Inleiding
Het autonoom zenuwstelsel
Als we in het lichaam overdracht hebben:
- Zenuwcel -> zenuwcel
- Zenuwcel -> eindplaat
Precursor wordt omgezet tot neurotransmittor -> Acetylcholine, Serotine, Dopamine,
Noradrenaline…
Stapelt zich op in zenuwuiteinde -> wordt vesikel
Migreert naar wand, nadat de zenuwcel signaal ontving
Gaat naar synaptische spleet -> Dan zijn er nog verschillende mogelijkheden
Aan postsynaptisch membraan vasthechten
Wordt afgebroken
Presynaptisch binden -> keert dan terug, waardoor
meestal de eigen productie daalt
Presynaptische heropname: recyclage
(Ortho) Sympatisch zenuwstelsel
Fight of flight
Vb. Neurotransmittor: noradrenaline
Gaat om alfa- en betareceptoren
Alfa 1 Bloedvaten: kransslag, viscera, Zorgt voor samentrekking
huid en hersenen
Alfa 2 Bloedvaten: kransslag, viscera, Zorgt voor relaxatie
huid en hersenen
Beta 1 Hart Zorgt voor samentrekking
Geleiding
Spier
Beta 2 Bloedvaten Zorgt voor relaxatie -> dilatatie en
Luchtwegen relaxatie
Uterus
1
,Parasympatisch
Rest and digest
Neurotransmittor: Acetylcholine
Drie receptoren:
Muscaïne 1 Maag Secretie
Muscaïne 2 Hart Relaxatie
Spier
Geleiding
Muscaïne 3 Luchtwegen Samentrekking en secretie
Endocriene klieren
Uitzondering: in vasculair endotheel veroorzaakt stimulatie M³ receptoren NO-
vrijstelling -> er ontstaat dilatatie ipv contractie
Cardio-vasculair
stelsel
Regeling van de bloeddruk
Verschillende factoren die hier een rol spelen:
- Hartslag, contractie en hartritme
Orthosympatisch
Parasympatisch
- Totale bloedvolume
Diurese
- Perifere weerstand van de bloedvaten
Tonus bloedvatwand
Renine-Angiotensine-Aldestron systeem
Pathofysiologie: hypertensie
= Te hoge bloeddruk: 140/90 mmHg -> oorzaak niet altijd duidelijk
Symptomen:
- Vaak asymptomatisch
- Bij langdurige zeer hoge bloeddruik: hoofdpijn, oorsuizingen,
gezichtsproblemen, vermoeidheid en neusbloedingen
Gevolgen:
- Hypertrofie linkerventrikel
- Remodellering van de weerstandarteriën
- Verhoogde aanleg tot atherosclerose in geleidingsvaten
2
, - Zwangerschap: ontwikkeling van eclampsie, vroeggeboorte en SGA
OPMERKING: Regeling bloeddruk: orthosympatisch -> via noradrenaline
Werkt in op beta 1 receptoren
Verhoogde contractiekracht: positief inotroop
Verhoogde hartslag: positief chronotroop
OPMERKING: Regeling bloeddruk: parasympatisch -> via acetylcholine
Werkt in op M²-receptoren
Verlaagde contractiekracht atria
Verlaagde hartslag: negatief chronotroop
Verminderde geleiding
Geneesmiddelen: hartslag, contractie en
hartritme
1.Beta-blokkers
Typische -olol uitgang:
Werking: blokkeert beta-receptoren
Eerste onderscheid:
Blokkeert B1 en B2 receptoren allebei -> niet cardioselectief
Blokkeert enkel B1 -> selectief: moet enkel deze blokken om zijn gewenste
effect te hebben, want enkel die werkt op het hart
Tweede onderscheid:
Hydrofiel: blijft in het bloed
Lipofiel: gaat in vetten, en kan dus langs celmembranen passeren (bestaan
namelijk uit fosfolipiden) -> passeert zo makkelijker in het lichaam, naar de
hersenen (meer bijwerkingen)
Derde onderscheid:
Intrinsiek sympathomimetische activiteit
Vasodilaterend vermogen
Labetalol:
- Niet cardioselectief -> gericht op zowel B1 en B2 receptoren
