ROMEINEN
H2: ROME: DE VORMING VAN EEN GROOTRIJK
2.1 DE ONTSUINBARE OPMARS VAN DE ROMEINEN
=> ca. 1000 v.C. leefden op palatijnheuvel een kleine gemeenschap van herders.
Eerste eeuwen
• Bescheiden lokale ontwikkeling
• Tussen 7 en 4de eeuw v.C. verspreide nederzettingen in de buurt van de Palatijn.
• Ten Noorden van Rome waren er Etruskische steden.
• Zuid-Italië ontwikkelde zich Griekse nederzettingen tot grote stadsteden.
• Ten Zuiden van Rome, Latijnse nederzettingen.
Magna Graecia (groot-Griekenland): was nu Romeins. Rome was een regionale macht geworden waarmee
de mediterrane wereld rekening moest worden gehouden.
Punische oorlog
• Rome schakelde in 3de eeuw v.C. het handelsimperium van Carthago uit.
• Meester van de handelskolonies in de Westelijke Middellandse Zeebekken.
• Sicilië en Sardinië en oostkust kwamen onder Romeinse controle.
• 2de eeuw v.C.
o Romeinse legioenen veroverde Povlakte, zuiden van Frankrijk, Makedonië en het Griekse
kernland.
Mare Nostrum: de Romeinen die in het midden van de 1ste eeuw v.C. de Middellandse zee zo konden
noemen dankzij al hun verovering. Het was de betekenis van ‘onze zee’.
➢ Romeinen breidden hun heerschappij nog uit in de 1ste eeuw v.C.
➢ Het hele Iberische Schiereiland kwam onder controle.
➢ Julius Caesar veroverde heel Gallië en verlegde de noordgrens van het rijk naar de Rijn.
➢ Eind 117 n.C. bereikte het Romeinse rijk zijn maximale uitbreiding aan het eind van de
regeerperiode van keizer Trajanus.
2.1 DE VERKLARING VAN DE ROMEINEN
Goddelijke voorzieningen
• Verklaring voor militaire successen: goddelijke voorzienigheid.
• Rome was door de goden voorbestemd tot die grote prestatie.
Romeinse stichtingsmythe: werd in literaire vorm vastgelegd en overgeleverd door de geschiedschrijver
Titus Livius.
1
, ➢ Romulus en Remus werden via een ingewikkelde stamboom gekoppeld aan de Griekse held Aeneas.
➢ Ze waren de vrucht van het seksueel verkeer van hun moeder met de god Mars.
➢ Priesters gespecialiseerd in voorspellingen bestudeerden de goddelijke tekens
o Auguren: observeerden de vlucht van vogels.
gunstige omgevingsfactoren
=> Ook de Romeinse schrijvers uit de 1ste eeuw v.C. zochten naar andere factoren om het succesvolle
parcours van Rome te verklaren. De zogenaamde gunste ligging:
• Vruchtbare Tibervallei
• Strategische heuvelsites
• Mogelijkheid van rivier als transportweg.
• Nabijheid zee
In Italië zijn er nog heel wat andere regio’s waar de nature gunstiger gelegen zijn dan Rome en het
omliggende Latium.
➢ Ten Noorden van Rome ligt Etrurië
o Veel vruchtbaarheid
o Ondergrond bevat rijke ertsaders
➢ Etrusken ontgonnen op eiland Elba ijzererts.
o Al in de 8ste eeuw v.C. lokte ze koper in de hele mediterrane wereld.
➢ Verder naar het Noorden ligt de Povlakte
o Vruchtbare landbouwgrond
o Netwerk van rivieren
➢ Campanië
o Kuststrook aan de Golf van Napels
o Ten zuiden van Rome
o Grond uiterst vruchtbaar dankzij vulkanisch materiaal van de Vesuvius
o 8ste en 7de eeuw v.C. stichtte Griekse migranten hier diverse nederzettingen.
Rome had toch veel minpunten:
• De Tibervallei is smal en biedt geen mogelijkheid tot landbouw.
• De Tiber had door zijn sterke en grootte stroming ook geen betrouwbaar verkeersradar.
Cloaca Maxima: een grote riool die het overtollige water afvoerde naar de Tiber.
Hineininterpretierung: de natuur vormde geen bepalende factor in de uitbouw van Rome tot grootmacht.
De romeinse volksraad
=> een derde verklaring was door superieure kwaliteiten van het Romeinse volk, ze hadden traditionele
Romeinse waarden:
1. Virtus: moed, dapperheid, vastberadenheid
2. Pietas: respect, liefde en plichtsgevoel.
3. Fides: trouw, eerlijkheid, vertrouwen van medeburgers.
2
, 2.3 DE REËLE HISTORISCHE FACTOREN
Aanval is de beste verdediging
• Rome leek geen bijzondere troeven te hebben in de begineeuwen.
