Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Consumentengedrag (ALLES) - 17/20 behaald - examenvragen van tijdens de les

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
76
Geüpload op
18-05-2023
Geschreven in
2022/2023

Samenvatting Consumentengedrag van hoofdstuk 1 tot 10 = ALLES. Het is een samenvatting van het boek + lesnotities + powerpoint. Achteraan in de samenvatting staan examenvragen die we tijdens de les besproken hebben + de antwoorden.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Consumentengedrag

Hoofdstuk 1:
1. Een definitie van consumentengedrag
Consumentenpsychologie = de wetenschappelijke studie van het consumentengedrag
Consumentengedrag = het gedrag van de consumenten voor & na het kopen van het product
o Maar het gaat veel breder dan dit: wordt opgedeeld in verschillende punten
o Het kan zowel gaan over het kennen van een merk, trotsheid tov een merk, ‘craven’
naar een bepaald merk, je aangevallen voelen tov kritiek op het merk, …
o Lees dia 2 voor voorbeelden

1. Mentale en fysieke handelingen
o Fysieke handelingen = al de fysieke acties die je neemt.
 Bv. het product betalen, uit de rekken halen, …
o Mentale handelingen = de cognitieve activiteiten die vooraf gaan aan het fysieke
gedrag, en hoe je dus nadenkt.
 Bv. via internet info opzoeken, bepaalde relatie die je hebt met een merk, …
 Adhv deze informatie worden de negatieve en positieve aspecten van de
alternatieven geanalyseerd → bepaald dus het aankoopgedrag

2. Aanleiding, oorzaken en gevolgen
o Aanleiding = de reden dat je een bepaald aankoop doet, is af van een veranderende
levensomstandigheid of perceptie.
 Levensomstandigheid: moet nu verder rijden voor op je werk te geraken → dus
nieuwe auto (of vervangaankoop van de bestaande auto).
 Perceptie: niet meer tevreden over bepaald merk, omdat het veel gebreken heeft.

3. Individuele en kleine groepen
o Individueel = de aankoop heeft enkel op jou betrekking
 Vb. je kiest om marketing te gaan studeren
o Kleine groepen = komt het meeste voor, dan heeft de aankoop beslissing op andere
personen → vaak het gezin/ huishouden
 Vb. je ouders gaan naar de winkel voor eten voor het hele gezin, een
gezinswagen die betrekking heeft op al de gezinsleden, …

4. Oriëntatie, aanschaf, gebruik, onderhoud en afdanken
→ de consumptiecyclus beschrijft deze fases van het consumentengedrag
o Oriëntatiefase = je weegt je beslissing af → de mentale handeling, dit kan lang duren
(vb. studierichting) maar ook kort (vb. aankoop tandpasta)
o Onderhoud = na de aankoop zal het evt moeten onderhouden worden
o Afdanken = doet aan een vervangaankoop, en zal het oude product afdanken
 Vb. bij frigo’s verplicht door de verkoper om het oude toestel terug mee te
nemen.




1

,5. Schaarse goederen en diensten
o Op G en D plakt een prijs
 Vb. zuiver lucht kost niets, voor water betaal je wel, …
o Goederen = tastbaar en concreet, het tastbare element moet centraal staan.
 Vb. aankoop auto, ook de status (ontastbaar element) van het merk hoort er bij
o Diensten = ontastbaar en abstract, wanneer de niet materiële aspecten centraal staan.
 Vb. gaan eten op restaurant, en het eten zelf (tastbare element) hoort er ook bij.

6. Commerciële sector, overheidssector, huishoudelijke sector
o Commerciële organisaties = bedrijven produceren G en D, om er zelf beter van te worden.
o Overheidssector = je mag als overheidsbedrijf niet zomaar doen wat je wil, je betaald
voor de geleverde dienst een vaste afgesproken prijs.
 Vb. onderwijs
o Huishoudelijke productie = huishoudens kunnen zowel consumeren als produceren wat
ze gebruiken.
 Prosumptie is een mengeling van beide → vb. het eten kopen en het zelf klaarmaken.
 Prosumptie wordt steeds minder gedaan → heel veel taken worden uitbesteed.

7. Functievervulling en bereiken van doelen en waarden
o Functievervulling = de aankoop en het gebruik van het product gaat de ‘functie’
waarvoor je het koopt vervullen.
 Dit leidt tot tevredenheid en welzijn, MAAR als het niet voldoet dan zal het leiden
tot ontevredenheid.

8. Korte- en langetermijneffecten
o KT effect = kan vaak gaan over een impulsaankoop
o LT effect = het is een aankoop die lang meegaat, het aankoopproces is complex en
duurt lang.
o Auto, koelkast, huis ↔ sigaret, kauwgom

9. Individuele en maatschappelijke gevolgen
o Individuele gevolgen = de positieve of negatieve gevolgen die je ervaart.
o Maatschappelijke gevolgen = de positieve of negatieve gevolgen die de maatschappij
ervaart door jou aankoop.
o G en D kunnen ook opgedeeld worden volgens:
 Individueel = enkel jij gebruikt het
 Huishoudelijk = heel je gezin/ huishouden gebruikt het
 Collectief = kan door iedereen gebruikt worden (vb. openbaar vervoer)

2. Wat is het aanbod van goederen en diensten?
Inflatie = je hebt meer geld nodig om hetzelfde te kunnen kopen
o We willen ong 2% inflatie per jaar

Vroeger → schaarste, enkel de technische functie was belangrijk
Nu → overvloed van productie, enkel de expressieve functie was belangrijk

Producten hebben een technische functie en een sociaal expressieve functie
o Technische functie: waarvoor het product echt dient
o Sociaal expressieve functie: de sociaalpsychologische functie van een product, de
status die je wilt tonen aan de mensen.

