Examen Toegepaste Fysica 2012-2013
1. Wat is het vriespunt van water?
293 K
32 °F
-273.15°C
2. welk temperatuurverschil komt er overeen met 100°C?
132 °F – 32 °F
293 K – 0°C
180°F – 0°F
3. ‘de warmtehoeveelheid nodig om een calorimeter 1 K op te warmen’ is de definitie van….
De soortelijke warmtecapaciteit c van de calorimeter
De warmtecapaciteit C van de calorimeter
De molaire warmtecapaciteit Cv
4. Men voegt een blokje ijs toe aan het water in een calorimeter. Na het bereiken van
thermisch evenwicht is de afgestane warmtehoeveelheid gelijk aan ..
De som van de warmtehoeveelheden afgestaan door het water en door de calorimeter
aan het het blokje ijs.
De warmtehoeveelheid afgestaan door het water aan het blokje ijs
De warmtehoeveelheid afgestaan door het blokje ijs aan het water in de calorimeter
5. De overdracht van warmte-energie op microscopische schaal zonder materietransport noemt
men …
Warmtegeleiding
Warmtestraling
Convectie
6. De warmteoverdracht via het leidingsysteem van een centrale verwarmingsinstallatie noemt
men
Vrije of natuurlijke convectie
Conductie
Gedwongen convectie
7. Stel 2 isolatielagen met dezelfde warmtestroom Q1 maar isolatielaag a heeft een grotere
warmteweerstand dan isolatielaag b. welke uitspraken is juist?
Over isolatielaag a staat een KLEINER temperatuurverschil dan over isolatielaag b
Over isolatielaag a staat een HETZELFDE temperatuurverschil dan over isolatielaag b
Over isolatielaag a staat een GROTER temperatuurverschil dan over isolatielaag b
8. De warmteweerstand van een materiaal neemt toe…
Als jet oppervlak van het materiaal toeneemt
Als de laagdikte van het materiaal toeneemt
Als de warmtegeleidingscoëfficiënt van de materiaalsoort toeneemt
1. Wat is het vriespunt van water?
293 K
32 °F
-273.15°C
2. welk temperatuurverschil komt er overeen met 100°C?
132 °F – 32 °F
293 K – 0°C
180°F – 0°F
3. ‘de warmtehoeveelheid nodig om een calorimeter 1 K op te warmen’ is de definitie van….
De soortelijke warmtecapaciteit c van de calorimeter
De warmtecapaciteit C van de calorimeter
De molaire warmtecapaciteit Cv
4. Men voegt een blokje ijs toe aan het water in een calorimeter. Na het bereiken van
thermisch evenwicht is de afgestane warmtehoeveelheid gelijk aan ..
De som van de warmtehoeveelheden afgestaan door het water en door de calorimeter
aan het het blokje ijs.
De warmtehoeveelheid afgestaan door het water aan het blokje ijs
De warmtehoeveelheid afgestaan door het blokje ijs aan het water in de calorimeter
5. De overdracht van warmte-energie op microscopische schaal zonder materietransport noemt
men …
Warmtegeleiding
Warmtestraling
Convectie
6. De warmteoverdracht via het leidingsysteem van een centrale verwarmingsinstallatie noemt
men
Vrije of natuurlijke convectie
Conductie
Gedwongen convectie
7. Stel 2 isolatielagen met dezelfde warmtestroom Q1 maar isolatielaag a heeft een grotere
warmteweerstand dan isolatielaag b. welke uitspraken is juist?
Over isolatielaag a staat een KLEINER temperatuurverschil dan over isolatielaag b
Over isolatielaag a staat een HETZELFDE temperatuurverschil dan over isolatielaag b
Over isolatielaag a staat een GROTER temperatuurverschil dan over isolatielaag b
8. De warmteweerstand van een materiaal neemt toe…
Als jet oppervlak van het materiaal toeneemt
Als de laagdikte van het materiaal toeneemt
Als de warmtegeleidingscoëfficiënt van de materiaalsoort toeneemt