• Bewaren van warmte via orthosympatisch zenuwstelsel
• Verlies van warmte via parasympatisch zenuwstelsel
Warmteafgifte:
>80% warmteverlies via huid:
• conductie
• convectie
• radiatie
• evaporatie
preventie:
• volume weefsel/huidoppervlak
• dikte subcutane vetlaag
via urine en faeces
warmteproductie:
• warmte < cellulaire reacties en inspanningen
• basaal metabolisme kost 1400-1800kcal per dag
• verschillend ngl weefsel
• beinvloed door:
▪ voeding
▪ lichaamssamenstelling
▪ omgevingstemperatuur
▪ leeftijd
▪ hormonen
▪ orthosymp zenuwstelsel
lichaamstemperatuur:
• normale lichaamstemperatuur = 35.8-37.2, kerntemperatuur overdaf = 37.2
• hyperthermie:
▪ koorts
▪ zonneslag
▪ hitte-uitputting
▪ hittekrampen, oververhitting
▪ antipyretisch middel
▪ antipyretisch middel
▪ pyrogenen
▪ subfebrilitas
• poikilothermie
▪ temperatuurschommelingen >2°C tgv omgevingsfactoren
• hypothermie
▪ accidenteel
▪ therapeutisch
21
, Module 2.3 hemostase:
Werking van de bloedstolling:
Vaatwandbeschadiging
Bloeding (capilair-veneus-arterieel)
➔ reflex vaatvernauwing (vasoconstrictie)
➔ vrijzetting endotheline,… -> vasoconstrictie
➔ actieve bloedstolling
1. primaire hemostase: bloedplaatjes aggregatie
2. secundaire hemostase: stollingsfactoren -> fibrinestolsel
3. fibrinolyse: plasmine -> afbraak stolsels
hemostase:
- functies:
• vloeibaar houden van het bloed zolang het zich in de bloedvaten bevindt
• indien bloed bloedvaten verlaat: van vloeibare vorm snel overgaan in vaste vorm= stollen
• hertselproces na beschadiging vaatwanden
-balans tussen vloeibaar houden van bloed vs. Vermogen bloed snel te laten stollen buiten
bloedvaten
-complex systeem
-defect in de bloedstolling:
• vermogen tot adequate stolling neemt af: zal leiden tot bloedingen of overmatig bloedverlies
bij een wonde of bij een invasieve ingreep
• afwijking die leidt tot stolling van bloed in bloedvaten geeft aanleiding tot trombose
stollingsstoornissen:
• overactiviteit bloedstolling: thrombofilie
• deficiente bloedstelling: bloedingsziekten
overactiviteit bloedstolling: thrombofilie:
oorzaken:
• deficiente inhibitoren stollingscascades (‘erfelijke thrombofilie)
▪ antitrombine deficientie
▪ proteine C deficientie
▪ proteine S deficientie
▪ resistentie voor geactiveerde proteine C
• diverse omgevingsfactoren
▪ oestrogeen, zwangerschap
▪ roken
▪ maligniteit
▪ recente chirurgie, immobiliteit
symptomen: thrombus -> embolus -> infarct &necrose
22
• Verlies van warmte via parasympatisch zenuwstelsel
Warmteafgifte:
>80% warmteverlies via huid:
• conductie
• convectie
• radiatie
• evaporatie
preventie:
• volume weefsel/huidoppervlak
• dikte subcutane vetlaag
via urine en faeces
warmteproductie:
• warmte < cellulaire reacties en inspanningen
• basaal metabolisme kost 1400-1800kcal per dag
• verschillend ngl weefsel
• beinvloed door:
▪ voeding
▪ lichaamssamenstelling
▪ omgevingstemperatuur
▪ leeftijd
▪ hormonen
▪ orthosymp zenuwstelsel
lichaamstemperatuur:
• normale lichaamstemperatuur = 35.8-37.2, kerntemperatuur overdaf = 37.2
• hyperthermie:
▪ koorts
▪ zonneslag
▪ hitte-uitputting
▪ hittekrampen, oververhitting
▪ antipyretisch middel
▪ antipyretisch middel
▪ pyrogenen
▪ subfebrilitas
• poikilothermie
▪ temperatuurschommelingen >2°C tgv omgevingsfactoren
• hypothermie
▪ accidenteel
▪ therapeutisch
21
, Module 2.3 hemostase:
Werking van de bloedstolling:
Vaatwandbeschadiging
Bloeding (capilair-veneus-arterieel)
➔ reflex vaatvernauwing (vasoconstrictie)
➔ vrijzetting endotheline,… -> vasoconstrictie
➔ actieve bloedstolling
1. primaire hemostase: bloedplaatjes aggregatie
2. secundaire hemostase: stollingsfactoren -> fibrinestolsel
3. fibrinolyse: plasmine -> afbraak stolsels
hemostase:
- functies:
• vloeibaar houden van het bloed zolang het zich in de bloedvaten bevindt
• indien bloed bloedvaten verlaat: van vloeibare vorm snel overgaan in vaste vorm= stollen
• hertselproces na beschadiging vaatwanden
-balans tussen vloeibaar houden van bloed vs. Vermogen bloed snel te laten stollen buiten
bloedvaten
-complex systeem
-defect in de bloedstolling:
• vermogen tot adequate stolling neemt af: zal leiden tot bloedingen of overmatig bloedverlies
bij een wonde of bij een invasieve ingreep
• afwijking die leidt tot stolling van bloed in bloedvaten geeft aanleiding tot trombose
stollingsstoornissen:
• overactiviteit bloedstolling: thrombofilie
• deficiente bloedstelling: bloedingsziekten
overactiviteit bloedstolling: thrombofilie:
oorzaken:
• deficiente inhibitoren stollingscascades (‘erfelijke thrombofilie)
▪ antitrombine deficientie
▪ proteine C deficientie
▪ proteine S deficientie
▪ resistentie voor geactiveerde proteine C
• diverse omgevingsfactoren
▪ oestrogeen, zwangerschap
▪ roken
▪ maligniteit
▪ recente chirurgie, immobiliteit
symptomen: thrombus -> embolus -> infarct &necrose
22