Kortademigheid
Krampen, spiervermoeidheid
- Lipofiel -> makkelijker verdeling over het lichaam
Moeheid, sufheid
3
, Bij het stoppen van de behandeling met betablokkers is het aanbevolen de dosis
geleidelijk te verlagen
Beta blokker -> lichaam reageert door meer receptoren aan te maken
(Upregulatie)
Bij bruut stoppen: receptoren zijn niet meer bezet, waardoor noradrenaline
zeer veel gaat kunnen binden zeer onrustig gevoel
2.Methyldopa (Aldomet ®)
Centraal werkende antihypertensivum: gebruikt bij zwangerschapshypertensie
Werking: intracellulaire omzetting naar methylnoradrenaline
Vermindering hoeveelheid noradrenaline in vesikels
Binding op Alfa2-receptoren -> activeren van negatieve feedback
Lichaam gaat door therapie aantal alfa2-receptoren doen verminderen
(Downregulatie)
Absorptie is zeer individueel verschillend -> daarom is het belangrijk om het
geneesmiddel zeer traag op te bouwen
Geneesmiddelen: diurese
Niet nuttig om in te werken op proximale tubulus, wel in Lis van Henle -> daar wordt
een deel van het water en zout terug opgenomen door het lichaam
Hoe eerder in de nefron je inwerkt -> hoe meer effect
Lisdiuretica: reabsorptie Na, K en Cl terug naar de bloedbaan tegenhouden
Thiazidediuretica: Reabsorptie NaCl naar de bloedbaan tegenhouden
Kaliumsparend: Aldesteron-afgifte blokkeren
Geneesmiddelen: perifere weerstand van de
bloedvaten
Calcium speelt een belangrijke rol -> alles wat contraheert is afhankelijk van calcium
Geraakt in de cel via Ca-kanaal, dat normaal toe staat en door een signaal
naar het kanaal opengaat
1.Calciumkanaalblokkers: CCB
4
Het autonoom zenuwstelsel
Als we in het lichaam overdracht hebben:
- Zenuwcel -> zenuwcel
- Zenuwcel -> eindplaat
Precursor wordt omgezet tot neurotransmittor -> Acetylcholine, Serotine, Dopamine,
Noradrenaline…
Stapelt zich op in zenuwuiteinde -> wordt vesikel
Migreert naar wand, nadat de zenuwcel signaal ontving
Gaat naar synaptische spleet -> Dan zijn er nog verschillende mogelijkheden
Aan postsynaptisch membraan vasthechten
Wordt afgebroken
Presynaptisch binden -> keert dan terug, waardoor
meestal de eigen productie daalt
Presynaptische heropname: recyclage
(Ortho) Sympatisch zenuwstelsel
Fight of flight
Vb. Neurotransmittor: noradrenaline
Gaat om alfa- en betareceptoren
Alfa 1 Bloedvaten: kransslag, viscera, Zorgt voor samentrekking
huid en hersenen
Alfa 2 Bloedvaten: kransslag, viscera, Zorgt voor relaxatie
huid en hersenen
Beta 1 Hart Zorgt voor samentrekking
Geleiding
Spier
Beta 2 Bloedvaten Zorgt voor relaxatie -> dilatatie en
Luchtwegen relaxatie
Uterus
1
,Parasympatisch
Rest and digest
Neurotransmittor: Acetylcholine
Drie receptoren:
Muscaïne 1 Maag Secretie
Muscaïne 2 Hart Relaxatie
Spier
Geleiding
Muscaïne 3 Luchtwegen Samentrekking en secretie
Endocriene klieren
Uitzondering: in vasculair endotheel veroorzaakt stimulatie M³ receptoren NO-
vrijstelling -> er ontstaat dilatatie ipv contractie
Cardio-vasculair
stelsel
Regeling van de bloeddruk
Verschillende factoren die hier een rol spelen:
- Hartslag, contractie en hartritme
Orthosympatisch
Parasympatisch
- Totale bloedvolume
Diurese
- Perifere weerstand van de bloedvaten
Tonus bloedvatwand
