VOORSTELLING VAN ONZE LEEFWERELD
Ruimte:
- Objectieve ruimte/meetruimte: exact te situeren volgens de 3 dimensies
- Subjectieve ruimte/beleefde ruimte: extra waardering geven aan bepaalde ruimte,
persoonlijke manier
1. Kaarten
1.1.: Wat is een kaart?
Kenmerken:
- Weergave van de werkelijkheid
- Lokalisatie van verschijnselen
- Verkleining van de werkelijkheid
- Onvolledig en vereenvoudigd
- Symbolisch
- Vervorming: 3D projecteren op 2D
3D voorstelling is steeds: equivalent (=oppervlaktegetrouw), equidistant (=afstandsgetrouw),
conform (=hoekgetrouw).
Topografische kaarten: kegelprojectie van Lambert: geeft duidelijk aan dat
met niet alle exacte informatie kan behouden kritisch omgaan met kaarten
1.2.: De schaal
geeft afstandsverhouding tussen werkelijkheid en de kaart weer: geeft aan hoeveel de kaart
verkleind wordt.
Afstand tussen 2 punten bepalen
- Breukschaal: geeft weer waarmee 1 cm op de kaart met overeenkomt
1 : 10 000 1 cm op de kaart is 10 000 cm in werkelijkheid
- Lijnschaal: lijn geeft de afstand op de kaart weer en de getallen erboven de
afstand in werkelijkheid.
1.3.: De legende
symbolen: weergave van de verschillende landschapselementen die je in de werkelijkheid kan
observeren
Lezen van kaartsymbolen: geven van een naam en hechten van betekenis aan
kaartsymbolen. Hierbij kan de legende geraadpleegd worden.
Puntvormige (…), lijnvormige (…) en zonale (…) elementen
1.4.: Hoogtevoorstelling
Via hoogtelijnen/isohypsen kan je nagaan hoe hoog/laag het land boven of onder de zeespiegel ligt.
Isohypsen: lijnen die alle punten van eenzelfde hoogte verbinden
Zeespiegel: gemiddelde laagwaterstand in Oostende
1
Ruimte:
- Objectieve ruimte/meetruimte: exact te situeren volgens de 3 dimensies
- Subjectieve ruimte/beleefde ruimte: extra waardering geven aan bepaalde ruimte,
persoonlijke manier
1. Kaarten
1.1.: Wat is een kaart?
Kenmerken:
- Weergave van de werkelijkheid
- Lokalisatie van verschijnselen
- Verkleining van de werkelijkheid
- Onvolledig en vereenvoudigd
- Symbolisch
- Vervorming: 3D projecteren op 2D
3D voorstelling is steeds: equivalent (=oppervlaktegetrouw), equidistant (=afstandsgetrouw),
conform (=hoekgetrouw).
Topografische kaarten: kegelprojectie van Lambert: geeft duidelijk aan dat
met niet alle exacte informatie kan behouden kritisch omgaan met kaarten
1.2.: De schaal
geeft afstandsverhouding tussen werkelijkheid en de kaart weer: geeft aan hoeveel de kaart
verkleind wordt.
Afstand tussen 2 punten bepalen
- Breukschaal: geeft weer waarmee 1 cm op de kaart met overeenkomt
1 : 10 000 1 cm op de kaart is 10 000 cm in werkelijkheid
- Lijnschaal: lijn geeft de afstand op de kaart weer en de getallen erboven de
afstand in werkelijkheid.
1.3.: De legende
symbolen: weergave van de verschillende landschapselementen die je in de werkelijkheid kan
observeren
Lezen van kaartsymbolen: geven van een naam en hechten van betekenis aan
kaartsymbolen. Hierbij kan de legende geraadpleegd worden.
Puntvormige (…), lijnvormige (…) en zonale (…) elementen
1.4.: Hoogtevoorstelling
Via hoogtelijnen/isohypsen kan je nagaan hoe hoog/laag het land boven of onder de zeespiegel ligt.
Isohypsen: lijnen die alle punten van eenzelfde hoogte verbinden
Zeespiegel: gemiddelde laagwaterstand in Oostende
1