Recht en Onderneming
TEW
UNIVERSITEIT ANTWERPEN
,INHOUDSOPGAVE
DEEL I. Inleiding ____________________________________________________________________ 4
Hoofdstuk 1. Wat is recht? _________________________________________________________ 4
Hoofdstuk 2. Indeling van het nationaal recht __________________________________________ 4
Hoofdstuk 3. Het internationaal recht _______________________________________________ 5
DEEL II. Publiek recht _________________________________________________________________ 5
Hoofdstuk 2. De supranationale rechtsorde ___________________________________________ 5
DEEL III. Bronnen van het recht _________________________________________________________ 7
Hoofdstuk 1. De wet ______________________________________________________________ 7
Hoofdstuk 2. De andere bronnen van het recht ________________________________________ 8
Hoofdstuk 3. Grondwettelijke hoven en controlerende instellingen ________________________ 8
Hoofdstuk 4. Indeling van de rechten ________________________________________________ 9
DEEL IV. Gerechtelijk recht _____________________________________________________________ 9
Hoofdstuk 1. Enkele algemene beginselen ____________________________________________ 9
Hoofdstuk 2. De rechtscolleges ____________________________________________________ 11
Hoofdstuk 3. De gerechtelijke procedure ____________________________________________ 12
Hoofdstuk 4. Bewijsrecht _________________________________________________________ 14
DEEL V. Goederen- en zakenrecht ______________________________________________________ 17
Hoofdstuk 1. Indeling van de goederen ______________________________________________ 17
Hoofdstuk 2. Zelfstandige zakelijke rechten __________________________________________ 18
Hoofdstuk 3. De zakelijke zekerheidsrechten _________________________________________ 19
DEEL VI. De verbintenissen ____________________________________________________________ 20
Hoofdstuk 1. De verbintenissen, algemeen ___________________________________________ 20
Hoofdstuk 2. De overeenkomst ____________________________________________________ 21
Hoofdstuk 3. De grondbeginselen en de interpretatie van overeenkomsten _________________ 22
Hoofdstuk 4. Geldigheidsvereisten van de overeenkomst _______________________________ 23
Hoofdstuk 5. Het ontstaan van overeenkomsten ______________________________________ 24
Hoofdstuk 6. De uitvoering van de overeenkomst _____________________________________ 24
Hoofdstuk 7. Derden en de overeenkomst ___________________________________________ 26
Hoofdstuk 8. Tenietgaan van overeenkomsten ________________________________________ 27
DEEL VII. De bijzondere overeenkomsten _________________________________________________ 27
, Hoofdstuk 1. De koop-verkoop ____________________________________________________ 27
Hoofdstuk 2. De huur-verhuur _____________________________________________________ 28
Hoofdstuk 3. Leasing ____________________________________________________________ 28
Hoofdstuk 4. bewaargeving _______________________________________________________ 28
Hoofdstuk 5. dading _____________________________________________________________ 28
Hoofdstuk 6. Aanneming _________________________________________________________ 28
Hoofdstuk 7. Lastgeving __________________________________________________________ 28
Hoofdstuk 8. Persoonlijke zekerheden ______________________________________________ 28
DEEL VIII. De onrechtmatige daad of foutaansprakelijkheid ___________________________________ 29
Hoofdstuk 1. Aansprakelijkheid voor eigen daad ______________________________________ 29
,
, 4
DEEL I. INLEIDING
Hoofdstuk 1. Wat is recht?
Defintie van het recht
“Recht is het geheel van bindende regels tot ordening van de samenleving in beginsel opgelegd,
minstens bekrachtigd door de maatschappij en als zodanig afdwingbaar gesteld.”
Afdwinging
o Sancties
Ordening van het menselijk handelen
Mogelijkheid tot het wijzigen of vernietigen van wetten
Beheerst volledige privé- en beroepsleven
o Objectief recht
Geheel van rechtsregels, ongeacht de oorsprong
o Subjectief recht
Rechten die ons worden toegekend door het objectief recht
Concretiserng en individualisering van het objectief recht
VB: persoonlijkheidsrechten, recht op afbeelding
o Procedurerecht
Omzetting naar de praktijk
Hoofdstuk 2. Indeling van het nationaal recht
PRIVAATRECHT
o = Geheel van rechtsregels met betrekking op relaties tss particulieren
o Burgerlijk recht -> burgerlijk wetboek (BW)
o Handelsrecht -> wetboek van Koophandel (W v Kh)
o Privaatrechtelijk procesrecht -> Gerechtelijk wetboek
= Geheel van regels om burgerljjk- en handelsrecht af te dwingen
PUBLIEKRECHT
o Grondwettelijk recht -> Grondwet (GW)
Staatsstructuur
Principes (scheiding der machten, …)
Fundamentele rechten & vrijeheden vd mens (vrije meningsuiting, …)
o Administratief recht
Inrichting & werking uitvoerende macht
o Fiscaal recht
o Strafrecht -> Strafwetboek
OH zal dagvaarden ipv particulier
VB: wegcode
o Strafprocesrecht -> Wetboek van stravordering
TEW | UNIVERSITEIT ANTWERPEN
, 5
ONDERSCHEID + RELATIVERING
o Aanvullend / suppletief recht
Er k vd regels w afegeweken
VB: locatie vd rechtzaak
o Dwingend recht / openbare orde
Partijen k nt afwijken vd regels
VB: soort rechtbank
Hoofdstuk 3. Het internationaal recht
INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT (IPR)
o = Welke nationaal recht m toegepast w?
o VB: geschil tss Belg en Nederlander
INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT (VOLKERENRECHT)
o = Relaties tss landen
o Verdragen (Conventie v Génève)
EUROPEES RECHT (ER) = Recht van de EU
o Landen h nationale bevoegdheden overdragen @ supranationale instellingen (EU) die
zelf regels creeëren
o 2 principes
Primauteit / voorrang vh ER
ER primeert steeds over het nationaal recht
=> grondwet m gewijzigd w wanneer in strijd met ER!
Directe werking
Lidstaten m ER rechtsregels nt bekrachtigen, noch k ze de toepassing
ervan beletten
=> iedere burger k zich onmiddellijk beroepen op regels vh ER, zelfs
tegen nationale instanties
DEEL II. PUBLIEK RECHT
Hoofdstuk 2. De supranationale rechtsorde
DE EUROPESE NORMEN
o Primair ER -> Europese verdragen
VWEU = Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie
o Secundair ER -> uitvoeringsnormen
Verordening
Europese wet
Geen bestemmeling
Tracht op algemene wijze een probleem te regelen
Rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten
Richtlijn
Juridisch instrument
INLEIDING TOT HET RECHT | Recht en Onderneming
, 6
Steeds gericht op lidstaten
Wordt gebruikt om nationale wetgeving te normaliseren
Er worden doelstelling voorop gesteld en een omzettingsdatum (termijn
om wetgeving @ te passen)
Besluit
Regelen van individuele problemen
Gericht @ personen, ondernemingen, instellingen, lidstaten, …
VB: misbruik machtspositie, kartelvorming
o 1ste principe vd primautiteit vh ER is van toepassing op alle europese normen
o 2de principe van directe werking (DW)?
VWEU
T.o.v. ondernemingen: bepalingen -> DW
o Horizontale DW: bepaling inroepen tegen andere particulier
o Verticale DW: bepalingen inroepen tegen OH
T.o.v. de lidstaten
o DW mgl indien indien alle 3 vwdn vervuld z
Duidelijke verplichting @d lidstaat
Onvoorwaardelijk
Geen discritionaire bevoegdheid vd lidstaat (geen
beleidsruimte)
Vordering
DW altijd mogelijk
o Horizontale DW
o Verticale DW
Richtlijn
T.o.v. lidstaten -> omzettingsdatum
o Indien niet verstreken => geen DW
o Indien richtlijn is omgezet => geen probleem v DW (de
wetgeving is immers al Belgisch)
o Indien richlijn foutief is omgezet / termijn verstreken is => DW
indien alle 3 vwdn vervuld z
Duidelijke verplichting @d lidstaat
Onvoorwaardelijk
Geen discritionaire bevoegdheid vd lidstaat (geen
beleidsruimte)
Besluit
T.o.v. ondernemingen
o Horizontale DW
o Verticale DW
T.o.v. lidstaten
o Idem @ richtlijnen
TEW | UNIVERSITEIT ANTWERPEN
, 7
Aanbeveling/resolutie
Geen bindende kracht => geen DW
HOF VAN JUSTITIE
o Luxemburg
o Taken
Uitlegging vh ER
Prejuciële vragen v nationale rechters beantwoorden
o Advocaat-generaal spreekt arrest uit
o Belgisch proces start terug
o HvJ doet gn uitspraak over de zaak, geeft enkel uitleg over het
ER
o Nationale rechter moet rekening houden met interpretatie vh
HvJ
Veroordelen van lidstaten indien verdragsverplichtingen nt z nagekomen
Nietig verklaren van verordeningen, richtlijnen, besluiten
DEEL III. BRONNEN VAN HET RECHT
Hoofdstuk 1. De wet
WETSBEGRIP
o Enge betekenis / formele zin
“wetten” zijn beslissingen, normen die uitgaan vd Kamer van
Volksvertegenwoordigers
o Ruime betekenis
Een “wet” is om het even welke norm, uigevaardigd door andere instellingen
VB: decreten, Europese verordeningen, Koninklijke Besluiten, etc…
HIËRARCHIE VAN DE WETTEN
ER -> bovenaan -> primauteit
o Subsidiariteitsprincipe
Europese instanties z slechts
bevoegd, inzoverre de
problemen nt op nationaal vlak k
geregeld w
Verzekerd autonomie vd
lidstaten
Decreet = gaan uit vd parlementen vd gewesten
en gemeenschappen
Ordonantie = soort decreet uitgevaardigd door
het Brussels parlement
Koninklijk Besluit = uitvoeringswetgeving
Ministriële besluiten = uitvoeringswetgeving
INLEIDING TOT HET RECHT | Recht en Onderneming