• Door deze underdogpositie heeft het proces in gang gezet voor Rome de grootste macht uit de
klassieke oudheid te worden
• De eerste veroveringen werden voorgesteld als het ‘bellum iustum’.
o = rechtvaardige oorlog
Veroveringsproces: met elke verovering verplaatsten de Romeinen elke keer weer hun buitengrenzen, en
elke keer werden geconfronteerd met nieuwe vijanden.
➢ Vaak versterkt door vluchtelingen.
➢ Zochten bondgenoten van buitenaf.
➢ Toen het Romeinse leger in de 3de eeuw v.C. Tarente bedreigde , riepen de Grieken daar de hulp
van Koning Pyrrhus van Epirus.
➢ Een eeuw later kreeg carthago tijdens de 2de punische oorlog steun van Makedonië.
Eerste Punische Oorlog: startte met de vraag om militaire bijstand vanwege een bende Romeinse
huurlingen in Messina.
Tweede Punische Oorlog: startte met een hulpkreet van Saguntum op de Spaanse oostkust.
➢ Telkens vonden de Romeinen zo een alibi om zich tegen de Carthago te keren.
➢ Ook Julius Caesar stelde zijn Gallische veroveringstocht graag voor als hulp.
De politieke drang naar militaire eer
• Naarmate Rome succesvoller werd, werd ook de interne dynamiek sterker.
• Elke ambitieuze jongen diende eerste een aantal jaar als officier in het leger.
• Op het slagveld konden ze zich bewijzen.
• Succes in de oorlog leverde eer en roem
• Dergelijke successen werden op het publieke forum uitgesmeerd.
• De triomftocht werd gedaan bij minstens 5000 vijandelijke slachtoffers.
o Legeraanvoerder
o Door het hele politieke en sacrale centrum van de stad.
o Belangrijkste momenten werden aanschouwelijke voorgesteld.
o Een lange stoet van krijgsgevangene.
o Kregen populariteit bij de Romeinse burgers.
De economische motieven
➢ Drang naar buit als motor van veroveringen.
➢ Groeiende demografische druk was een stuwende factor in de veroveringen.
o In één eeuw, 20 000 inwoners erbij.
➢ Landbouwgronden moesten onder Romeinse controle komen.
➢ Grote behoefte aan grondstoffen.
➢ Zonder Spaanse zilvermijnen was de Romeinse geldeconomie onmogelijk.
➢ Door succesvolle veroveringen, kregen ze meer krijgsgevangene die ze verkochten als slaven.
3
H2: ROME: DE VORMING VAN EEN GROOTRIJK
2.1 DE ONTSUINBARE OPMARS VAN DE ROMEINEN
=> ca. 1000 v.C. leefden op palatijnheuvel een kleine gemeenschap van herders.
Eerste eeuwen
• Bescheiden lokale ontwikkeling
• Tussen 7 en 4de eeuw v.C. verspreide nederzettingen in de buurt van de Palatijn.
• Ten Noorden van Rome waren er Etruskische steden.
• Zuid-Italië ontwikkelde zich Griekse nederzettingen tot grote stadsteden.
• Ten Zuiden van Rome, Latijnse nederzettingen.
Magna Graecia (groot-Griekenland): was nu Romeins. Rome was een regionale macht geworden waarmee
de mediterrane wereld rekening moest worden gehouden.
Punische oorlog
• Rome schakelde in 3de eeuw v.C. het handelsimperium van Carthago uit.
• Meester van de handelskolonies in de Westelijke Middellandse Zeebekken.
• Sicilië en Sardinië en oostkust kwamen onder Romeinse controle.
• 2de eeuw v.C.
o Romeinse legioenen veroverde Povlakte, zuiden van Frankrijk, Makedonië en het Griekse
kernland.
Mare Nostrum: de Romeinen die in het midden van de 1ste eeuw v.C. de Middellandse zee zo konden
noemen dankzij al hun verovering. Het was de betekenis van ‘onze zee’.
➢ Romeinen breidden hun heerschappij nog uit in de 1ste eeuw v.C.
➢ Het hele Iberische Schiereiland kwam onder controle.
➢ Julius Caesar veroverde heel Gallië en verlegde de noordgrens van het rijk naar de Rijn.
➢ Eind 117 n.C. bereikte het Romeinse rijk zijn maximale uitbreiding aan het eind van de
regeerperiode van keizer Trajanus.
2.1 DE VERKLARING VAN DE ROMEINEN
Goddelijke voorzieningen
• Verklaring voor militaire successen: goddelijke voorzienigheid.
• Rome was door de goden voorbestemd tot die grote prestatie.
Romeinse stichtingsmythe: werd in literaire vorm vastgelegd en overgeleverd door de geschiedschrijver
Titus Livius.
1
, ➢ Romulus en Remus werden via een ingewikkelde stamboom gekoppeld aan de Griekse held Aeneas.
➢ Ze waren de vrucht van het seksueel verkeer van hun moeder met de god Mars.
