100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Pedagogie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
63
Geüpload op
25-05-2023
Geschreven in
2022/2023

Deze samenvatting is gemaakt aan de hand van de powerpoint, notities in de les en de extra cursus.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
25 mei 2023
Aantal pagina's
63
Geschreven in
2022/2023
Type
Samenvatting

Onderwerpen

  • opvoeding
  • ecologogische

Voorbeeld van de inhoud

DEEL 1: Kijken naar opvoeding door verschillende bronnen
Hoofdstuk 1: opvoeding, een breed spectrum met vele uitdagingen
0. Intro: wat is opvoeding?
Opvoeden is -> structuur van de ouders = bv voedsel en basisvoorzieningen
-> wederzijds = de kinderen maken ook mee de regels en grenzen
-> waarden en normen meegeven die ook later worden meegenomen

Definitie De Keyser = Opvoeding is hulp bieden ter ondersteuning van de zelfactiviteit op
weg naar meerwaarde met oog op een zo groot mogelijke zelfstandigheid.
Definitie Langeveld = Pedagogisch ingrijpen in liefde en vertrouwen gericht op
zelfverantwoordelijke zelfbepaling.
Definitie Hellinckx = Opvoeden is complex fenomeen met veelvuldige interacties tussen kind
en opvoeder. Een opvoeder is voor een langere tijd met het kind en voelt zich
verantwoordelijk en weet voor de ontwikkeling en de toekomst.
Definitie Diekstra = Opvoeding is iedere invloed die mensen, bedoeld of onbedoeld
uitoefenen op de ontwikkeling van de kinderen.

1. Bestaat dé definitie van opvoeding?
Opvoeding is een breed spectrum met veel uitdagingen.
Algemene indruk
● Het is in functie van tijd en context -> opvoeding in 1800 heel anders dan nu
● Klemtoon ligt op kind en/of opvoeder en/of context -> ouder is er als
ondersteuner
● Mensenwerk -> opvoeden moet je leren en je blijft dat ook leren
● Er is veel variatie in opvoeding
● Opvoeding kan zowel intentioneel als impliciet zijn -> intentioneel = bewust
dingen zeggen (ik wil dat mijn kind...) en impliciet = gebeurt gewoon (zonder na
te denken)
● Toekomstgerichtheid -> Je hebt verschillende verwachtingen en daarvoor maak
je regels en afspraken => zelfstandigheid
● Complementair -> het is aanvullend, je moet ruimte creëren voor een gepaste
afstand en zelfstandigheid (wandelen met opa, eerst heel hand daarna enkel
vinger)
● Circulair -> opvoeding zit in een relatiecirkel tussen opvoeder en kind (kind zaagt
voor snoep en krijgt het uiteindelijk, kind weet dat zagen werkt)

,Omschrijving van Diekstra
= Opvoeden heeft bedoeld of onbedoeld een invloed op de ontwikkeling van het kind
-> het vertrekt vanuit standpunten en aannames
-> Spanningsvelden
● Bedoeld VS onbedoeld -> ouders kunnen door hun voorbeeld zonder het door
te hebben en zonder het te bedoelen een voorbeeld opstellen (door altijd tafel te
dekken leren ze altijd samen te eten)
● Buikgevoel VS aangeleerd -> een deel van de opvoeding is maakbaar en
stuurbaar maar een ander deel niet, parental selfefficay (iets bereiken is aanleren
maar onbedoelde gevolgen niets voor doen)
● Ervaring VS theoretische deskundigheid -> je moet de ervaring leren erkennen en
daaraan durven toegeven, dit resulteert zich ook wel in ouder versus professional
(de doelen van opvoeding gaan erg verschillen per ouder)
● Door ouders VS coproductie -> je hebt een netwerk nodig om je kind op te
voeden, it takes a village to raise a child (programma over opvoeden en kind zegt
tegen ouder dat ouder het verkeerd doet)
● Stimuleren VS disciplineren -> je moet je kind leren loslaten en dingen zelf laten
doen
● Eigen VS ander kader -> je gaat verschillende standpunten tegenkomen en doe
moet je ook tegemoetkomen, wat neem ik wel of niet mee (cultuur, plaats en
geschiedenis)
● Zelfontplooiing VS maatschappelijke verantwoordelijkheid -> ouders die erg
kijken naar omgeving gaan hun kind anders opvoeden dan ouders die denken
aan het kind zelf (sommige culturen veel belang aan godsdienst terwijl dat bij
andere niet zo is)
● Fundamentele inzichten VS handigheidjes -> ouders hebben vaak te hoge
verwachtingen van wat hun kind al kan en ze zijn vaak niet voorbereid, ze
hebben foute opvattingen en geloofsovertuigingen
● Vanuit rechten VS intuïtie -> meningsverschillen nemen niet weg dat er naar de
kinderrechten (IVRK) moet gekeken worden, dat kan zowel met algemene
bepalingen of concrete gedragingen (recht op volledige ontwikkeling vermogens
en talenten)
● Opvoeder als alwetende VS deelnemer en bevorderaar -> recht op een zo
optimaal mogelijke opvoeding, zorg, onderwijs en ontwikkeling volgens
methoden en benaderingen volgens meest recente wetenschappelijke inzichten
(voorbereiding, informeren en gesteund of begeleid bij opvoeding)
● Opbrengst kind nu VS voor volwassene toekomst -> het kind moet volgens het
verdrag zelf bescherm en verzorgd worden maar tegelijk moet ook de opvoeding
een bijdrage leveren aan de kwaliteit van volwassenen, dingen uit opvoeding

