ZSO 16: De hogere cerebrale functies
3de type van cortex = associatiecortex gelegen in temporale en frontale lob
Functie? Ontwikkeling van verschillende mentale en hogere corticale functies ( taalfuncties,
praxis , gnosis , geheugen,..)
Deelinstructie 1: De geheugenfunctie
Bear pg. 824 – 830
Leren = ontvangen van nieuwe informatie/kennis
Geheugen = herinneringsvermogen = behouden van geleerde informatie
We leren en onthouden vele verschillende dingen niet verwerkt en opgeslagen door
dezelfde neurale hardware .
Verschillende soorten geheugen (fig. 24.1)
1) Declaratief geheugen: diecephalon
o geheugen voor feiten en gebeurtenissen
o expliciet geheugen: resulteert van meer bewuste inspanningen
o Declaratieve herinneringen: gemakkelijk te vormen en te vergeten
2) Nondeclaratief geheugen
o impliciet geheugen: het resulteert van directe ervaring
o Nondeclaratieve herinneringen moeilijker te vormen herhaling en
oefening gedurende een langere periode ze zijn moeilijker te vergeten
o verschillende categorieën:
Procedureel geheugen = geheugen voor vaardigheden, gewoontes en
gedragingen bv. piano leren spelen
Geleerde angst = vb. botsing met auto schrik van auto betrekt de
amygdala
Soorten van procedureel geheugen:
= een motor response leren tgv. een sensorische input
2 types :
1) Non- associative learning
o Een verandering in gedrag tgv. een enkele stimulus
o Habituatie fig. 24.2 a = leren om een stimulus te negeren omdat het geen
betekenis heeft voor jou, omdat je het gewoon wordt ( de telefoon gaat af
thuis en je neemt op maar het is steeds voor iemand anders op den duur
neem je niet meer op of merk je zelfs niet dat de telefoon afgaat)
o Sensitisatie fig. 24.2 b = een vorm van leren dat zorgt dat je reactie op alle
stimuli versterken, zelfs degene waarvoor je eerst niet bewust van was. (
wandelen ’s nachts door een goed verlichte straat, licht valt uit, en je merkt
alles op en krijgt bang)
2) Associative learning
o gedrag verandert door vorming van vergelijkingen tussen gebeurtenissen
3de type van cortex = associatiecortex gelegen in temporale en frontale lob
Functie? Ontwikkeling van verschillende mentale en hogere corticale functies ( taalfuncties,
praxis , gnosis , geheugen,..)
Deelinstructie 1: De geheugenfunctie
Bear pg. 824 – 830
Leren = ontvangen van nieuwe informatie/kennis
Geheugen = herinneringsvermogen = behouden van geleerde informatie
We leren en onthouden vele verschillende dingen niet verwerkt en opgeslagen door
dezelfde neurale hardware .
Verschillende soorten geheugen (fig. 24.1)
1) Declaratief geheugen: diecephalon
o geheugen voor feiten en gebeurtenissen
o expliciet geheugen: resulteert van meer bewuste inspanningen
o Declaratieve herinneringen: gemakkelijk te vormen en te vergeten
2) Nondeclaratief geheugen
o impliciet geheugen: het resulteert van directe ervaring
o Nondeclaratieve herinneringen moeilijker te vormen herhaling en
oefening gedurende een langere periode ze zijn moeilijker te vergeten
o verschillende categorieën:
Procedureel geheugen = geheugen voor vaardigheden, gewoontes en
gedragingen bv. piano leren spelen
Geleerde angst = vb. botsing met auto schrik van auto betrekt de
amygdala
Soorten van procedureel geheugen:
= een motor response leren tgv. een sensorische input
2 types :
1) Non- associative learning
o Een verandering in gedrag tgv. een enkele stimulus
o Habituatie fig. 24.2 a = leren om een stimulus te negeren omdat het geen
betekenis heeft voor jou, omdat je het gewoon wordt ( de telefoon gaat af
thuis en je neemt op maar het is steeds voor iemand anders op den duur
neem je niet meer op of merk je zelfs niet dat de telefoon afgaat)
o Sensitisatie fig. 24.2 b = een vorm van leren dat zorgt dat je reactie op alle
stimuli versterken, zelfs degene waarvoor je eerst niet bewust van was. (
wandelen ’s nachts door een goed verlichte straat, licht valt uit, en je merkt
alles op en krijgt bang)
2) Associative learning
o gedrag verandert door vorming van vergelijkingen tussen gebeurtenissen