H8: RUST- EN OVERLEVINGSPENSIOEN
KB & wet
1. Algemeen
De problemen van ons pensioenstelsel:
- Vergrijzing v/d bevolking, waardoor er een wanverhouding ontstaat
tussen het aantal actieven en niet-actieven.
- Vroege pensioenleeftijd.
- Lage pensioenbedragen.
→ De verhoging v/d wettelijke pensioenleeftijd wordt niet teruggedraaid.
→ Meer jaren effectief werken, zal een grotere rol gaan spelen in de
beroepsloopbaan.
→ De pensioen ongelijkheid tussen mannen en vrouwen zal worden
aangepakt door (misschien) de invoering v/h systeem v/d pensioensplit.
2. Pensioenpijlers
Het Belgische pensioenstelsel steunt op 3 pijlers: het wettelijk pensioen als
basispijler en nog 2 andere pijlers om dat pensioen aan te vullen.
2.1. Wettelijk pensioen
De financiële basis voor het wettelijk pensioen wordt gevormd door de
werkgevers- en de werknemersbijdragen voor de RSZ. De RSZ maakt dit
over aan de Federale Pensioendienst (FPD). De FPD staat in voor de
betaling ervan aan de rechthebbenden. Dat is het repartitiesysteem waarbij
de actieve bevolking het pensioen betaalt v/d gepensioneerden.
Binnen deze pijler zijn er 3 grote stelsels: het stelsel voor de werknemers,
de zelfstandigen en de ambtenaren.
Voor mijnwerkers, zeevarenden, vliegend personeel v/d burgerlijke
luchtvaarten en beroepsjournalisten gelden bijzondere regels.
Nisa Sen 1
, Deel 5: Sociale zekerheid Topic 5
2.2. Aanvullend pensioen
Het aanvullend pensioen wordt gefinancierd op basis van kapitalisatie en
wordt georganiseerd door de WG, ofwel via een collectief pensioenstelsel op
het niveau v/d sector ofwel op het niveau v/d onderneming zelf.
Zelfstandigen moeten zelf hun aanvullend pensioen opbouwen.
Ambtenaren hebben geen aanvullend pensioen, maar de federale overheid
werkt momenteel aan een aanvullend pensioenplan voor de ambtenaren die
tewerkgesteld zijn in contractueel verband.
Het is ook mogelijk om, vrijwillig of via zijn WG, in te schrijven op een
aanvullend pensioen bij de FPD-Werknemerspensioenen, ofwel i.k.v. een
groepsverzekering (2de), ofwel i.k.v. een individuele levensverzekering (3de).
2.3. Pensioensparen en langetermijnsparen met belastingvoordeel
Via het individueel pensioensparen kan men op eigen kracht een kapitaal
opbouwen. Hier is een belastingvoordeel aan verbonden. Hoe vroeger men
begint met pensioensparen, hoe groter het bedrag dat men opbouwt.
Pensioensparen kan gebeuren via:
- groepsverzekering: hier is op voorhand geweten wat het minimale
rendement v/h gespaarde bedrag zal zijn
- pensioenfonds: hier is geen minimumrendement gewaarborgd. Het
fonds evolueert mee op het ritme v/d beurs.
2.4. Vierde pensioenpijler
Het eigen huis en het extra spaargeld worden beschouwd als een belangrijke
4de pijler ter aanvulling v/h pensioen.
Nisa Sen 2