Samenvatting medische psychologie (Joris Vandenberghe)
Inleiding
- Gezondheidspsychologie = studie van bidirectionele interactie tussen psychologische
processen
o 3 deeldomeinen:
▪ Leefstijl & gezondheid
▪ Biopsychologische interacties
▪ Klinische gezondheidspsychologie
- Medische psychologie = psychologische aspecten van hulpverlening
o Overlap met deeldomeinen 2 en 3
A. Evolutie in de geneeskunde
- Van biomedisch naar biopsychosociaal model
- Van paternalisme naar autonomie en gemeenschappelijke besluitvorming
- Doel:
o Ziektevrij, symptoomvrij of symptoomverbetering
o Levenskwaliteit
o Functioneren
o Herstel
▪ Persoonlijk: je rol in de samenleving
opnemen
▪ Maatschappelijk
▪ Klinisch
▪ Functioneel
B. Herstel
- = persoonlijk & uniek proces
o Veranderen van opvattingen, doelen, gevoelens…
- Meer voldoening ondanks beperkingen
o Hoop neemt plaats in leven
- Nieuwe betekenis en zin van het leven
1
, Hoofdstuk 1: herstel
A. Wat is stress?
- Homeostase = vermogen van organisme om interne milieu constant te houden
- Stressor = interne of externe verandering of gebeurtenis die de homeostase van een
organisme bedreigt en stressrespons uitlokt
- Stressrespons = psychische & fysiologische veranderingen die een reactie zijn op een
stressor
a. Van stress naar allostase
- Stressrespons is vaak adaptief: stressrespons biedt het hoofd aan een bedreigende situatie
(=stressor)
o Door: vecht-, vlucht- of bevriesreactie
o Toename orthosympatisch, afname parasympatisch
o Vroeger was dit efficiënt
▪ Vb. lichaamstemperatuur opwarmen → nuttig in ijstijd
- Doel: herstel van homeostase na coping
- Allostase = steeds weer zoeken naar stabiliteit door verandering
b. Ervaren stress
- Negatieve stress: persoon beleeft stressoren als groter dan wat hij/zij aankan
- Positieve stress: persoon beleeft stressor als uitdaging die binnen mogelijkheden ligt
- Adaptief vs. maladaptief: nadruk ligt niet op beleving, maar objectief:
o Effectiviteit van stressreactie
▪ Bv. stress als je voor mensen moet spreken → je krijgt het warm, je zweet,
hogere hartslag
• Heeft nu geen nut meer, enkel risico (bv. klontervorming)
o Positieve of negatieve gevolgen voor individu
- Ervaring = afhankelijk van stressor en situatie
o Nieuwe stressor: meer stress
o Onvoorspelbaarheid
o Mate van controle over stressor
o Duur van stressor
- Ervaring = afhankelijk van persoon (interindividuele variatie)
o Coping stijl
o Stressreactiviteit = mate van fysiologische respons
▪ Genetisch, intra-uterien, eerste levensjaren (hechting)
B. Integratieve modellen die aansluiten bij biopsychosociaal model
Stressreactiviteit als voorbeeld
a. Multifactorieel model
- = samenspel van vele verschillende oorzaken
o Voorbeschikkende, uitlokkende & onderhoudende factoren
2
, b. Balansmodel
- Belasting/stress vs. kwetsbaarheid/weerbaarheid
- Belasting/stress
o Omgevingsfactoren
o Toxische stoffen
o Ingrijpende levensgebeurtenis
o Verlieservaring
- Kwetsbaarheid/weerbaarheid
o Genetische factoren
o Intra-uteriene factoren
o Sociale steun, relatie
o Vroegkinderlijke ervaringen
c. Ontwikkelingsmodel
- Voorbeeld: pup-experimenten
o 2 weken oude puppy’s worden weggehaald van moeder voor enkele min.
