Module 2.4: infectie:
Ziekte door micro-organismen:
Interactie mens/micro-organismen
• Contact met pathogeen micro-organisme
• Onevenwicht microbioom
- Astma & allergie
- Auto-immuun pathologie
- Caries, paradontitis
- Acne & eczema
- Inflammatoire darmziekte
- Obesitas
Hoe ontstaat een infectie:
• Besmetting ➔ infectie: chain of infection
• Aard van de ziekteverwekker
• Aantal ziekteverwekkers
• Virulentie (ziekmakend vermogen)
• Aanpassing (genetische drift) en selectie
• Verweer tegen infectie (afweer)
Wat kan een besmettingsbron zijn:
• Zieke persoon
• Subklinische ziekte
• Vehikel
• Vector
Hoe ontstaat een infectie:
• Contact
• Via de lucht (aerosol of droplet)
53
, • Ingestie
• Inoculatie
• Congenitale transmissie
• Huid, oren, ogen, luchtwegen, maagdarm, genitaal, bloedbaan
• Afgenomen weerstandsvermogen
• Leeftijd
• Mate van immunisatie
• Omgevingsfactoren
Hoe verspreidt een ziekte zich:
• Besmetting ➔ infectie
“chain of infection”
• Verspreidingswijze bepaalt de besmettelijkheid
- Aantal secundaire ziektegevallen
- Basic reproductive number R0
Incidentie van infectieziekten:
• Frequent vs sporadische ziekte
• Outbreak
• Endemie vs epidemie
• Pandemie
• Groepsimmuniteit
Uitgebreidheid van een infectie:
• Lokale infectie
• Systemische infectie
- Bacteriëmie
- Viremie
- Toxemie
Nosocomiale infectie = een infectie die is ontstaan in het ziekenhuis
Wat zijn de belangrijkste verwekkers van infectieziekten:
54
Ziekte door micro-organismen:
Interactie mens/micro-organismen
• Contact met pathogeen micro-organisme
• Onevenwicht microbioom
- Astma & allergie
- Auto-immuun pathologie
- Caries, paradontitis
- Acne & eczema
- Inflammatoire darmziekte
- Obesitas
Hoe ontstaat een infectie:
• Besmetting ➔ infectie: chain of infection
• Aard van de ziekteverwekker
• Aantal ziekteverwekkers
• Virulentie (ziekmakend vermogen)
• Aanpassing (genetische drift) en selectie
• Verweer tegen infectie (afweer)
Wat kan een besmettingsbron zijn:
• Zieke persoon
• Subklinische ziekte
• Vehikel
• Vector
Hoe ontstaat een infectie:
• Contact
• Via de lucht (aerosol of droplet)
53
, • Ingestie
• Inoculatie
• Congenitale transmissie
• Huid, oren, ogen, luchtwegen, maagdarm, genitaal, bloedbaan
• Afgenomen weerstandsvermogen
• Leeftijd
• Mate van immunisatie
• Omgevingsfactoren
Hoe verspreidt een ziekte zich:
• Besmetting ➔ infectie
“chain of infection”
• Verspreidingswijze bepaalt de besmettelijkheid
- Aantal secundaire ziektegevallen
- Basic reproductive number R0
Incidentie van infectieziekten:
• Frequent vs sporadische ziekte
• Outbreak
• Endemie vs epidemie
• Pandemie
• Groepsimmuniteit
Uitgebreidheid van een infectie:
• Lokale infectie
• Systemische infectie
- Bacteriëmie
- Viremie
- Toxemie
Nosocomiale infectie = een infectie die is ontstaan in het ziekenhuis
Wat zijn de belangrijkste verwekkers van infectieziekten:
54