Naam Wie? Bekend om? Voorbeeld. Extra
1. Karl Britse wetenschapsfilosoof Falsificatie: wat? Toetsen van Erg geïnteresseerd in Einstein. Zij theorie
Popper de hypothese/vraagstelling: Wetenschappelijk is gebaseerd op die van hem.
de hypothese die deze heid van mens- en
toetsing het best doorstaat is gedragswetenscha
de beste en wetenschap ppen
gebeurt in dialoog tussen labowetenschappe
hypothesevorming en het n: waarom? En
weerleggen ervan wat in
geschiedenis?
Historisch proces
is niet gebaseerd
op inductief
vaststelbare
wetmatigheden
maar op best
mogelijke
hypothese die
enkel in debat kan
worden bepaald
2. Karl Karl Heinrich Marx was een Duits denker die de Marxisme: Bekende werken:
Marx (politieke) filosofie, de economie, de sociologie, Das Kapital (of in het Nederlands: Het
de journalistiek en de historiografie sterk heeft Marxisme is het socialistische Kapitaal) beschouwd. Daarnaast is
beïnvloed. Hij was een grondlegger van systeem waarin een zijn Communistisch Manifest (met
de arbeidersbeweging en een centraal figuur in de gezamenlijk eigenaarschap Friedrich Engels) wereldberoemd.
geschiedenis van het socialisme en het communisme. van productie-, distributie- en
Marx woonde en werkte in Duitsland, in Frankrijk, ruilmiddelen het
in België, en Engeland. overheersende kenmerk is.
de geschiedenis is
onderworpen aan de
onverbiddelijke controle van
economische krachten, die
alle menselijke
, samenlevingen door dezelfde
stadia op de weg naar het
socialisme bewegen, waarbij
het kapitaal het stadium is dat
momenteel door het grootste
deel van de mensheid wordt
ingenomen. Materieel
eigenbelang is altijd de
drijfveer geweest van het
menselijke belang daarom is
de hele geschiedenis eentje
van klassenconflicten.
Marx begon met de
fundamentele perimissie, dat
wat mensen van dieren
onderscheidt, hun vermogen
is om bestaansmiddelen te
reproduceren.
Zijn theorie werd ook wel
eens het historisch
materialisme geheten door
Friederich Engels (een
erfgenaam).
Van de productiekrachten
maken deel uit: de menselijke
arbeidskracht, de
arbeidsmiddelen en de
arbeidsvoorwerpen. De
productieverhoudingen zijn
het geheel van materiële
1. Karl Britse wetenschapsfilosoof Falsificatie: wat? Toetsen van Erg geïnteresseerd in Einstein. Zij theorie
Popper de hypothese/vraagstelling: Wetenschappelijk is gebaseerd op die van hem.
de hypothese die deze heid van mens- en
toetsing het best doorstaat is gedragswetenscha
de beste en wetenschap ppen
gebeurt in dialoog tussen labowetenschappe
hypothesevorming en het n: waarom? En
weerleggen ervan wat in
geschiedenis?
Historisch proces
is niet gebaseerd
op inductief
vaststelbare
wetmatigheden
maar op best
mogelijke
hypothese die
enkel in debat kan
worden bepaald
2. Karl Karl Heinrich Marx was een Duits denker die de Marxisme: Bekende werken:
Marx (politieke) filosofie, de economie, de sociologie, Das Kapital (of in het Nederlands: Het
de journalistiek en de historiografie sterk heeft Marxisme is het socialistische Kapitaal) beschouwd. Daarnaast is
beïnvloed. Hij was een grondlegger van systeem waarin een zijn Communistisch Manifest (met
de arbeidersbeweging en een centraal figuur in de gezamenlijk eigenaarschap Friedrich Engels) wereldberoemd.
geschiedenis van het socialisme en het communisme. van productie-, distributie- en
Marx woonde en werkte in Duitsland, in Frankrijk, ruilmiddelen het
in België, en Engeland. overheersende kenmerk is.
de geschiedenis is
onderworpen aan de
onverbiddelijke controle van
economische krachten, die
alle menselijke
, samenlevingen door dezelfde
stadia op de weg naar het
socialisme bewegen, waarbij
het kapitaal het stadium is dat
momenteel door het grootste
deel van de mensheid wordt
ingenomen. Materieel
eigenbelang is altijd de
drijfveer geweest van het
menselijke belang daarom is
de hele geschiedenis eentje
van klassenconflicten.
Marx begon met de
fundamentele perimissie, dat
wat mensen van dieren
onderscheidt, hun vermogen
is om bestaansmiddelen te
reproduceren.
Zijn theorie werd ook wel
eens het historisch
materialisme geheten door
Friederich Engels (een
erfgenaam).
Van de productiekrachten
maken deel uit: de menselijke
arbeidskracht, de
arbeidsmiddelen en de
arbeidsvoorwerpen. De
productieverhoudingen zijn
het geheel van materiële