▪ Stijging vocalisatie (piepen)
▪ Terug bij moeder: extra veel aandacht
o Na herhaling: pups hebben lagere respons op stressors (lagere stressreactiviteit) op
latere leeftijd
▪ + Minder stress-gebonden ziekten
o I.t.t. verwaarlozing voor lange tijd → hogere stressreactiviteit
- Integratie van biologische en psychologische modellen
o Vroegkinderlijke ervaringen → blijvende biologische veranderingen
C. Maladaptieve stress
- Mogelijke gevolgen:
o Verhoogde kwetsbaarheid en pijngevoeligheid
o Verminderde neurale plasticiteit
o Lichamelijke schade & ziekte (risicoverhoging)
- Depressie als model van chronische, maladaptieve stress
D. Fysiologie van stress
- Verhoogde arousal
- Snelle reactie van AZS
o Verhouding ortho/para stijgt
o Vrijzetting (nor)adrenaline door bijniermerg
- Trage reactie via hypothalamus-hypofyse-bijnierschors as
3
Inleiding
- Gezondheidspsychologie = studie van bidirectionele interactie tussen psychologische
processen
o 3 deeldomeinen:
▪ Leefstijl & gezondheid
▪ Biopsychologische interacties
▪ Klinische gezondheidspsychologie
- Medische psychologie = psychologische aspecten van hulpverlening
o Overlap met deeldomeinen 2 en 3
A. Evolutie in de geneeskunde
- Van biomedisch naar biopsychosociaal model
- Van paternalisme naar autonomie en gemeenschappelijke besluitvorming
- Doel:
o Ziektevrij, symptoomvrij of symptoomverbetering
o Levenskwaliteit
o Functioneren
o Herstel
▪ Persoonlijk: je rol in de samenleving
opnemen
▪ Maatschappelijk
▪ Klinisch
▪ Functioneel
B. Herstel
- = persoonlijk & uniek proces
o Veranderen van opvattingen, doelen, gevoelens…
- Meer voldoening ondanks beperkingen
o Hoop neemt plaats in leven
- Nieuwe betekenis en zin van het leven
1
, Hoofdstuk 1: herstel
A. Wat is stress?
- Homeostase = vermogen van organisme om interne milieu constant te houden
- Stressor = interne of externe verandering of gebeurtenis die de homeostase van een
organisme bedreigt en stressrespons uitlokt
- Stressrespons = psychische & fysiologische veranderingen die een reactie zijn op een
stressor
a. Van stress naar allostase
- Stressrespons is vaak adaptief: stressrespons biedt het hoofd aan een bedreigende situatie
(=stressor)
o Door: vecht-, vlucht- of bevriesreactie
o Toename orthosympatisch, afname parasympatisch
o Vroeger was dit efficiënt
▪ Vb. lichaamstemperatuur opwarmen → nuttig in ijstijd
- Doel: herstel van homeostase na coping
- Allostase = steeds weer zoeken naar stabiliteit door verandering
b. Ervaren stress
- Negatieve stress: persoon beleeft stressoren als groter dan wat hij/zij aankan
- Positieve stress: persoon beleeft stressor als uitdaging die binnen mogelijkheden ligt
- Adaptief vs. maladaptief: nadruk ligt niet op beleving, maar objectief:
o Effectiviteit van stressreactie
▪ Bv. stress als je voor mensen moet spreken → je krijgt het warm, je zweet,
hogere hartslag
• Heeft nu geen nut meer, enkel risico (bv. klontervorming)
o Positieve of negatieve gevolgen voor individu
- Ervaring = afhankelijk van stressor en situatie
o Nieuwe stressor: meer stress
o Onvoorspelbaarheid
o Mate van controle over stressor
o Duur van stressor
- Ervaring = afhankelijk van persoon (interindividuele variatie)
o Coping stijl
o Stressreactiviteit = mate van fysiologische respons
▪ Genetisch, intra-uterien, eerste levensjaren (hechting)
B. Integratieve modellen die aansluiten bij biopsychosociaal model
Stressreactiviteit als voorbeeld
a. Multifactorieel model
- = samenspel van vele verschillende oorzaken
o Voorbeschikkende, uitlokkende & onderhoudende factoren
2
, b. Balansmodel
- Belasting/stress vs. kwetsbaarheid/weerbaarheid
- Belasting/stress
o Omgevingsfactoren
o Toxische stoffen
o Ingrijpende levensgebeurtenis
o Verlieservaring
- Kwetsbaarheid/weerbaarheid
o Genetische factoren
o Intra-uteriene factoren
o Sociale steun, relatie
o Vroegkinderlijke ervaringen
c. Ontwikkelingsmodel
- Voorbeeld: pup-experimenten
o 2 weken oude puppy’s worden weggehaald van moeder voor enkele min.
▪ Stijging vocalisatie (piepen)
▪ Terug bij moeder: extra veel aandacht
o Na herhaling: pups hebben lagere respons op stressors (lagere stressreactiviteit) op
latere leeftijd
▪ + Minder stress-gebonden ziekten
o I.t.t. verwaarlozing voor lange tijd → hogere stressreactiviteit
- Integratie van biologische en psychologische modellen
o Vroegkinderlijke ervaringen → blijvende biologische veranderingen
C. Maladaptieve stress
- Mogelijke gevolgen:
o Verhoogde kwetsbaarheid en pijngevoeligheid
o Verminderde neurale plasticiteit
o Lichamelijke schade & ziekte (risicoverhoging)
- Depressie als model van chronische, maladaptieve stress
D. Fysiologie van stress
- Verhoogde arousal
- Snelle reactie van AZS
o Verhouding ortho/para stijgt
o Vrijzetting (nor)adrenaline door bijniermerg
- Trage reactie via hypothalamus-hypofyse-bijnierschors as
3