2

,Verschillende soorten goederen:
1. Noodzakelijke goederen
o Producten dat de consumenten nodig hebben om te kunnen overleven.
o Bij een toenemend inkomen, gaat het procentuele aandeel kleiner zijn, omdat de
uitgaven hiervan relatief constant blijven.
2. Inferieure goederen
o Goederen van slechtere kwaliteit (daarom niet perse van lagere prijs)
o Bij een toenemend inkomen, wordt er hier minder aan uitgegeven
o Vb. 2de hands kleding, spullen v/d rommelmarkt, …
3. Luxegoederen
o Niet levensnoodzakelijke producten, maken het leven aangenamer.
o Bij een toenemend inkomen, wordt er hier meer aan uitgegeven

Index van consumentvertrouwen (ICV)
= in hoeverre huishoudens denken dat het goed/ slecht gaat met de economie.
o Hoge index → de bestedingen gaan stijgen, vertrouwen in de economie.
o Lage index → de bestedingen gaan dalen, geen vertrouwen in de economie.
o Heeft dus niets te maken met je product, maar met de mensen zelf.
 Lees p20 de soorten vragen die gesteld worden.


→ voorbeeld van een grafiek over het
consumentenvertrouwen.

We zitten nu dus vrij diep op de grafiek, door de
oorlog met Rusland, maar het begint te
stabiliseren.

De tijd moet altijd op de x-as staan!!!


Overgang van schaarste naar overvloed → rond 1960
o = de golden 60’s en de babyboomers
o We spreken nu dus over een consumptiecultuur

Kenmerken consumptiecultuur:
o Consumptie op hoog niveau → de meeste hebben het wel ‘goed’.
o Steeds meer goederen verworven via aankoop, en niet via eigen productie → vroeger
deden we voor een groot deel aan eigen productie (kweken van groenten, …)
 Doordat meer uitbesteed wordt, ontstaan comparatieve voordelen waardoor
meer geconsumeerd kan worden.
o Consumptie en overconsumptie algemeen aanvaard
 Vb. geen probleem als iemand 5 keer op vakantie gaat
 Maar hier komt een tegenbeweging tegen
o Consumptie is zelfexpressie → hoe je overkomt, status, succes, …
 Kleding is hier een zeer grote!

Comparatieve voordelen ontstaan als → je gaat specifiëren waarin je goed bent, waarin je
minder goed bent laat je door anderen doen.


3

, Hoe consumptiemaatschappij ontstaan?
o Aanbod G en D wordt verbeterd door: comparatieve voordelen, innovatie,
toenemende productiviteit.
 Want daardoor → goederen goedkoper verkocht.
o Door toenemend inkomen, want dus toenemende vraag
 Daardoor is ook materialisme ontstaan, mensen willen steeds meer bezitten
(vooral in de westerse landen).
o Reclame stimuleert consumptie

Productielevenscyclus (PLC)
→ toont hoe de vraag van een bepaalde productcategorie naar zich ontwikkelt
→ geeft dus het verband tussen de bezitgraad van een product en het tijdsverloop


Voorbeelden:
Introductiefase → 3D printen
Groeifase → elektrische auto’s
Volwassenheidsfase → zonnepanelen
Neergangs fase → diesel wagens

PLC is geen exacte wetenschap, kan
niet zeggen ‘nu’ gaat het over naar een
andere fase.


Als je product in neergang gaat → dan ga je innoveren!
o Vb. Apple, telkens nieuwe toestellen + ze maken er een hele ‘hype’ van (aftel
kalender, veel reclame, …)
o Vb. Kodak, failliet omdat ze niet innoveerden in de digitale toestellen.

Introductiefase:
o Kleine bezitsgraad
o Consumenten worden attent gemaakt op het nieuw product
o Consument stelt zich vragen: heb ik het wel nodig? Wat is het? …
 Keuze wordt gemaakt adhv informatieverwerking + evaluatie
o Productiekost hoog → dus hoge verkoopprijs
 Dus enkel mensen die het nieuwts van het nieuwts willen geven hun budget
hieraan uit = meestal kapitaalkrachtige mensen

Groeifase:
o Bezitsgraad neemt sterk toe, en stijgt voortdurend
o Product is bekend + er zijn varianten
o Productiekosten nemen af → marktprijs daalt dus

Volwassenheidsfase:
o Bezitsgraad stabiliseert een bereikt een hoogtepunt
o Ook penetratiegraad blijft +- constant
 Dus percentage consumenten in bezit van het product stijgt niet meer
o De winst is optimaal

4

Documentinformatie

Geüpload op
18 mei 2023
Aantal pagina's
76
Geschreven in
2022/2023
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€18,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
OdiseeStudentt Odisee Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
67
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
20
Documenten
23
Laatst verkocht
6 maanden geleden

4,5

11 beoordelingen

5
6
4
5
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen