Samenvatting anatomie les 2
2.3 Topografie
In de functionele anatomie beschrijft topografie de ligging van de organen,
orgaanstelsels en weefsels ten opzichte van elkaar. Topografie verschaft inzicht
in de samenhang van de verschillende structuren.
Anatomische houding
- Persoon staat rechtop
- Persoon houdt het hoofd rechtop, aangezicht naar voren
- Persoon houdt de armen gestrekt naast het lichaam
- De handpalmen zijn naar voren gekeerd
- De voeten zijn iets gespreid, voeten naar voren
Handpalm wijst naar voren omdat dan de 2 bod stukjes radius en ulna, die
dan in de onderarm zitten, dan evenwijdig zijn ten opzichte van elkaar.
Handpalm is naar voren gekeerd supinatie
De beschrijvingen van de structuren van het menselijk lichaam geschieden ten
opzichte van de anatomische positie. Dit wordt ook wel de standaardpositie
genoemd. De anatomische positie wordt gebruikt als referentiekader.
Lichaamssnijvlakken: deze maken denkbeeldige doorsneden door het
lichaam of delen daarvan:
Frontaal vlak
Sagittaal vlak
Transversaal vlak
Frontale vlak is een Frontale doorsnede die gemaakt wordt evenwijdig met
her voorhoofd. Verdeeld het lichaam in een voor & achter deel.
- Kenmerken: * Verdeelt het lichaam in een voor en achterkant
* Evenwijdig met het voorhoofd (= frons)
Sagittaal vlak is een sagittale doorsnede. Het staat loodrecht op het
frontale vlak. Het sagittale vlak staat dus loodrecht op het voorhoofd en
1
, Verdeeld het lichaam in een linker & rechter deel.
- Kenmerken: * verdeelt lichaam in een linker en rechter helft
* Loodrecht op frontale vlakken
Mediane vlak of mediosagittale vlak (mediosagittaal) loopt precies in het
midden. Het is dan ook een specifiek voorbeeld van een sagittaal vlak. Een
mediaan vlak is een sagittaal vlak, maar niet elk sagittaal vlak loopt in het
midden.
- Kenmerken: * Door middellijn of mediaan (door neus en navel)
* Geeft links/rechts-symmetrie van het lichaam aan
In de anatomische houding staan de voeten iets uit elkaar. Bij een
mediosagittale doorsnede loopt het vlak in het midden, tussen de twee
benen door. Om die reden staan ze niet op de afbeelding.
Transversaal vlak is evenwijdig met het vloeroppervlak. Het staat
om die reden loodrecht op de twee vorige (sagittale en frontale
vlak). Het maakt een dwarsdoorsnede. Het verdeeld het lichaam in
een onderste en bovenste gedeelde. Je spreekt over een bovenste
en onderste deel.
- kenmerken: * Verdeelt lichaam in een bovenste en onderste gedeelte
* Loodrecht op de lengteas van het lichaam
* Evenwijdig aan het vloeroppervlak
Lengteas loopt van het bovenste puntje van je kruin van je hoofd
loodrecht naar beneden.
Snijvlakken door buisvormig organen
2
, Transversaal (dwars) is een Transversale doorsneden
- Kenmerken: * Ontstaan van cirkelvormige uiteinden
* Ontstaan van lumen (=holte)
Longitudinaal (in de lengte) is een longitudinale doorsneden
- Kenmerken: * Ontstaan van ‘gootje’
Statische richting- of plaatsaanduidingen
Algemene aanduidingen
• Mediaal en lateraal geven aan of structuur zich meer aan de zijde van
het mediane vlak bevindt of hier juist verder van verwijderd is.
Intermediair: wanneer iets tussen mediaal en lateraal in ligt.
Proximaal en distaal geven aan of een structuur dichter bij of verder van
de romp ligt.
Sinister (links) en dexter (rechts)
• Internus en externus zijn termen die aangeven of iets meer naar binnen
of meer naar buiten is gelegen.
• Superficialis en profundus duiden een oppervlakkige of een diepe
ligging aan.
• Centraal en perifeer voor structuren in het midden en aan de uiteinden
3
2.3 Topografie
In de functionele anatomie beschrijft topografie de ligging van de organen,
orgaanstelsels en weefsels ten opzichte van elkaar. Topografie verschaft inzicht
in de samenhang van de verschillende structuren.
Anatomische houding
- Persoon staat rechtop
- Persoon houdt het hoofd rechtop, aangezicht naar voren
- Persoon houdt de armen gestrekt naast het lichaam
- De handpalmen zijn naar voren gekeerd
- De voeten zijn iets gespreid, voeten naar voren
Handpalm wijst naar voren omdat dan de 2 bod stukjes radius en ulna, die
dan in de onderarm zitten, dan evenwijdig zijn ten opzichte van elkaar.
Handpalm is naar voren gekeerd supinatie
De beschrijvingen van de structuren van het menselijk lichaam geschieden ten
opzichte van de anatomische positie. Dit wordt ook wel de standaardpositie
genoemd. De anatomische positie wordt gebruikt als referentiekader.
Lichaamssnijvlakken: deze maken denkbeeldige doorsneden door het
lichaam of delen daarvan:
Frontaal vlak
Sagittaal vlak
Transversaal vlak
Frontale vlak is een Frontale doorsnede die gemaakt wordt evenwijdig met
her voorhoofd. Verdeeld het lichaam in een voor & achter deel.
- Kenmerken: * Verdeelt het lichaam in een voor en achterkant
* Evenwijdig met het voorhoofd (= frons)
Sagittaal vlak is een sagittale doorsnede. Het staat loodrecht op het
frontale vlak. Het sagittale vlak staat dus loodrecht op het voorhoofd en
1
, Verdeeld het lichaam in een linker & rechter deel.
- Kenmerken: * verdeelt lichaam in een linker en rechter helft
* Loodrecht op frontale vlakken
Mediane vlak of mediosagittale vlak (mediosagittaal) loopt precies in het
midden. Het is dan ook een specifiek voorbeeld van een sagittaal vlak. Een
mediaan vlak is een sagittaal vlak, maar niet elk sagittaal vlak loopt in het
midden.
- Kenmerken: * Door middellijn of mediaan (door neus en navel)
* Geeft links/rechts-symmetrie van het lichaam aan
In de anatomische houding staan de voeten iets uit elkaar. Bij een
mediosagittale doorsnede loopt het vlak in het midden, tussen de twee
benen door. Om die reden staan ze niet op de afbeelding.
Transversaal vlak is evenwijdig met het vloeroppervlak. Het staat
om die reden loodrecht op de twee vorige (sagittale en frontale
vlak). Het maakt een dwarsdoorsnede. Het verdeeld het lichaam in
een onderste en bovenste gedeelde. Je spreekt over een bovenste
en onderste deel.
- kenmerken: * Verdeelt lichaam in een bovenste en onderste gedeelte
* Loodrecht op de lengteas van het lichaam
* Evenwijdig aan het vloeroppervlak
Lengteas loopt van het bovenste puntje van je kruin van je hoofd
loodrecht naar beneden.
Snijvlakken door buisvormig organen
2
, Transversaal (dwars) is een Transversale doorsneden
- Kenmerken: * Ontstaan van cirkelvormige uiteinden
* Ontstaan van lumen (=holte)
Longitudinaal (in de lengte) is een longitudinale doorsneden
- Kenmerken: * Ontstaan van ‘gootje’
Statische richting- of plaatsaanduidingen
Algemene aanduidingen
• Mediaal en lateraal geven aan of structuur zich meer aan de zijde van
het mediane vlak bevindt of hier juist verder van verwijderd is.
Intermediair: wanneer iets tussen mediaal en lateraal in ligt.
Proximaal en distaal geven aan of een structuur dichter bij of verder van
de romp ligt.
Sinister (links) en dexter (rechts)
• Internus en externus zijn termen die aangeven of iets meer naar binnen
of meer naar buiten is gelegen.
• Superficialis en profundus duiden een oppervlakkige of een diepe
ligging aan.
• Centraal en perifeer voor structuren in het midden en aan de uiteinden
3