Hoofdstuk 11: Theorieën over het effect van massacommunicatie
11.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe men denkt over de invloed van de media op de
gebruiker.
Er zijn wel enkele redenen om je zorgen te maken om de media. Televisie is een indringend
medium, dat de meerderheid van de bevolking zeer geloofwaardig vindt. Mensen brengen
een heel groot deel van hun tijd door met radio, televisie en krant. Een groeiend daal van de
bevolking maakt intensief gebruik van internet. Welk effect heeft dat?
Informeren de massamedia ons wel goed over de eigen wereld, zodat we effectief kunnen
reageren op de vele en snelle veranderingen? Wiegen de media ons in slaap met valse
geruststellingen? Wat doen de media met ons, en wij met de media?
Vanaf de jaren 20 deed men vooral in Amerika veel onderzoek naar de werking en
uitwerking van de massamedia. Volgens Lin moeten we de oorzaken van die interesse on
drie factoren zoeken:
1. De snelle opkomst van de radio, en later van de televisie.
kon mensen heel sterk beïnvloeden, hun invloed was zelfs groter dan mocht.
2. De enorme investeringen aan de advertenties in de media.
exacte cijfers over de resultaten van reclame zijn er niet, maar we nemen aan dat
ze bemoedigend waren, aangezien er 8 biljoen dollar in geïnvesteerd werd in 1968.
3. Het kennelijk succes van de politieke propaganda in dictatoriaal geregeerde landen
daar zijn de massamedia in de handen van de regering!
11.2 Wat is massacommunicatie?
11.2.1 Een massa ontvangers?
Het publiek van massamedia is zeer groot, maar is geen echte massa (= grote groep mensen
bij elkaar) omdat ze verspreid zijn. Soms is het publiek wel als massa bijeen, bijvoorbeeld in
een stadion of discotheek.
Het aantal ontvangers hoeft helemaal niet groot te zijn om te kunnen spreken van
massacommunicatie: het begrip ‘massa’ slaat niet op de hoeveelheid ontvangers, maar op
de mogelijkheid dat er veel ontvangers zijn. Dat kan door het soort zender en het type
boodschap die en bij massacommunicatie gebruikt.
Massamedia houdt volgens Van Woerkum in dat niemand uitgesloten wordt. Dit is echter
een betrekkelijk criterium: het kan inhouden dat de zender zich echt op iedereen richt, bv.
via de krant, radio, televisie… of tot een meer beperkte groep, bijvoorbeeld met berichten
voor mensen in land- en tuinbouw. In dat laatste geval spreken we van categoriale
massacommunicatie.
11.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe men denkt over de invloed van de media op de
gebruiker.
Er zijn wel enkele redenen om je zorgen te maken om de media. Televisie is een indringend
medium, dat de meerderheid van de bevolking zeer geloofwaardig vindt. Mensen brengen
een heel groot deel van hun tijd door met radio, televisie en krant. Een groeiend daal van de
bevolking maakt intensief gebruik van internet. Welk effect heeft dat?
Informeren de massamedia ons wel goed over de eigen wereld, zodat we effectief kunnen
reageren op de vele en snelle veranderingen? Wiegen de media ons in slaap met valse
geruststellingen? Wat doen de media met ons, en wij met de media?
Vanaf de jaren 20 deed men vooral in Amerika veel onderzoek naar de werking en
uitwerking van de massamedia. Volgens Lin moeten we de oorzaken van die interesse on
drie factoren zoeken:
1. De snelle opkomst van de radio, en later van de televisie.
kon mensen heel sterk beïnvloeden, hun invloed was zelfs groter dan mocht.
2. De enorme investeringen aan de advertenties in de media.
exacte cijfers over de resultaten van reclame zijn er niet, maar we nemen aan dat
ze bemoedigend waren, aangezien er 8 biljoen dollar in geïnvesteerd werd in 1968.
3. Het kennelijk succes van de politieke propaganda in dictatoriaal geregeerde landen
daar zijn de massamedia in de handen van de regering!
11.2 Wat is massacommunicatie?
11.2.1 Een massa ontvangers?
Het publiek van massamedia is zeer groot, maar is geen echte massa (= grote groep mensen
bij elkaar) omdat ze verspreid zijn. Soms is het publiek wel als massa bijeen, bijvoorbeeld in
een stadion of discotheek.
Het aantal ontvangers hoeft helemaal niet groot te zijn om te kunnen spreken van
massacommunicatie: het begrip ‘massa’ slaat niet op de hoeveelheid ontvangers, maar op
de mogelijkheid dat er veel ontvangers zijn. Dat kan door het soort zender en het type
boodschap die en bij massacommunicatie gebruikt.
Massamedia houdt volgens Van Woerkum in dat niemand uitgesloten wordt. Dit is echter
een betrekkelijk criterium: het kan inhouden dat de zender zich echt op iedereen richt, bv.
via de krant, radio, televisie… of tot een meer beperkte groep, bijvoorbeeld met berichten
voor mensen in land- en tuinbouw. In dat laatste geval spreken we van categoriale
massacommunicatie.