KWALITEIT VAN LEVEN BIJ PERSONEN
MET ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
LES 2: DIAGNOSTIEK EN BEGELEIDING BIJ ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
1. INLEIDING
Diagnostiek:
- Het hele proces van aanmelding tot conclusie
- Hypothesen opstellen op basis van de info die we hebben + aftoetsen a.d.h.v. verschillende
instrumenten
- Diagnostiek in enge zin (diagnose of niet, label of niet, stoornis of niet)
Begeleiding:
- Alle methoden die kunnen worden ingezet om een kind met ontwikkelingsstoornis te
ondersteunen (behandeling, onderwijsopties, aanpassing in omgeving)
Diagnostiek is minder ruim dan de begeleiding. Begeleiding is heel belangrijk. Het stopt niet na de
diagnose. Soms moeten we ook niet wachten op de diagnose om al te begeleiden.
1.1. ZIN EN ONZIN VAN DIAGNOSES:
+ -
- Opluchting bij het kind - Hokje stoppen
- Begrip en erkenning - Reduceren tot stoornis
- Wegnemen van schuldgevoelens bij ouders - Aandacht voor beperkingen
- Vergemakkelijkt communicatie tussen - Gedragen naar label
hulpverleners: efficiënt samenwerken aan
- Label als excuus
zorgdoelen en aanpak
- Stigmatiseren
- Toegangspoort tot begeleidingsinstanties
- Financiële tegemoetkoming
Conclusie:
- Diagnose mag geen doel op zich zijn, maar richtinggevend voor behandeling, begeleiding,
aanpak, ondersteuning
- Ook oog voor sterktes, wat goed gaat (niet enkel beperking)
- Centrale focus is kind achter label in al zijn facetten
, 2. SOORTEN DIAGNOSTIEK
Twee verschillende indelingen:
- onderkennende, verklarende en handelingsgerichte diagnostiek
- screening, (categoriaal classificerende) diagnostisch onderzoek, assessment
2.1. ONDERKENNENDE, VERKLARENDE EN HANDELINGSGERICHTE DIAGNOSTIEK
ONDERKENNENDE DIAGNOSTIEK:
- ‘Wat is er met dit kind aan de hand?’
- Altijd diagnose stellen op basis van gedragsobservaties
Aan de hand van screening en diagnostisch onderzoek: nagaan of er hoog of laag
risico is voor bepaalde stoornissen
Bij hoog risico: doorverwijzen voor verder diagnostisch onderzoek hypothese
aftoetsen
- Maken gebruik van screeningsinstrumenten
ASEBA = algemeen
Bv. VVGK = specifieker
- Beschrijvende diagnose = criteria hebben betrekking op observeerbaar gedrag en niet op
onderliggende eigenschappen
MET ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
LES 2: DIAGNOSTIEK EN BEGELEIDING BIJ ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
1. INLEIDING
Diagnostiek:
- Het hele proces van aanmelding tot conclusie
- Hypothesen opstellen op basis van de info die we hebben + aftoetsen a.d.h.v. verschillende
instrumenten
- Diagnostiek in enge zin (diagnose of niet, label of niet, stoornis of niet)
Begeleiding:
- Alle methoden die kunnen worden ingezet om een kind met ontwikkelingsstoornis te
ondersteunen (behandeling, onderwijsopties, aanpassing in omgeving)
Diagnostiek is minder ruim dan de begeleiding. Begeleiding is heel belangrijk. Het stopt niet na de
diagnose. Soms moeten we ook niet wachten op de diagnose om al te begeleiden.
1.1. ZIN EN ONZIN VAN DIAGNOSES:
+ -
- Opluchting bij het kind - Hokje stoppen
- Begrip en erkenning - Reduceren tot stoornis
- Wegnemen van schuldgevoelens bij ouders - Aandacht voor beperkingen
- Vergemakkelijkt communicatie tussen - Gedragen naar label
hulpverleners: efficiënt samenwerken aan
- Label als excuus
zorgdoelen en aanpak
- Stigmatiseren
- Toegangspoort tot begeleidingsinstanties
- Financiële tegemoetkoming
Conclusie:
- Diagnose mag geen doel op zich zijn, maar richtinggevend voor behandeling, begeleiding,
aanpak, ondersteuning
- Ook oog voor sterktes, wat goed gaat (niet enkel beperking)
- Centrale focus is kind achter label in al zijn facetten
, 2. SOORTEN DIAGNOSTIEK
Twee verschillende indelingen:
- onderkennende, verklarende en handelingsgerichte diagnostiek
- screening, (categoriaal classificerende) diagnostisch onderzoek, assessment
2.1. ONDERKENNENDE, VERKLARENDE EN HANDELINGSGERICHTE DIAGNOSTIEK
ONDERKENNENDE DIAGNOSTIEK:
- ‘Wat is er met dit kind aan de hand?’
- Altijd diagnose stellen op basis van gedragsobservaties
Aan de hand van screening en diagnostisch onderzoek: nagaan of er hoog of laag
risico is voor bepaalde stoornissen
Bij hoog risico: doorverwijzen voor verder diagnostisch onderzoek hypothese
aftoetsen
- Maken gebruik van screeningsinstrumenten
ASEBA = algemeen
Bv. VVGK = specifieker
- Beschrijvende diagnose = criteria hebben betrekking op observeerbaar gedrag en niet op
onderliggende eigenschappen