, meenemen (beroepsspecifieke, zelfbewustzijn, zelfbeheersing en zelfsturing
maar ook innerlijk kind bij volwassenen
Opvoeden in een maatschappelijke context
● Als functioneel proces
a. Bv eetritueel aangenamer maken door samen te koken of met speelgoed te leren
b. Interactie tussen opvoeder en kind -> werken/leren, verzorging,
spelen/ontspannen en (sociale)omgang =>samen – leven
c. Verfilming van mensen die opgroeien in natuur of alleen
● Als maatschappelijke norm
a. Bepaald mondiaal idee over wat wel of niet goed opvoeden is
b. Afspraken maken -> wie halen schoolpoort voor geen ontvoering
● Als eenieders zaak
a. Ook toevallige voorbijganger?
b. Volgens Diekstra wel met de onbedoelde gevolgen -> voorbijganger gooit appel
op de grond dus kind denkt dat dit oké is
● Als maatschappelijk product
a. Opvoeding verkoopt goed en wordt daarom ook gebruikt -> blogs of reclame
b. Maar zijn professionals wel altijd nodig?
● Vermaatschappelijking
a. Meer experts en organisaties dus professionalisering
b. Iedereen in omgeving telt mee in je opvoeding
c. Zoeken naar hoe het netwerk kan worden ingeschakeld om iets te betekenen ->
jeugdhulp samen zoeken naar oplossing mama te veel stress dus kinderen 1 keer
per week bij oma slapen => maatschappelijk aanbod

2. Hoe wordt opvoeding onderzocht?
→ pedagogie = omschrijven de theorie van de praktijk (ervaringen, praktijkelementen)
→ pedagogiek = de wetenschap van het opvoeden (rudimentair onderzoek)

→ natuurwetenschappen = studie-object (fysica, biologie chemie)
→ menswetenschappen = gedrags- en maatschappen + cultuurwetenschappen

Driestromenland = niet 1 maar 1 van ‘de’ is dominant
= 4 stromingen van Malschaert en Traas→ stromingen zijn reacties op elkaar (ene uit
andere)
1. Geesteswetenschappelijk = kind mag in het midden staan van een context
2. Empirisch-analytische = meten is weten
3. Kritisch-emancipatorisch = het kind van de rekening (opstand)
4. Ecologische = it takes a village to raise a child
= stroming is vaak verbonden met andere wetenschapsvelden

, 0. Inleiding
= stromingen in het specifiek pedagogische denken

→ grootste verschil tussen psychologie en pedagogiek ligt in de geschiedenis
= pedagogiek — levensbeschouwelijke stromingen
→ Christelijke pedagogen = rooms-katholieke gedachtegoed
→ niet-Christelijke pedagogen = de Verlichting + humanisme en socialisme
= pedagogiek — uitgesproken practici (onderwijzers die nadachten en publiceerden)
→ Jan Ligthart en Theo Thijssen = aandacht voor werend van kind en beschrijven



= psychologie → snel weg van filosofie en levensbeschouwing
→ behavioristen en psychoanalytici = streven naar waardevrije en empirische
behandeling menselijk gedrag
→ humanistische en kritische psychologie = link met waarden en normen

!! Na tweede wereldoorlog = geseculariseerde pedagogiek (objectief&wetensch criteria)
→ maatschappelijke en/of politieke intrede

→ grens tussen theorie en praktijk is vaag
= onderscheid tussen dagelijkse praktijk en wijze van onderzoek

1. Personalistische of geesteswetenschappelijke pedagogiek
= een kind mag in het midden staan van een context (uniek wezen)

Wilhelm Dilthey = onderscheid tussen natuurwetenschappen en geesteswetenschappen
→ natuurwetenschappen = objectieve waarneemnare gegevens (feiten)
→ geesteswetenschappen = de geest onderzoekt zichzelf (emoties en inleving)

1800 = Don bosco → zondagsscholen = kinderen spelen met kinderen (kerk tegen)
1900 = NWK, nationaal werk voor kinderwelzijn → ouders ondersteunen goede, veilige
context op te voeden (voorganger kind en gezin)
1914 = invoering leerplicht → kinderarbeid tegen gaan
1920 = val absolutistische keizerrijken → grote belangstelling wetenschappelijke
bestudering
→ opkomst nazi’s dus ontwikkeling verstoord
= geesteswetenschappelijke denken over opvoeding verder in Nederland
€7,49
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
lottedenon

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
lottedenon UC Leuven-Limburg
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
8 maanden geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen