Samenvatting Reader:
psychodiagnostiek in de klinische praktijk
Inhoudsopgave
1. Diagnostische kaders en discussie ................................................................................................... 2
a. De DSM-5, over professionele etiquette en pragmatische etiketten .......................................... 2
b. Crisis?........................................................................................................................................... 3
c. Waarom we blij mogen zijn met de DSM in de psychiatrie ......................................................... 5
d. Transdiagnostische modellen voor diagnostiek van psychische stoornissen .............................. 7
2. Onderzoeksmethoden ..................................................................................................................... 9
a. Methodisch werken als grondslag voor het diagnostisch proces ................................................ 9
b. Tests en vragenlijsten ................................................................................................................ 13
c. Andere bronnen van informatie ................................................................................................ 16
3. Visie op psychisch functioneren .................................................................................................... 20
a. Psychische aandoeningen: waar hebben we het over? ............................................................ 20
b. Wat is psychische gezondheid ................................................................................................... 24
c. Wat zijn psychische klachten (niet)?.......................................................................................... 26
d. Hoe ontstaan psychische aandoeningen ................................................................................... 27
e. Een visie op psychische aandoeningen die leiden is voor de rest van dit boek ........................ 33
1
,1. Diagnostische kaders en discussie
a. De DSM-5, over professionele etiquette en pragmatische etiketten
Beschrijvende diagnose > classificatie in de dagelijkse zorg
Opbouw DSM-5:
1) Uitgangspunten
2) Classificatiecriteria
3) Toelichting meetmethoden en modellen
• Bijdrage voor het eenduidig omschrijven en vergelijken van beelden
Voordelen
• DSM ≠ diagnostische bijbel dus ‘classificatie’ in plaats van ‘diagnose’
DSM
• Sommige problematieken mogen niet tegelijkertijd geclassificeerd worden bv.
Nadelen DSM
Autisme en ADHD
• Bepaalde classificaties zijn taboe verklaard => verlies van tijd in multidisciplinair
overleg
• Samengestelde problematiek = niet meer in DSM-zorgprogramma’s passen
• Veel overlap van symptomen -> voldoen de 20 hoofdcategorieën?
Betekeningen Jim van Os over DSM-5:
• Bepekte dimensionale benadering
• Meer culturele fenomeen dan diagnostisch systeem
• Voorstel voor nieuw diagnostisch systeem: minimaliseren van nomothetisch component
en maximaliseren van het idiografisch.
2
,b. Crisis?
Geschiedenis v/d psychiatrie bestaat uit ‘crisis’-situaties
Gemeenschappelijk kenmerken van deze?: toen algemeen geaccepteerde
uitgangspunten en paradigma’s verliezen in snelle tempo hun aantrekkings- en
overtuigingskracht. (Bv. Psychoanalyse in de voorbije decennia)
Van: top-down benadering v/d psychodynamische psychiatrie (DSM-II)
Naar: bottom-up benadering v/d biologische psychiatrie
Bewijs voor een mogelijke nieuwe crisis in de psychiatrie -> opkomst van DSM-5:
• Door de lange wachttijd = hoge verwachtingen
• Geen duidelijke of betrouwbare relatie met onderliggende cerebrale pathologie of
disfuncties in DSM-IV => niet opgelost i/d DSM-5
• Tijdens conceptiefase al enorm bekritiseerd
Amerikaans National Institute for Mental Health (NIMH) werkt niet meer met DSM-classificatie
=> wel met 23 systemen verdeeld in 5 categorieën (= bouwstenen v/d psyche) *zie p.4
Hoe vruchtbaar voor de klinische praktijk?: bestuderen v/d samenhang tussen het optreden van
depressies en het neuropathologische substraat van chronische neurologische ziektebeelden.
• Verwachtingen?: hoe langer en ernstig de neuropathologie, hoe meer kans op een co-
morbide depressie + risico depressie is afhankelijk van de lokalisatie van het ziekteproces
i/h brein.
• Realiteit?: bij alle chronische neurologische ziekten wordt een lifetime prevalence van ±
40%, ongeacht de voorbije besproken verwachtingen. Grootste kans op depressie tijdens
het eerste jaar na de diagnose, elk jaar hierna daalt de kans op een depressie.
=> depressies hangen nauwer samen hangen met het impact van het krijgen van de diagnose
van een ernstige neurologische aandoening dan met een specifieke neuropathologische of
neuroanatomische factoren.
Conclusie van Jim van Os om psychiatrische patiënten (PT) best te helpen:
• Belang van een label of diagnose te relativeren
• Goed luisteren naar klachten en verhalen van de PT
• Samen met PT klachten proberen te laten verdwijnen of ze zo dragelijk mogelijk maken.
