding van F2 fenotypen wanneer monohybriden aan zelfbestuiving doen. Ieder
organisme erft 1 allel van 1 gen van iedere ouder. In heterozygoten zijn de 2 allelen verschillend van elkaar.
De expressie van het dominante allel verbergt dan het effect van het recessieve allel. Homozygoten bezitten
hetzelfde allel van een gegeven gen en zijn true-breeding.
The Testcross
Het voortbrengen van een nakomeling van een organisme met een onbekend genotype en een recessieve
homozygoot, wordt een testkruising genoemd. Het onbekende genotype kan zo worden onthuld. In het
geval op de afbeelding die hieronder is weergegeven, worden 2 mogelijkheden getest: Pp • pp en PP • pp.
Het verschil in fenotype binnen de nakomelingen bepaalt het onbekende genotype.
The Law of Independent Assortment
Deze wet verklaart dat het paar allelen voor een gegeven gen splitst en dan terecht komt in gameten. Dit
gebeurt onafhankelijk van het paar allelen van ieder ander gen. In een dihybride kruising (individuen die
heterozygoot zijn voor 2 genen) heeft de offspring 4 fenotypen in een 9:3:3:1 verhouding.
Genen erfen onafhankelijk van elkaar over, behalve als deze op hetzelfde chromosoom liggen (dit is alleen
te bepalen door te kijken naar meerdere eigenschappen).
Concept 14.1: Mendel used the scientific approach to
identify two laws of inheritance
The Law of Segregation
Deze wet verklaart dat genen alternatieve vormen hebben: allelen. In diploïde organismen splitsen 2 allelen
tijdens meiose en gameetformatie – een spermacel of eicel draagt maar 1 van de 2 allelen van ieder paar.
Dit verklaart de 3:1 verhouding van F2 fenotypen wanneer monohybriden aan zelfbestuiving doen. Ieder
organisme erft 1 allel van 1 gen van iedere ouder. In heterozygoten zijn de 2 allelen verschillend van elkaar.
De expressie van het dominante allel verbergt dan het effect van het recessieve allel. Homozygoten bezitten
hetzelfde allel van een gegeven gen en zijn true-breeding.
The Testcross
Het voortbrengen van een nakomeling van een organisme met een onbekend genotype en een recessieve
homozygoot, wordt een testkruising genoemd. Het onbekende genotype kan zo worden onthuld. In het
geval op de afbeelding die hieronder is weergegeven, worden 2 mogelijkheden getest: Pp • pp en PP • pp.
Het verschil in fenotype binnen de nakomelingen bepaalt het onbekende genotype.
The Law of Independent Assortment
Deze wet verklaart dat het paar allelen voor een gegeven gen splitst en dan terecht komt in gameten. Dit
gebeurt onafhankelijk van het paar allelen van ieder ander gen. In een dihybride kruising (individuen die
heterozygoot zijn voor 2 genen) heeft de offspring 4 fenotypen in een 9:3:3:1 verhouding.
Genen erfen onafhankelijk van elkaar over, behalve als deze op hetzelfde chromosoom liggen (dit is alleen
te bepalen door te kijken naar meerdere eigenschappen).