Samenvatting Psychologie: Humanistische psychologie
1. Typering van de humanistische psychologie
De basisuitgangspunten
= Eclectische groep van Amerikaanse psychologen die zich verzetten tegen
reductionisme van psychoanalyse en behaviorisme
e e
= ‘The third force movement’: via 3 kracht of 3 weg op zoek gaan
naar de complexiteit, de subjectiviteit en de groeikansen van de
mens
=> Humanistische psychologie: Persoon als geheel komt aan bod
Veel mensen zullen probleemsituaties zelf oplossen als ze hierover kunnen
praten met een begrijpende en aanvaardende luisteraar.
Hulpverlener: luistert naar cliënt en probeert te begrijpen (niet zomaar
advies geven)
nadruk op subjectieve interpretaties die mensen geven aan
gebeurtenissen
Blik van binnenuit
Mensen zijn in staat om acties bewust te controleren en
verantwoordelijkheid te nemen voor hun beslissingen
(tegenovergestelde van Freud).
Geloven in een aangeboren groeibehoefte van de mens zelfactualisatie
We willen onszelf voortdurend verbeteren en groeien naar een
volledige realisatie van de aangeboren capaciteiten
Lukt dat niet: stoornis of blokkade in die groei.
1
, De zeven basisuitgangspunten:
1) Derde weg of derde kracht ( ze zijn de derde stroming = de oplossing)
2) Subjectiviteit centraal: gaat uit van centralisme (belevingen en gedrag
worden door de persoon zelf veroorzaakt en niet door bijvoorbeeld een
beloning of een simulant)
3) Bewustzijn staat centraal (ze geloven dat mensen heel bewust zijn van
hun problemen en ze geen kunnen gaan reflecteren wat er met hun
gebeurd)
4) Levenslange ontwikkeling: ze geloven in proces en groei
5) Zelfactualisatie (mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen gedrag)
6) Hier en nu
7) De mens als 1 geheel
2. De therorie van Carl Rogers
Dynamische persoonlijkheidstheorie
Doel= verandering van de persoon
- Persoon moet sterk worden om huidige en toekomstige
problemen op te kunnen lossen
- Dynamische persoonlijkheid:
Niet: ik ben, MAAR: ik word -> verandering is
steeds mogelijk (voorbeeld: een persoon is niet
agressief, maar wordt agressief)
3 processen in interactie: emoties – cognities –
gedrag ( = voelen, denken en handelen)
2
1. Typering van de humanistische psychologie
De basisuitgangspunten
= Eclectische groep van Amerikaanse psychologen die zich verzetten tegen
reductionisme van psychoanalyse en behaviorisme
e e
= ‘The third force movement’: via 3 kracht of 3 weg op zoek gaan
naar de complexiteit, de subjectiviteit en de groeikansen van de
mens
=> Humanistische psychologie: Persoon als geheel komt aan bod
Veel mensen zullen probleemsituaties zelf oplossen als ze hierover kunnen
praten met een begrijpende en aanvaardende luisteraar.
Hulpverlener: luistert naar cliënt en probeert te begrijpen (niet zomaar
advies geven)
nadruk op subjectieve interpretaties die mensen geven aan
gebeurtenissen
Blik van binnenuit
Mensen zijn in staat om acties bewust te controleren en
verantwoordelijkheid te nemen voor hun beslissingen
(tegenovergestelde van Freud).
Geloven in een aangeboren groeibehoefte van de mens zelfactualisatie
We willen onszelf voortdurend verbeteren en groeien naar een
volledige realisatie van de aangeboren capaciteiten
Lukt dat niet: stoornis of blokkade in die groei.
1
, De zeven basisuitgangspunten:
1) Derde weg of derde kracht ( ze zijn de derde stroming = de oplossing)
2) Subjectiviteit centraal: gaat uit van centralisme (belevingen en gedrag
worden door de persoon zelf veroorzaakt en niet door bijvoorbeeld een
beloning of een simulant)
3) Bewustzijn staat centraal (ze geloven dat mensen heel bewust zijn van
hun problemen en ze geen kunnen gaan reflecteren wat er met hun
gebeurd)
4) Levenslange ontwikkeling: ze geloven in proces en groei
5) Zelfactualisatie (mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen gedrag)
6) Hier en nu
7) De mens als 1 geheel
2. De therorie van Carl Rogers
Dynamische persoonlijkheidstheorie
Doel= verandering van de persoon
- Persoon moet sterk worden om huidige en toekomstige
problemen op te kunnen lossen
- Dynamische persoonlijkheid:
Niet: ik ben, MAAR: ik word -> verandering is
steeds mogelijk (voorbeeld: een persoon is niet
agressief, maar wordt agressief)
3 processen in interactie: emoties – cognities –
gedrag ( = voelen, denken en handelen)
2