Samenvatting H11 – Profiel van de Nederlandse overheid
Het rijk, de provincie en de gemeenten worden aangeduid als het algemeen bestuur.
Functioneel bestuur is alleen mogelijk als aan de volgende randvoorwaarden
wordt voldaan: (1) het functioneel bestuur moet aanvullend zijn op het algemeen
bestuur, (2) de instelling van het functioneel bestuur mag alleen als wordt
aangetoond dat de taken niet door het algemeen bestuur kunnen worden behartigd,
(3) het functioneel bestuur mag het algemeen bestuur niet hinderen bij zijn
werkzaamheden, (4) functionele decentralisatie mag niet bij politiek zeer gevoelige
onderwerpen en (5) het functioneel bestuur moet zich houden aan alle bestaande
wet- en regelgeving en moet voldoen aan de eisen van doelmatigheid.
Nadelen en risico’s instellen functionele bestuursorganen: (1) het kan een
ondoorzichtig besluitvormingsproces in de hand werken, (2) er ontstaat een
versnippering van taken, (3) er kunnen afstemmingsproblemen ontstaan met andere
overheden, (4) het kan ertoe leiden dat deze bestuursorganen te sterk hun eigen
belang gaan behartigen.
De waterschappen hebben de belangrijkste taak in de strijd tegen het water. Achter
de naam waterschap gaan diverse organisaties schuil waaronder de polderdistricten,
dijkschappen, hoogheemraadschappen en zuiveringsschappen. De waterschappen
richten zich op waterkwantiteit (het zorgen voor voldoende aan- en afvoer van
oppervlaktewater) en waterkwaliteitsbeheer (zuiveren van afvalwater).
De juridische basis voor de waterschappen vind je in de grondwet, de
waterschapswet en de waterwet.
De provincie speelt een belangrijke rol bij de waterschappen. Het bestuur van de
waterschappen bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur (dat bestaat
uit heemraden) en een voorzitter (dijkgraaf).
De taken van het algemeen bestuur zijn onder meer het opstellen en goedkeuren
van verordeningen (keuren) en het beslissen over de begrotingen en
belastingtarieven.
Bij de waterschappen is het volgende beginsel van toepassing (belang-betaling-
zeggenschap) iemand met belang betaald en krijgt vervolgens zeggenschap.
De waterschapswet kent de volgende categorieën: (1) ingezetene: iedereen van
18 jaar of ouder die zijn werkelijke woonplaats heeft in het gebied van het
Het rijk, de provincie en de gemeenten worden aangeduid als het algemeen bestuur.
Functioneel bestuur is alleen mogelijk als aan de volgende randvoorwaarden
wordt voldaan: (1) het functioneel bestuur moet aanvullend zijn op het algemeen
bestuur, (2) de instelling van het functioneel bestuur mag alleen als wordt
aangetoond dat de taken niet door het algemeen bestuur kunnen worden behartigd,
(3) het functioneel bestuur mag het algemeen bestuur niet hinderen bij zijn
werkzaamheden, (4) functionele decentralisatie mag niet bij politiek zeer gevoelige
onderwerpen en (5) het functioneel bestuur moet zich houden aan alle bestaande
wet- en regelgeving en moet voldoen aan de eisen van doelmatigheid.
Nadelen en risico’s instellen functionele bestuursorganen: (1) het kan een
ondoorzichtig besluitvormingsproces in de hand werken, (2) er ontstaat een
versnippering van taken, (3) er kunnen afstemmingsproblemen ontstaan met andere
overheden, (4) het kan ertoe leiden dat deze bestuursorganen te sterk hun eigen
belang gaan behartigen.
De waterschappen hebben de belangrijkste taak in de strijd tegen het water. Achter
de naam waterschap gaan diverse organisaties schuil waaronder de polderdistricten,
dijkschappen, hoogheemraadschappen en zuiveringsschappen. De waterschappen
richten zich op waterkwantiteit (het zorgen voor voldoende aan- en afvoer van
oppervlaktewater) en waterkwaliteitsbeheer (zuiveren van afvalwater).
De juridische basis voor de waterschappen vind je in de grondwet, de
waterschapswet en de waterwet.
De provincie speelt een belangrijke rol bij de waterschappen. Het bestuur van de
waterschappen bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur (dat bestaat
uit heemraden) en een voorzitter (dijkgraaf).
De taken van het algemeen bestuur zijn onder meer het opstellen en goedkeuren
van verordeningen (keuren) en het beslissen over de begrotingen en
belastingtarieven.
Bij de waterschappen is het volgende beginsel van toepassing (belang-betaling-
zeggenschap) iemand met belang betaald en krijgt vervolgens zeggenschap.
De waterschapswet kent de volgende categorieën: (1) ingezetene: iedereen van
18 jaar of ouder die zijn werkelijke woonplaats heeft in het gebied van het