Renine-Angiotensine-Aldestron systeem
Pathofysiologie: hypertensie
= Te hoge bloeddruk: 140/90 mmHg -> oorzaak niet altijd duidelijk
Symptomen:
- Vaak asymptomatisch
- Bij langdurige zeer hoge bloeddruik: hoofdpijn, oorsuizingen,
gezichtsproblemen, vermoeidheid en neusbloedingen
Gevolgen:
- Hypertrofie linkerventrikel
- Remodellering van de weerstandarteriën
- Verhoogde aanleg tot atherosclerose in geleidingsvaten
2
, - Zwangerschap: ontwikkeling van eclampsie, vroeggeboorte en SGA
OPMERKING: Regeling bloeddruk: orthosympatisch -> via noradrenaline
Werkt in op beta 1 receptoren
Verhoogde contractiekracht: positief inotroop
Verhoogde hartslag: positief chronotroop
OPMERKING: Regeling bloeddruk: parasympatisch -> via acetylcholine
Werkt in op M²-receptoren
Verlaagde contractiekracht atria
Verlaagde hartslag: negatief chronotroop
Verminderde geleiding
Geneesmiddelen: hartslag, contractie en
hartritme
1.Beta-blokkers
Typische -olol uitgang:
Werking: blokkeert beta-receptoren
Eerste onderscheid:
Blokkeert B1 en B2 receptoren allebei -> niet cardioselectief
Blokkeert enkel B1 -> selectief: moet enkel deze blokken om zijn gewenste
effect te hebben, want enkel die werkt op het hart
Tweede onderscheid:
Hydrofiel: blijft in het bloed
Lipofiel: gaat in vetten, en kan dus langs celmembranen passeren (bestaan
namelijk uit fosfolipiden) -> passeert zo makkelijker in het lichaam, naar de
hersenen (meer bijwerkingen)
Derde onderscheid:
Intrinsiek sympathomimetische activiteit
Vasodilaterend vermogen
Labetalol:
- Niet cardioselectief -> gericht op zowel B1 en B2 receptoren
Kortademigheid
Krampen, spiervermoeidheid
- Lipofiel -> makkelijker verdeling over het lichaam
Moeheid, sufheid
3
, Bij het stoppen van de behandeling met betablokkers is het aanbevolen de dosis
geleidelijk te verlagen
Beta blokker -> lichaam reageert door meer receptoren aan te maken
(Upregulatie)
Bij bruut stoppen: receptoren zijn niet meer bezet, waardoor noradrenaline
zeer veel gaat kunnen binden zeer onrustig gevoel
2.Methyldopa (Aldomet ®)
Centraal werkende antihypertensivum: gebruikt bij zwangerschapshypertensie
Werking: intracellulaire omzetting naar methylnoradrenaline
Vermindering hoeveelheid noradrenaline in vesikels
Binding op Alfa2-receptoren -> activeren van negatieve feedback
Lichaam gaat door therapie aantal alfa2-receptoren doen verminderen
(Downregulatie)
Absorptie is zeer individueel verschillend -> daarom is het belangrijk om het
geneesmiddel zeer traag op te bouwen
Geneesmiddelen: diurese
Niet nuttig om in te werken op proximale tubulus, wel in Lis van Henle -> daar wordt
een deel van het water en zout terug opgenomen door het lichaam
Hoe eerder in de nefron je inwerkt -> hoe meer effect
Lisdiuretica: reabsorptie Na, K en Cl terug naar de bloedbaan tegenhouden
Thiazidediuretica: Reabsorptie NaCl naar de bloedbaan tegenhouden
Kaliumsparend: Aldesteron-afgifte blokkeren
Geneesmiddelen: perifere weerstand van de
bloedvaten
Calcium speelt een belangrijke rol -> alles wat contraheert is afhankelijk van calcium
Geraakt in de cel via Ca-kanaal, dat normaal toe staat en door een signaal
naar het kanaal opengaat
1.Calciumkanaalblokkers: CCB
4