3
, *Vervanging van DSM door NIMH
4
psychodiagnostiek in de klinische praktijk
Inhoudsopgave
1. Diagnostische kaders en discussie ................................................................................................... 2
a. De DSM-5, over professionele etiquette en pragmatische etiketten .......................................... 2
b. Crisis?........................................................................................................................................... 3
c. Waarom we blij mogen zijn met de DSM in de psychiatrie ......................................................... 5
d. Transdiagnostische modellen voor diagnostiek van psychische stoornissen .............................. 7
2. Onderzoeksmethoden ..................................................................................................................... 9
a. Methodisch werken als grondslag voor het diagnostisch proces ................................................ 9
b. Tests en vragenlijsten ................................................................................................................ 13
c. Andere bronnen van informatie ................................................................................................ 16
3. Visie op psychisch functioneren .................................................................................................... 20
a. Psychische aandoeningen: waar hebben we het over? ............................................................ 20
b. Wat is psychische gezondheid ................................................................................................... 24
c. Wat zijn psychische klachten (niet)?.......................................................................................... 26
d. Hoe ontstaan psychische aandoeningen ................................................................................... 27
e. Een visie op psychische aandoeningen die leiden is voor de rest van dit boek ........................ 33
1
,1. Diagnostische kaders en discussie
a. De DSM-5, over professionele etiquette en pragmatische etiketten
Beschrijvende diagnose > classificatie in de dagelijkse zorg
Opbouw DSM-5:
1) Uitgangspunten
2) Classificatiecriteria
3) Toelichting meetmethoden en modellen
• Bijdrage voor het eenduidig omschrijven en vergelijken van beelden
Voordelen
• DSM ≠ diagnostische bijbel dus ‘classificatie’ in plaats van ‘diagnose’
DSM
• Sommige problematieken mogen niet tegelijkertijd geclassificeerd worden bv.
Nadelen DSM
Autisme en ADHD
• Bepaalde classificaties zijn taboe verklaard => verlies van tijd in multidisciplinair
overleg
• Samengestelde problematiek = niet meer in DSM-zorgprogramma’s passen
• Veel overlap van symptomen -> voldoen de 20 hoofdcategorieën?
Betekeningen Jim van Os over DSM-5:
• Bepekte dimensionale benadering
• Meer culturele fenomeen dan diagnostisch systeem
• Voorstel voor nieuw diagnostisch systeem: minimaliseren van nomothetisch component
en maximaliseren van het idiografisch.
2
,b. Crisis?
Geschiedenis v/d psychiatrie bestaat uit ‘crisis’-situaties
Gemeenschappelijk kenmerken van deze?: toen algemeen geaccepteerde
uitgangspunten en paradigma’s verliezen in snelle tempo hun aantrekkings- en
overtuigingskracht. (Bv. Psychoanalyse in de voorbije decennia)
Van: top-down benadering v/d psychodynamische psychiatrie (DSM-II)
Naar: bottom-up benadering v/d biologische psychiatrie
Bewijs voor een mogelijke nieuwe crisis in de psychiatrie -> opkomst van DSM-5:
• Door de lange wachttijd = hoge verwachtingen
• Geen duidelijke of betrouwbare relatie met onderliggende cerebrale pathologie of
disfuncties in DSM-IV => niet opgelost i/d DSM-5
• Tijdens conceptiefase al enorm bekritiseerd
Amerikaans National Institute for Mental Health (NIMH) werkt niet meer met DSM-classificatie
=> wel met 23 systemen verdeeld in 5 categorieën (= bouwstenen v/d psyche) *zie p.4
Hoe vruchtbaar voor de klinische praktijk?: bestuderen v/d samenhang tussen het optreden van
depressies en het neuropathologische substraat van chronische neurologische ziektebeelden.
• Verwachtingen?: hoe langer en ernstig de neuropathologie, hoe meer kans op een co-
morbide depressie + risico depressie is afhankelijk van de lokalisatie van het ziekteproces
i/h brein.
• Realiteit?: bij alle chronische neurologische ziekten wordt een lifetime prevalence van ±
40%, ongeacht de voorbije besproken verwachtingen. Grootste kans op depressie tijdens
het eerste jaar na de diagnose, elk jaar hierna daalt de kans op een depressie.
=> depressies hangen nauwer samen hangen met het impact van het krijgen van de diagnose
van een ernstige neurologische aandoening dan met een specifieke neuropathologische of
neuroanatomische factoren.
Conclusie van Jim van Os om psychiatrische patiënten (PT) best te helpen:
• Belang van een label of diagnose te relativeren
• Goed luisteren naar klachten en verhalen van de PT
• Samen met PT klachten proberen te laten verdwijnen of ze zo dragelijk mogelijk maken.
3
, *Vervanging van DSM door NIMH
4