➢ Priesters gespecialiseerd in voorspellingen bestudeerden de goddelijke tekens
o Auguren: observeerden de vlucht van vogels.
gunstige omgevingsfactoren
=> Ook de Romeinse schrijvers uit de 1ste eeuw v.C. zochten naar andere factoren om het succesvolle
parcours van Rome te verklaren. De zogenaamde gunste ligging:
• Vruchtbare Tibervallei
• Strategische heuvelsites
• Mogelijkheid van rivier als transportweg.
• Nabijheid zee
In Italië zijn er nog heel wat andere regio’s waar de nature gunstiger gelegen zijn dan Rome en het
omliggende Latium.
➢ Ten Noorden van Rome ligt Etrurië
o Veel vruchtbaarheid
o Ondergrond bevat rijke ertsaders
➢ Etrusken ontgonnen op eiland Elba ijzererts.
o Al in de 8ste eeuw v.C. lokte ze koper in de hele mediterrane wereld.
➢ Verder naar het Noorden ligt de Povlakte
o Vruchtbare landbouwgrond
o Netwerk van rivieren
➢ Campanië
o Kuststrook aan de Golf van Napels
o Ten zuiden van Rome
o Grond uiterst vruchtbaar dankzij vulkanisch materiaal van de Vesuvius
o 8ste en 7de eeuw v.C. stichtte Griekse migranten hier diverse nederzettingen.
Rome had toch veel minpunten:
• De Tibervallei is smal en biedt geen mogelijkheid tot landbouw.
• De Tiber had door zijn sterke en grootte stroming ook geen betrouwbaar verkeersradar.
Cloaca Maxima: een grote riool die het overtollige water afvoerde naar de Tiber.
Hineininterpretierung: de natuur vormde geen bepalende factor in de uitbouw van Rome tot grootmacht.
De romeinse volksraad
=> een derde verklaring was door superieure kwaliteiten van het Romeinse volk, ze hadden traditionele
Romeinse waarden:
1. Virtus: moed, dapperheid, vastberadenheid
2. Pietas: respect, liefde en plichtsgevoel.
3. Fides: trouw, eerlijkheid, vertrouwen van medeburgers.
2
, 2.3 DE REËLE HISTORISCHE FACTOREN
Aanval is de beste verdediging
• Rome leek geen bijzondere troeven te hebben in de begineeuwen.
• Door deze underdogpositie heeft het proces in gang gezet voor Rome de grootste macht uit de
klassieke oudheid te worden
• De eerste veroveringen werden voorgesteld als het ‘bellum iustum’.
o = rechtvaardige oorlog
Veroveringsproces: met elke verovering verplaatsten de Romeinen elke keer weer hun buitengrenzen, en
elke keer werden geconfronteerd met nieuwe vijanden.
➢ Vaak versterkt door vluchtelingen.
➢ Zochten bondgenoten van buitenaf.
➢ Toen het Romeinse leger in de 3de eeuw v.C. Tarente bedreigde , riepen de Grieken daar de hulp
van Koning Pyrrhus van Epirus.
➢ Een eeuw later kreeg carthago tijdens de 2de punische oorlog steun van Makedonië.
Eerste Punische Oorlog: startte met de vraag om militaire bijstand vanwege een bende Romeinse
huurlingen in Messina.
Tweede Punische Oorlog: startte met een hulpkreet van Saguntum op de Spaanse oostkust.
➢ Telkens vonden de Romeinen zo een alibi om zich tegen de Carthago te keren.
➢ Ook Julius Caesar stelde zijn Gallische veroveringstocht graag voor als hulp.
De politieke drang naar militaire eer
• Naarmate Rome succesvoller werd, werd ook de interne dynamiek sterker.
• Elke ambitieuze jongen diende eerste een aantal jaar als officier in het leger.
• Op het slagveld konden ze zich bewijzen.
• Succes in de oorlog leverde eer en roem
• Dergelijke successen werden op het publieke forum uitgesmeerd.
• De triomftocht werd gedaan bij minstens 5000 vijandelijke slachtoffers.
o Legeraanvoerder
o Door het hele politieke en sacrale centrum van de stad.
o Belangrijkste momenten werden aanschouwelijke voorgesteld.
o Een lange stoet van krijgsgevangene.
o Kregen populariteit bij de Romeinse burgers.
De economische motieven
➢ Drang naar buit als motor van veroveringen.
➢ Groeiende demografische druk was een stuwende factor in de veroveringen.
o In één eeuw, 20 000 inwoners erbij.
➢ Landbouwgronden moesten onder Romeinse controle komen.
➢ Grote behoefte aan grondstoffen.
➢ Zonder Spaanse zilvermijnen was de Romeinse geldeconomie onmogelijk.
➢ Door succesvolle veroveringen, kregen ze meer krijgsgevangene die ze verkochten als slaven.
3